2Doc:

rafelrandweg

Rond Rome loopt de A90-ringweg. Het grandioze documozaïek Sacro GRA schetst het leven aan deze Grande Raccordo Anulare.

Oliver Kerkdijk,

2Doc: Sacro Gra
4 augustus, 22.45 uur, NPO 2

Met zijn tengere gestalte, imposante Raspoetinbaard en fijn geciseleerde
gelaatstrekken oogt hij als een kruising tussen een laat-negentiende-eeuwse heremiet en een aristocraat die tijdens de Russische revolutie halsoverkop het imploderende tsarenrijk is ontvlucht. Paolo, verarmde edelman uit Piemonte, huist met zijn volwassen dochter Amalia op luttele vierkante meters in een appartementsgebouw aan de A90-ringweg van Rome.

Met zangerige dictie, contemplatieve pauzes en allerelegantst handgebarenballet verhaalt hij van gevlochten stoelen in de lijnvliegtuigen van de jaren dertig, van een Lawrence Durrell-anekdote over een plotsklaps tevoorschijn floepende slang, van een archaïsch parfum genaamd En Avion. Gelaten doch geamuseerd beziet hij zowel het rijpingsproces als de slijtageslag van zijn eigen leeftijd. En resumeert, na bedachtzaam aan een aubergine te hebben geroken, over de herfstjaren: ‘Luister, liefje, het is als ’n Château d’Yquem, een fabelachtige wijn die heel lichtjes naar schimmel neigt.’

Dixit Paolo, door zijn dochter vol affectie ‘Fiorellino’ (‘Bloempje’) genoemd. Na een raadselleven van omzwervingen is het tweetal, in een maatschappelijk gestaag neerwaartse spiraal, beland in de studio met uitzicht op een ogenschijnlijk verlaten villawijk aan de Grande Raccordo Anulare. Maar de geest van de oude man is allerminst verarmd, zijn opmerkingsgave verre van afgestompt. In hem flonkert de poëzie der alledagdingen. Wonderbaarlijke figuur in een verbazingwekkende documentaire.

Onthaast meandert het impressionistische beeldverhaal Sacro GRA (2013) van Gianfranco Rosi langs de rafelranden van Rome. In deze sublieme film vloeit heel het leven voorbij als het troebelwater van de Tiber. In al zijn schoon- en lelijkheid, zijn onbegrijpelijkheid en onrechtvaardigheid, zijn absurditeit en tragiek. Onbecommentarieerd zijn de portretten, momentopnamen, toevalsobservaties. Een oogopslag hier, een gespreksflard daar. De sigaret die opbrandt. Het veld van provisorische kruizen aan open graven in de ochtendnevel. De parvenu, content patserend in zijn protspaleisje. De handen van de ambulancebroeder die, zo liefdevol, de handen van zijn dementerende moeder vasthouden. Ijspriemhakken dansend op de bar van het nachtcafé. Vraatzuchtige kevers in het holst van stervende palmen. En onbewogen, ononderbroken zoemt de asfaltcirkel rond de Eeuwige Stad.

Sacro GRA is niets minder dan waarachtige, ongedachte cinema waarin, tussen januarisneeuw en augustuslimoncello, zomaar een liedje van Amedeo Mingho of Ivano Fossati langs je wang zou kunnen strijken. Zo’n onvervreemdbaar Italiaans volkskleinood dat in woord en melodie de weemoed aanreikt. Leven, ziet u, is voorbijgaan.

In een slaapkamer aan de Heilige GRA hangt boven het bed een vuurrood hartvormig kussen met daarop de tekst ‘Ti amo’. Een plompe vrouw met een knotje, telefoon aan haar oor, leunt uit het raam. ‘Er gebeurt hier niets,’ zegt ze, kijkend, hangend, dralend. ‘Een vliegtuig in de verte…’