2Doc:

voorbij het paradijs

Gezinsmoord kan iedereen overkomen, blijkt uit de VPRO-documentaire Voorbij het paradijs van Hans Simonse. ‘Je hebt je wanen niet meer in de hand, als oververmoeidheid de overhand neemt.’

Jonathan Maas,

VPRO Gids interview door: Jonathan Maas

2Doc: Voorbij het paradijs
maandag, npo 2, 20.25-21.25 uur

Hans Simonse

Je gezinsleden doodslaan met een maaskei en jezelf vervolgens in de brand steken – een extreem uitzonderlijke situatie of iets waartoe we allemaal in staat zijn, als de stoppen doorslaan? Dat is de grote vraag die boven de documentaire Voorbij het paradijs van Hans Simonse hangt. Het is het verhaal van Rob uit Schalkwijk, die zijn vrouw Rianne, zijn dochter en zijn stiefdochter twee jaar geleden vermoordde en vervolgens zelfmoord pleegde. De eerste reactie van mensen: dat is vast een gestoorde griezel, zoiets zou mij nooit overkomen, zegt Simonse. De conclusie van de film: ja, we zouden er allemaal toe in staat zijn als we niet oppassen. Wat zijn de omstandigheden waaronder je tot dit soort daden in staat bent? Waar moeten we precies voor oppassen?

maakbaar

Simonse belichtte eerder als eindredacteur van VPRO Thema-avonden maatschappelijke onderwerpen zoals depressie, wraak en echtscheiding. Wat hem opviel: de venijnigste problemen deden zich voor bij doodnormale mensen, vaak in hoogopgeleide milieus. Mensen die het ogenschijnlijk goed voor elkaar hebben. Simonse: ‘Juist bij mensen met mogelijkheden en niet met onmogelijkheden zag je smerige vechtscheidingen die jarenlang dooretterden over de rug van kinderen. Maar ook veel depressies.’

Simonse ging bij zichzelf te rade. ‘Mijn generatie en de mensen daaromheen, zeg maar alles wat nu tussen de veertig en zestig is, is opgegroeid met mogelijkheden en kansen. Met het idee dat je de wereld naar je hand kunt zetten, dat alles maakbaar is. Je baan kies je in de eerste plaats omdat je iets leuk werk vindt en omdat het je ontwikkeling vooruithelpt. Zwanger van idealen gingen we onze volwassenheid in. Zijn we nog wel voldoende bestand tegen teleurstellingen, vroeg ik me af? Ik heb van nabij recent een reorganisatie meegemaakt waarbij zo’n zestig banen verloren gingen. Een periode van grote onzekerheid voor iedereen en uiteindelijk ontslag voor een op de vijf. Dan zie je dat er veel mensen zijn die daar niet mee om kunnen gaan. Dat uit zich in geestelijke ontreddering, slapeloosheid, onhebbelijk gedrag of depressie. In hoeverre hebben we onze psychische hygiëne op orde zodat we met tegenslag kunnen omgaan? Je zou zeggen: intelligente mensen kunnen relativeren. De kans dat een huwelijk tot de dood duurt, is een onrealistisch ideaal. Leven in seriële monogamie is inmiddels veel meer de praktijk. Waarom kunnen we het dan niet incasseren wanneer een relatie anders loopt dan je van te voren had bedacht?’ 

tunnelvisie

Terwijl Simonse deze gedachte liet bezinken, vonden er twee gezinsdrama’s plaats in zijn directe woonomgeving, het gebied rondom Wijk bij Duurstede, aan de rivier de Lek. De twee jongetjes Julian en Ruben die door hun vader na een vechtscheiding om het leven werden gebracht en van wie de lichamen in een afwateringsbuis werden terug gevonden – vader pleegde zelfmoord – en het drama met Rob en Rianne in Schalkwijk. Het laatstgenoemde gezin woonde in een boerderij die Simonse zelf wel eens bekeek toen die in 2012 te koop stond. Rob en Rianne kochten hem om er een bed and breakfast te beginnen.

Opvallend: bij beide gezinsdrama’s waren de daders weer hoogopgeleide, doodnormale vaders met een goede baan die daarnaast leuke dingen met hun kinderen deden. Na het drama in Schalkwijk ging Simonse met mensen in de omgeving praten. Hij vernam dat een meisje uit de klas van een van de slachtoffers de juf had gevraagd: kan mijn vader dit ook doen? Simonse: ‘Dat raakte me. Zou mij dit ook kunnen overkomen, vroeg ik me meteen af. Met die vraag begin ik de film. Het antwoord: ja. Door het maken van deze film weet ik wat je wel en wat je niet moet doen. De maakbaarheidsgedachte veroorzaakt dat we soms met te veel tunnelvisie onze idealen nastreven. Die gedachte moeten we relativeren, want hij kan gevaarlijk zijn.’

