|
donderdag 28 juli 2005 14:53
|
nieuws
|
Tom Barman: Romantische alleskunner uit Antwerpen
‘De onderwerpen waarover je schrijft of spreekt zijn wél plaatsgebonden’
De tweede VPRO Zomergast is de Belg Tom Barman. Bekend als frontman van dEUS, maar deze Antwerpenaar is veel meer dan dat. ‘Niets dan lof voor Tom.’
door Han Ceelen
Van de provinciale bescheidenheid die wij Hollanders onze zuiderburen vaak toedichten, heeft zomergast Tom Barman nooit veel last gehad. Integendeel. Barman denkt graag groot. Al als jong ventje spiegelde hij zich liever aan stoere Amerikaanse helden als Captain Beefheart en The Velvet Underground dan aan – pakweg – Raymond van Groenewoud. Op de filmschool heetten zijn voorbeelden Ingmar Bergman en John Cassavetes. En in interviews mag hij tegenwoordig graag iets van Raymond Carver of Jacques Dutronc citeren.
Een romantische wereldburger dus, die Barman – wat misschien niet zo vreemd is als je vader een Noorse zeeman is en je moeder een Gentse met Hongaars bloed. Maar gelukkig verliest zomergast nummer twee daarnaast ook zijn Vlaamse wortels niet uit het oog. In zijn songteksten bijvoorbeeld blijft Barman juist zo dicht mogelijk bij huis. Dan ‘graviteert hij naar het kleine’ zoals hij het een paar jaar geleden in deze gids verwoordde. Hoe zou hij als Belg ook iets zinnigs te berde kunnen brengen over Texas of The Bronx, vroeg hij zich eerder al eens hardop af in NRC Handelsblad: ‘Muziek is niet geografisch. Iedereen kan country-en-western spelen of een andere typisch Amerikaanse muzieksoort. Maar de onderwerpen waarover je schrijft of spreekt zijn wél plaatsgebonden.’
Met ‘plaats’ bedoelt hij in het eigen geval Antwerpen, de stad waar hij al zijn hele leven woont. Barman (van 1 januari 1972) groeide op in de Panoramatower, een torenflat aan de linkeroever van de Schelde. Vanaf de elfde verdieping kon het gezin tot vreugde van de kleine Tom over de hele stad uitkijken. En ook verder bewaart hij prettige herinneringen aan de plek waar hij tot zijn zestiende woonde, zei hij tegen het weekblad Knack: ‘Veel groen, een basketbalpleintje, massa’s plaatsen om buiten te spelen.’
De sfeer thuis is vrij en open, vertelt hij in hetzelfde interview: ‘Er was kunst, er was oog voor menselijkheid, en er was oor voor muziek.’ Maar in de buurt is hij een buitenstaander. De Barmans zijn import en dus beschouwen zijn leeftijdsgenootjes hem niet als een echte ‘Sinjoor’ (Antwerpenaar). Dat hij bij de jezuïeten op school gaat in plaats van naar het gewone atheneum, maakt het er niet beter op.
Barman maakt echter al snel andere vrienden. In De Muziekdoos, een ontmoetingsplaats voor muzikanten, sluit hij zich aan bij de ‘buskers’, straatmuzikanten die hun geld verdienen door voor toeristen te zingen op terrassen. De ervaring komt hem later goed van pas als hij voor grote zalen gaat optreden, want nooit meer is hij zo zenuwachtig als die eerste keer op dat terras. Ook op de donderdagavonden is Barman met muziek bezig. Dan programmeert hij bandjes in de club Cartoon’s.
Knuffeldieren
Geïnspireerd door wat hij hier ziet, richt hij op zijn zeventiende met bassist Stef Kamil Carlens, gitarist Rudy Trouvé, drummer Jules de Borgher en violist Klaas Janszoons de band dEUS op. Drie jaar later al, in 1992, staat het gezelschap de finale van Humo’s Rock Rally, het Vlaamse equivalent van onze Nationale Popprijs.
Voor iedereen met maar een beetje verstand van zaken is duidelijk dat dEUS geen dertien in een dozijn bandje is. Met niet-alledaagse instrumenten – viool, steelgitaar, piano, timbalen – en invloeden die variëren van rock tot punk en jazz, brengt de groep een fris nieuw geluid van on-Belgische allure. Dat laatste blijkt wel als het eerste album verschijnt. Worst Case Scenario wordt aanvankelijk in eigen beheer uitgebracht, maar als dEUS eind 1993 optreedt in Londen, staan na afloop de internationale platenmaatschappijen in de rij. De band tekent bij Island, het label van helden als Tom Waits en Joni Mitchell.
