16 juli, 23.50 uur, NPO 2

The Afghan nightmare

Bereid je voor op een uur op het puntje van je stoel, want in 'The Afghan Nightmare' vliegen de kogels je om de oren, spring je op de achterbank van een tank en hang je het volgende moment uit een gevechtshelikopter.

Fleur Verbeek,

In de bloedstollende 2Doc volgen we de Noorse kolonel Rune Solberg. Zijn taak: zorgen dat de NAVO na ruim tien jaar oorlog naar huis kan en het Afghaanse leger het stokje overneemt. Je zou het een Mission Impossible kunnen noemen, want vanaf het begin af aan is het dweilen met de kraan open. Of beter gezegd: gebied overhevelen naar de vijand, de Taliban. Enkele dagen nadat het Afghaanse leger het commando over de eerste post over heeft genomen, gaat het al mis en wordt een militair konvooi op weg ernaartoe overvallen. Drie chauffeurs overleven het voorval niet.

En de Afghaanse strijdkrachten zélf werken gek genoeg ook niet mee. Zodra ze hun eigen kamp moeten bewaken klagen ze over de grootte van de keuken en weigeren ze iedere dag op en neer te lopen naar de dichtsbijzijnde wachtpost. Tot frustratie van Solberg. Het aantal aanslagen neemt toe. Zijn mannen komen om het leven door bermbommen.   

Maar de Noor houdt zijn rug recht en gaat onvermoeibaar door in een poging het land zo goed mogelijk achter te laten. We zien hoe zijn troepen halsbrekende toeren moeten uithalen om stempapieren af te leveren in een verre uithoek op de eerste verkiezingsdag. We zien hoe Solberg midden in de nacht beschoten wordt door de Taliban omdat hij op bezoek wil gaan bij de lokale bevolking. Maar alle moeite is tevergeefs. De situatie wordt onveiliger en onveiliger. En iedereen vraagt zich stilzwijgend af: 'Wat als de internationale troepenmacht zometeen weg is?'

Regisseur Klaus Erik Okstad linksachter in leren jack. Rechtsvoor: kolonel Rune Solberg.

We belden de Noorse regisseur van de film, Klaus Erik Okstad, en vroeg:

Heb je weleens gedacht, dit is het, ik ben er geweest?
‘Ja. Er is een moment in de film dat we ‘s nachts beschoten worden en dat weet ik nog heel goed. We sliepen zij aan zij in een tent in een open veld middenin Taliban-gebied. Het licht was net uit en ineens hoorden we de buitenwacht schreeuwen: ‘’Get down, get down!’’ En toen barstte het vuurgevecht los. Dan lig je daar in het pikkedonker en een fractie van een seconde denk je: dit is het. Maar zodra je je realiseert dat dat niet het geval is, schakel je om en grijp je je camera.’
 
Hoe is het om onder zulke omstandigheden te werken?
‘Intens. Je leeft met constante angst in je achterhoofd, je weet nooit wat er gaat gebeuren. Tijdens mijn verblijf overleden vier Noorse soldaten door een bermbom en wij reden dezelfde route die zij hadden afgelegd drie weken later. En stuitten óók op bermbommen, maar ontdekten ze op tijd. Ik heb regelmatig een hartverzakking gehad, maar daarna ga je toch weer door met de dagelijkse routine. Je moet je ook niet teveel laten meeslepen, dan kun je je werk niet doen. Ik maakte me ook niet echt zorgen of ik het zou overleven. Ik had meer slapeloze nachten of ik zo’n ingewikkeld verhaal wel goed zou kunnen overbrengen.’
 
Mocht je alles filmen wat je wilde?
‘Ik zat er vier maanden en mocht bijna overal mee naartoe, maar soms moest de camera uit. Bij het bezoek van het hoofd van het Noorse leger bijvoorbeeld, hij werd ongemakkelijk van mijn aanwezigheid. En ik moest stukken weglaten waarbij militaire doelwitten in beeld kwamen. Maar voor de rest heb ik alles gefilmd wat ik wilde. Ik mocht ook steeds meer, zo was ik op een gegeven moment bij een crisismeeting tussen de NAVO en Afghaanse soldaten. Het liep twee uur uit, het was 35 – 40 graden en de kamer zat bomvol. De gemoederen liepen hoog op en een Duitse generaal maakte ruzie met een Afghaanse officier. Ik kroop met mijn camera op een meter afstand en wachtte tot ze me weg zouden sturen, maar dat gebeurde niet. En zo was ik overal een vlieg op de muur om het maar zo te zeggen.’
 
