Online te zien tot 17 februari 2016

Red Army

Het verhaal van het beroemde Sovjet-Unie Red Army ijshockeyteam, gezien door de ogen van de spelers. Lees de historische achtergronden in het artikel hieronder en bekijk de video waarin Nederlands ijshockeybondscoach Chris Eimers vertelt over de documentaire.

ijshockey bondscoach chris eimers over red army

Nederlands ijshockey bondscoach en trainer van het Haagse ijshockeyteam Hijs Hokij Chris Eimers bekeek de documentaire Red Army en vertelt over zijn fascinatie voor het Sovjet-team.

Deze video werd gemaakt door Mandy Bezema.
 

 

Tijdens de Koude Oorlog ‘bewees’ het Sovjet-ijshockey lange tijd de superioriteit van het communistische systeem. Toen dat instortte, verhuisden de topspelers naar de Amerikaanse ijshockeyliga: East Meets West.

door Maarten van Bracht

De confrontaties tussen de nationale ijshockeyteams van de Sovjet-Unie en die van de rest van de wereld, de Verenigde Staten voorop, vormen wat ons betreft het hoogtepunt van de Koude Oorlog op sportgebied. De Russen waren in de jaren zeventig en tachtig vrijwel onverslaanbaar, en niets versterkte het vijandbeeld meer dan gezeten voor het tv-scherm partij te kiezen voor de underdog die een heroïsche strijd leverde tegen de ‘Sovjets’, die in de heersende perceptie als een kille machine te werk gingen. Een emotieloos collectief onder een slavendrijver van een coach, dat maar één doel had: de overwinning van het Systeem en daarmee van het Sovjet-communisme, ook in de sport. Ja, ideologie maakt meer kapot dan je lief is.


Oog voor het wonderschone ballet van de wendbare Russische ijshockeyers die haast een choreografie leken uit te voeren, hun fabelachtige techniek en flitsende samenspel, had ik niet. Dat kwam ook door het commentaar van wijlen Frans Henrichs. Laat het 1975 zijn geweest, de Sovjet-Unie tegen Tsjechoslowakije. Ongetwijfeld met de door Moskou gesmoorde Praagse Lente in het achterhoofd, kon Henrichs zijn partijdigheid nauwelijks verhullen. In zijn dramatische toonzetting veranderden de uiteraard in rode shirts gestoken Russische spelers van individuen in willoze robots, Stachanov-arbeiders die een jarenplan uitvoerden.


De Koude Oorlog uitte zich in machtsblokken, de ruimterace en nucleaire bewapening, bij ijshockey en schaken (denk aan de tweekamp Fischer–Kasparov) hadden sport en politiek alles met elkaar te maken.

dominantie

Dat het nationale team tussen 1963 tot 1990 bijna jaarlijks wereldkampioen werd, slechts drie keer onderbroken door Tsjechoslowakije en Zweden, bewijst de dominantie van het Russische ijshockey ten tijde van de Koude Oorlog. Onder de even succesvolle als ongeliefde coach Viktor Tichonov won het zeven wk’s, plus olympisch goud in 1984 en ’88. Het verlies tegen de Amerikanen tijdens de Spelen in Lake Placid 1980, in de vs uitbundig gevierd als ‘the miracle on ice’, bleef een uitzondering. Het hart van Tichonovs droomteam werd gevormd door vijf toptalenten die al vanaf hun jeugd samen speelden: Fetisov, Makarov, Kroetov, Larionov en Kasatonov. Het team werd ook wel de Grote Rode Machine genoemd. De spelers waren officieel soldaten, dus in dienst van het leger. Ze verbleven elf maanden per jaar afgezonderd in een militair trainingskamp en zagen hun vrouw en kinderen hooguit drie dagen per maand. Dit barse regime werd opgelegd door Tichonov, oud kgb-agent, generaal in het leger en behalve coach van het nationale team ook van cska Moskou ofwel de Rode Leger Club, waarmee hij twaalf keer landskampioen werd. Tichonov bepaalde ook of jonge spelers na een jaar of vier in aanmerking kwamen voor een appartement en een auto. Toen een sterspeler hem vroeg afscheid te mogen nemen van zijn vader die op sterven lag, kreeg hij geen toestemming van Tichonov. Zo’n man dus, die in het Kremlin een potje kon breken, maar zich ver verwijderd had van voorganger Anatoli Tarasov, grondlegger van het Sovjet-ijshockey, die ook de nadruk legde op artisticiteit en persoonlijke ontwikkeling van spelers. Evengoed stond het Sovjet-ijshockey onder Tichonov op een hoger plan dan dat in de Amerikaanse National Hockey League, dat minder op techniek en meer op kracht was gebaseerd.

puckbeheersing

In zijn documentaire Red Army (2014) toont regisseur Gabe Polsky op basis van interviews met spelers en Russisch en Amerikaans archiefmateriaal de gouden jaren van het Sovjet-ijshockey, in de context van het communistisch systeem en de Koude Oorlog. Polsky, als zoon van Oekraïense immigranten opgegroeid in Chicago en oud-ijshockeyer in het universiteitsteam van Yale, zag als vijftienjarige op een vhs-tape over de Canada Cup in 1987 hoe de Canadezen werden weggespeeld door de Russen. ‘Het leken wel aliens on ice, die puckbeheersing en creativiteit,’ zei hij in Filmmaker Magazine. ‘Vergelijkbaar met de manier waarop fc Barcelona speelt.’ Op ouder archiefmateriaal zag hij hoe ze op hun handen liepen en balletoefeningen deden. ‘Ze waren ook met psychologie en schaken bezig. Het was ongelofelijk.’