Rob bijvoorbeeld, de dader, sliep nog maar twee à drie uur per nacht toen hij de boerderij aan het renoveren was. Hij was zo vol van zijn droomproject dat hij zich geen minuut rust meer gunde. ‘Dat herken ik,’ zegt Simonse. ‘Als ik met een documentaire bezig ben, ontstaat er de gedrevenheid die doet vermoeden dat de hele wereld om het maken van mijn documentaire draait. Maar als het gaat om je geestelijke hygiëne is dat niet altijd verstandig. Je hebt je wanen niet meer in de hand, als oververmoeidheid de overhand neemt.’

confronterend

De nabestaanden van zowel de dader als de slachtoffers hadden collectief besloten om niet met de pers te praten. Om de film te kunnen maken, moest Simonse zelf de research doen, een band met de familie opbouwen en vertrouwen zien te winnen. Uiteindelijk werd een uitzondering gemaakt. Er was voor de nabestaanden een belang: weten waarom dit drama nu is gebeurd. Dat antwoord kwam niet uit het politieonderzoek. ‘Het was voor de familie een grote warboel,’ verklaart Simonse. Hij wist veel boven tafel te krijgen. Niet dat daarmee de waarom-vraag uitputtend kan worden beantwoord, maar het combineren van informatie en goed luisteren naar mensen die eromheen stonden leverde soms nieuwe inzichten op. Van familieleden kreeg Simonse bijvoorbeeld de beschikking over Robs foto’s en homevideo’s: meer dan veertig gigabyte en duizenden foto’s. Simonse ploegde er doorheen en vond beelden waarvan de familie het bestaan niet kende. De beelden laten zien hoe narcistisch Rob was. Niet alles heeft de film gehaald. De familie behield vetorecht en vond sommige passages te confronterend. Wat Rob betreft wordt er in de film een beeld geschetst van een verbeten, monomane perfectionist. Het ideaal van de boerderij als bed and breakfast en rust en idylle in een landelijke omgeving wordt al snel ingehaald door de realiteit: verbouwingen, tegenslag en geldzorgen. ‘Bij dit soort drama’s speelt de misplaatste bevrijdingsgedachte een rol,’ stelt Simonse. ‘Je doodt je geliefden omdat je ze uit een bepaalde situatie wilt bevrijden. In het geval van Rob was dat financiële schuld, die overigens helemaal niet extreem en onoplosbaar was. Maar dan nog, waar slaat het op? Nog een paar jaar en dan zijn je kinderen achttien en gaan ze hun eigen leven leiden.’

voedingsbodem

Geldzorgen. Mislukte relaties. Welkom in de echte wereld, zou je denken. Als de generatie van Simonse al niet met teleurstellingen weet om te gaan, hoe moet het dan met volgende generaties, die met nog meer kansen en welvaart zijn opgegroeid? ‘Mijn oudere, pas afgestudeerde dochters groeien op in crisistijd waarbij de maakbaarheid minder vanzelfsprekend is,’ meent Simonse. ‘Ze hebben meer incasseringsvermogen als dingen niet ideaal lopen, heb ik het idee. Soms erger ik me eraan dat ze niet zo veel idealen hebben, maar het heeft ook voordelen: het is realistischer, mensen worden flexibeler.’

Aan de andere kant is de maatschappij van vandaag soms een voedingsbodem voor excessen zoals gezinsdrama’s. ‘Er ligt grote druk op gezinnen,’ zegt Simonse. ‘Beide partners moeten een carrière hebben, willen mooie reizen maken, sporten, de kinderen moeten op sport en muziekles... Het is hard werken, we moeten veel van onszelf, we hebben een beeld hoog te houden. Je moet af en toe nadenken: waar ben ik mee bezig, is dit nog wel gezond? We vinden het schijnbaar belangrijker om naar de sportschool te gaan en onze buik strak te houden dan om voldoende te slapen en rust te nemen. In die zin is het misschien een waarschuwingsfilm: we moeten ook onze mentale hygiëne op orde houden. Anders kan het soms helemaal verkeerd aflopen, ook bij hele normale gezinnen zoals die van ons.’