Het valt op hoe open kolonel Solberg voor de camera is. Kostte het veel moeite om zijn vertrouwen te winnen?
‘Ik spendeerde van tevoren veel tijd met hem, juist zonder camera. Zo leerde hij mij ook kennen en dat maakte hem ontspannen. Wat verder hielp is dat we dezelfde leeftijd hebben, allebei van skiën houden en zo hadden we nog meer gezamenlijke interesses. Daarna ging ik pas af en toe mijn camera erbij pakken. En ik ging al vrij vroeg mee het veld in. Dat schiep ook een band tussen ons, want daarmee liet ik zien dat ik niet terugdeinsde voor gevaar en alleen maar op de basis wilde blijven hangen. Hij was trouwens maar een van de weinige officieren die zich buiten het kamp begaf.’
 
Wat opvalt is dat de Afghaanse militairen helemaal niet mee willen werken. Waarom zijn ze zo ongemotiveerd?
‘Veel van hen willen helemaal geen soldaat zijn, ze zijn onderbetaald en de omstandigheden waarin ze moeten werken zijn slecht. En dan zijn ze ook nog eens omringd door de Taliban... Het Afghaanse leger kampt met veel problemen. Er is veel corruptie en het is iedereen voor zichzelf. Velen deserteren en keren terug naar hun geboortestad. Solberg is erg streng voor ze, bijna arrogant. ‘‘Wij Noren leven in een poolklimaat, dan kunnen jullie ook wel de winter overleven.’’ Maar hij is een getrainde soldaat. En als je de barakken van de Afghanen vergelijkt met de technisch geavanceerde legerbasis van de Noren dan begrijp ik dat hun motivatie ver te zoeken is. En de Afghanen zijn gewoon tegen de Westerse aanwezigheid in het gebied, dat merk je zodra je het kamp verlaat. Niet iedereen zegt dat constant hardop, maar je kon het voelen.’
 
Was deze oorlog zinloos?
‘Alle moeite en al het geld dat we erin hebben gestopt was het zeker niet waard. De reactie om het land binnen te vallen van waaruit Osama Bin laden 9/11 heeft voorbereid is begrijpelijk. Maar als er van tevoren was gesproken met de Taliban hadden zij hem misschien wel uitgeleverd. Zij beschermden Bin Laden, maar zijn nooit aangemerkt als een terroristische organisatie. Was er meer druk op de Taliban-regering uitgeoefend, dan was een invasie misschien wel helemaal niet nodig geweest. Maar het probleem was: we wilden ook het land veranderen. Daar zijn alle problemen mee begonnen.’
 
Want het was te optimistisch om te denken dat dat mogelijk was?
‘Absoluut. De internationale gemeenschap dacht: nu hebben we de kans om een nieuw Afghanistan op te bouwen. De Taliban was in onze ogen geen fijne regering en politici – in ieder geval in Noorwegen – dachten dat het een snelle klus zou zijn en iedereen de westerse idealen zou omarmen zodra wij binnen zouden vallen. Maar we zijn dertien jaar verder en er is niets van terecht gekomen. De Afghaanse cultuur is gewoon veel te verschillend van de Westerse, zowel politiek als maatschappelijk. De positie van de vrouw bijvoorbeeld is nog steeds ontzettend slecht. Op het moment dat we de dorpen in reden zag je gewoon geen vrouwen. Je zag wat kinderen op straat en wat mannen buiten zitten, maar dat was het. Dat is zó ingebakken in de cultuur. Westerse politici dachten: dat veranderen wij wel even, maar zo simpel ligt het niet. Afghanistan is verdeeld. Er is geen centrale regering die het hele land ondersteunt. Het is Kabul en een handvol stammen die zichzelf onderhouden en ook weer onderling met elkaar vechten.
Dus nee, het was geen wijs besluit om Afghanistan binnen te vallen. Maar laten we het nog vijf jaar geven. Het land is verwikkeld in een worsteling om op eigen benen te staan en de komende jaren zien we daar het resultaat nog niet van. Over een tijd zien we misschien beter welke kant het op gaat. Al ziet het er nu inderdaad niet goed uit.’
 
Heeft je bezoek je kijk op het land veranderd?
‘Ik ging er niet helemaal blanco in, omdat ik al een keer in Afghanistan was geweest. Het heeft me in mijn mening gesterkt dat het een oorlog is die in ieder geval veel Noorse politici niet begrepen hebben. En nog steeds niet begrijpen. Niemand is ook echt geïnteresseerd. Het is altijd: ‘‘Ja, daar zijn veel problemen.’’ Maar iedereen houdt het conflict een beetje van zich af, kranten schrijven er ook maar weinig over. Pas toen er Noren doodgingen kwam dat in het nieuws, maar daarna was het vrij snel weer stil. Daarnaast zijn we alweer in beslag genomen door nieuwe wereldproblemen, IS bijvoorbeeld. Wist je trouwens dat IS nu ook Afghanistan binnenvalt en in sommige gevallen vecht met de Taliban? Straks gaat de Taliban ons nog bevrijden van IS. Dat zou wel de ultieme grap zijn.’

2Doc: The Afghan Nightmare
dinsdag 16 juli, 23.50 uur, NPO 2