• VPRO
Aflevering Nr. 1 
 
Joni Mitchell, woman of heart and mind
Susan Lacy, Eagle Rock Entertainment 2003
Bevat video
Chuck Close – A portrait in progress
Marion Cajori, Arthouse Films1998
Bevat video
The race for the double helix
Mick Jackson, BBC 1987
Bevat video
John E. Sulston talks to Mark Lawson
BBC 2004
Bevat video
Betrayal (keuzefilm)
David Hugh Jones, Paramount Pictures 1983
Bevat video
Zelig
Woody Allen, MGM 1983
Bevat video
Jimmy Rosenberg – de vader, de zoon en het talent
Jeroen Berkvens, IDTV Docs 2006
Bevat video
Yes Minister
BBC 1982
Televizier (Hiltermann)
AVRO 1963
Bevat video
Operation Homecoming: writing the wartime experience
Richard Robbins, The Documentary Group 2007
Bevat video
Charlie Wilson’s war
Mike Nichols, Universal Pictures 2007
Bevat video
Ronald Plasterk
zondag 27 juli 2008
terug naar de aflevering
Yes Minister
BBC 1982
De minister (Paul Eddington) wil een slecht lopende kunstgalerie sluiten en het pand verkopen. De opbrengst moet worden gestoken in de plaatselijke voetbalclub. Daarop belandt hij in een discussie met zijn secretaris-generaal (Sir Nigel Hawthorne) over het waarom van kunstsubsidies.
Plasterk vindt het programma vooral erg grappig. En interessant. De relatie van de minister met de secretaris-generaal bijvoorbeeld. De SG zorgt voor de continuiteit op een ministerie. De minister is een passant.
 
Onder welke voorwaarden moet de overheid zich met kunst bemoeien? Plasterk presenteerde in juni 2007 zijn kunstbeleid voor de komende jaren in de nota ‘Kunst van Leven’.
 
Plasterk heeft 244 miljoen per jaar te besteden aan kunstsubsidies. In de inleiding van de nota noemt hij de volgende argumenten voor het subsidiëren van kunst:
 
1. Collectief Goed. Een beeld in het park. Iedereen kan het zien. Je kunt niet iedere voorbijganger vragen ervoor te betalen.
2. Externe effecten. Musea en theaters hebben een positief effect op de horeca in een wijk of op winkeliers in een gemeente. Ook trots, internationale uitstraling en de bijdrage van culturele voorzieningen aan het toerisme zijn voor de overheid een reden om kunst te steunen.
3. Merit Good. Iets waarvan het gunstig wordt geacht dat mensen er toegang toe krijgen. De meeste mensen vinden het een goed idee dat kinderen gestimuleerd worden om theater en musea te bezoeken of serieuze boeken te lezen. Voor volwassenen bestaat het klassieke ideaal van de volksverheffing door kunst.
4. Conserveringsargument. Het kan van belang zijn om vormen van kunst en erfgoed die wellicht nu niet erg in trek zijn voor toekomstige generaties te bewaren.

Op basis van deze argumenten heeft Plasterk zijn toekomstvisie ontwikkeld. Daarbij heeft hij de volgende doelen als uitgangspunt genomen:
 
- Excellentie: Begeleiding en ontwikkeling van(top)talent. Het gaat om doorstroommogelijkheden voor talent, om het ontwikkelen en toepassen van nieuwe inzichten, om deelname aan internationaal debat en reflectie. Maar ook om de banden tussen de publieke omroep en de cultuursector te versterken.
- Innovatie en e-Cultuur: Meer samenhang en minder schotten tussen de verschillende sectoren om zo innovatie, experiment en vernieuwing van de grond te laten komen. Inzetten op de bijdrage die de publieke omroep kan leveren aan de cultuursector, met name door het gebruik van nieuwe media.
- Participatie: Bevorderen dat cultuur meer mensen bereikt. Via een 10-puntenplan cultuurparticipatie met aandacht voor educatie, amateurkunst, digitalisering en toegankelijkheid en het gratis openstellen van musea voor kinderen tot en met twaalf jaar.
- Mooier Nederland: Doel is met ambitieus architectuurbeleid en door modernisering van de monumentenzorg de culturele bijdrage aan een mooier Nederland te versterken.
- Sterke cultuursector: Een sector die stevig op eigen benen staat en verankerd is in de maatschappij, die zorgt voor goed bestuur en meer eigen inkomsten genereert.
 
Op basis van deze nota schreef de Raad voor Cultuur half mei 2008 een advies aan de minister om te komen tot sterkere culturele instellingen in de Nederlandse culturele basisinfrastructuur. Het advies werd vergezeld van een begroting die de begroting van Plasterk 26,6 miljoen euro te boven gaat. Dit extra geld is volgens de Raad nodig omdat Plasterk in de komende jaren meer van de culturele instellingen verwacht: ze moeten meer aandacht besteden aan talentontwikkeling en ze moeten meer aan de weg timmeren in het buitenland.
 
Plasterk legt het advies ongezien naast zich neer en vraagt de Raad binnen een maand met een nieuw voorstel te komen. Daarop stelt de Raad half juni 2008 voor om de budgetten voor de komende 4 jaar gelijk te houden. Dat betekent dat de Raad alle geadviseerde verhogingen moet terugdraaien of dat de korting van 9,8% moet worden verhaald op alle instellingen. Volgens de Raad betekent het in ieder geval dat de door Plasterk gewenste basisinfrastructuur voor de kunstsector er niet zal komen. Dat betekent volgens de Raad dat de internationale concurrentiepositie van bijvoorbeeld het Holland Festival en de Filmfestivals in gevaar komen, dat de ontwikkeling van nieuw talent een deuk oploopt en dat de dans/ en toneelgezelschappen niet hun taken kunnen uitvoeren die horen bij de internationale positie van het Nederlands theater.
 
Op 11 juni stuurde Plasterk zijn plannen voor cultureel ondernemerschap naar de Kamer. ‘Door zakelijker te gaan werken, kunnen culturele instellingen volgens Plasterk de bezuiniging van 10 miljoen euro per jaar opvangen. Bovendien creëren ze zo meer draagvlak in de maatschappij. “Ik zie bijvoorbeeld in de beeldende kunst dat die sector wel erg los dreigt te komen van wat mensen in Nederland nog kennen en mooi vinden. Dat ziet de sector zelf ook. Als je er niet in zit, heb je geen idee meer van wat er speelt. Dan is het alleen nog maar voor specialisten. Terwijl je toch kunst maakt om mensen te bereiken. In space nobody can hear you cry.’