In thuisland België wordt de plaat juichend ontvangen. Vooral in het invloedrijke weekblad Humo krijgen band en plaat ruim aandacht. In korte ontstaat er een hype die doet denken aan die rond Doe Maar in Nederland een decennium eerder. Barman en Carlens worden de knuffeldieren van hip jong België.
Ongeveer tegelijk met dEUS breekt nog een aantal groepjes door, en zo ontstaat er halverwege de jaren negentig plots een bruisende muziekscene in België, waartegen de Nederlandse pover afsteekt. Bands als Soulwax, Hooverphonic, Evil Superstars en K’s Choice brengen stuk voor stuk sterke platen uit, die ook buiten België worden opgemerkt.
‘Waar het vandaan kwam?,’ zegt Humo-criticus Jurgen Beckers. ‘Ik weet het niet. Niemand heeft er een goede verklaring voor. Zeker is dat er daarvoor niets was, dus waarschijnlijk was het daar een reactie op. Maar uiteindelijk draaide het denk ik gewoon om een paar creatieve mensen die heel goed wisten wat ze wilden en zich nergens iets van aantrokken.’
Opmerkelijk zijn de goede onderlinge verhoudingen, vertelt voormalig Evil Superstars-voorman en toekomstig dEUS-lid Mauro Pawlowski: ‘Dat we allemaal vrienden zijn, is veel gezegd. Maar rivaliteit wordt hier gezien als een nogal vermoeiende bezigheid. Ik snap ook niet dat andere bands daar tijd voor hebben. Iedereen is bij ons gewoon met zijn muziek bezig.’
dEUS gedijt goed in dit creatieve walhalla, gezien het grote aantal nevenactiviteiten van de groepsleden. Carlens en Trouvé hebben het zelfs zo naar hun zin met hun soloprojecten dat ze de band verlaten en op eigen houtje verder gaan. Met de vervangers Craig Ward en Danny Mommens levert dEUS in 1996 het tweede album In a Bar Under the Sea af. Weer drie jaar later volgt The Ideal Crash, dat door vriend en vijand wordt beschouwd als de sterkste dEUS-plaat tot op heden.
Daarna wordt het stil rond de band. De groepsleden besluiten aanvankelijk tot een sabbatical, maar zes jaar later is er nog altijd geen opvolger voor The Ideal Crash (deze Pocket Revolution staat nu gepland voor september). Barman werpt zich in de tussentijd op een aantal soloprojecten. Hij geeft een serie concerten met pianist Guy van Nueten, slaat aan het dj-en, en begint onder de naam Magnus een succesvol danceproject met producer CJ Bolland.
Spieken
Maar de meeste tijd brengt hij door achter de camera. Barman studeerde begin jaren negentig al eens een blauwe maandag audiovisuele kunsten in Brussel, maar werd toen wegens spieken van school gestuurd. Tien jaar later besluit hij zijn oude liefde weer op te pakken en zich meteen maar te wagen aan een speelfilm. Het wordt Any Way The Wind Blows, een film die losjes is geïnspireerd op Robert Altmans Short Cuts.
Opnieuw richt Barman zijn vizier op de plek die hij het beste kent. Any Way The Wind Blows wordt opgenomen in de Antwerpse stationswijk, de buurt waar hij tegenwoordig zelf woont. De film volgt flarden uit de levens van acht willekeurige Antwerpenaren, en is een ode aan het toeval, zegt Barman in Humo: ‘Er gebeurt van alles naast elkaar, terloops. Het is als het leven zelve.’
Volgens de cast voelt de onervaren jonge regisseur zich tijdens de opnames als een vis in het water. ‘Hij regisseerde met precisie, met verstand van zaken en met een zeer goed oog voor alles wat bewoog. Niets dan lof voor Tom,’ laat acteur Dirk Roofthooft vanuit Avignon weten.
Ook de pers reageert na afloop enthousiast. Deze gids bijvoorbeeld omschreef Any Way the Winds Blows als een ‘wervelende ensemblefilm’. Of Barmans optreden zondag even wervelend wordt? De voortekenen zijn veelbelovend, want Barman is een verwoed televisiekijker en praat graag en bevlogen. En tussen hem en presentatrice Palmen – ook van onder de grote rivieren – zal het zondag vermoedelijk ook wel klikken.
Zomergasten: Tom Barman
Zondag, Ned 3, 20.20-01.00 (Barmans filmkeus Bad Timing begint om 23.30 uur)
www.deus.be
Uit: VPRO Gids Nr. 31 (30 juli t/m 5 augustus 2005), pp.10-11