Zijn film Red Army behelst ook de relatie tussen Rusland en het Westen, want toen het Sovjet-ijshockey in 1990 implodeerde konden de sterspelers eindelijk naar Amerika om in de nhl te spelen. Dankzij familiecontact met de legendarische keeper Tretjak, die zelf uit frustratie over het straffe regime te vroeg was gestopt met hockey om in de vs nog een fijn belegde boterham te kunnen verdienen, kon de filmmaker diens collega’s een voor een interviewen. Met uitzondering van Slava Fetisov, na een Amerikaans avontuur van 2002 tot 2008 onder Poetin de Russische minister van Sport, die wantrouwig bleef weigeren. Toen Polsky op de dag van zijn retourvlucht naar de vs Fetisov in een laatste poging om een kwartiertje tijd vroeg, stemde deze toe. Het werden vijf uur, en uiteindelijk achttien. Fetisov, een Russische patriot die bij de veteranen van cska speelt waar hij ooit captain was, voert in de film een mooie tweestrijd met de filmmaker – aanvankelijk mijdt hij de camera en tuurt ongeïnteresseerd op zijn mobiel –, wat gezien zijn politieke carrière niet verwonderlijk is. Fetisov: ‘Ik zei nee. Ik heb al een boek over mijn levensverhaal geschreven, in 1998. Maar Polsky was koppig.’


Het is Russia meets America, ook op persoonlijk vlak; bijna alle kinderen van de vijf sterspelers werden in de vs geboren en groeiden daar op. Fetisovs dochter is zelfs lid van het Amerikaans Congres. Daarover zei Polsky op NHL Insider: ‘Vreemd, niet? Het gaat om helden van Rusland en de Sovjet-Unie, maar hun kinderen zijn zo Amerikaans als wat. Mijn ouders komen uit de Sovjet-Unie, waar het hun helemaal niet beviel. Voor geen miljoen dollar wilden ze terug. Toch hebben ze veel vrienden in Rusland. Het gaat niet om het systeem; het gaat om de mensen om wie je geeft.’

Siberiƫ

In 1989 kwam het tot een dramatische breuk tussen spelers en coach., en daarmee het systeem. Larionov nam in een artikel afstand van boeman Tichonov, eiste de vrijheid op om naar het buitenland te gaan en werd vervolgens door iedereen gemeden, aanvankelijk ook door zijn medestanders – zo diep zat de angst voor straf en repressie. Kasatonov koos zelfs openlijk de kant van Tichonov. Fetisov vroeg het politburo om in de vs te mogen spelen, waarna hij zonder inspraak aan de nhl werd verkocht. Hij zou slechts 250 dollar per week krijgen, de rest van het geld ging naar Moskou. Daarop brak Fetisov met zijn superieuren. Een minister kafferde hem uit en dreigde met deportatie naar Siberië, en een dag later werd hij tot ongewenst persoon verklaard. Fetisov ging alsnog in de nhl spelen, maar wilde geen Amerikaans paspoort. In 1998 keerde hij terug naar Moskou en werd weer tot nationale held uitgeroepen. Vier jaar later was Fetisov minister van Sport. Of hij ook ingenomen was met de documentaire Red Army weet Polsky niet. ‘Hij was erbij toen de film in Moskou een staande ovatie kreeg en de Russische media opgetogen waren. Toen raakte hij enthousiast. Maar ik weet nog steeds niet zeker of hij de film goed vindt. De film is niet pro-Russisch of pro-Sovjet. Het is gewoon een eerlijke weergave van hoe het was en is.’ Red Army vertelt vooral een menselijk verhaal en overstijgt grenzen en ideologieën.


Na hun professionele loopbaan in de nhl – ook Kasatonov was er speler en coach, maar onderhield geen contact meer met de anderen – keerden vier van de vijf cracks terug naar Rusland. Alleen Larionov, de rebel van het eerste uur, heeft het nog zeer naar z’n zin in Amerika. In Red Army ontbreekt helaas het geluid van Tichonov, hij wilde onder geen beding meewerken. Hij overleed in november 2014 en moet een gedesillusioneerd man zijn geweest. Wie hem wil zien en horen moet de Zweedse documentaire CCCP Hockey uit 2004 bekijken, waarin al deels dezelfde hoofdrolspelers als in Red Army aan het woord komen. Tichonov maakt daarin geen barse indruk en spreekt diplomatieke woorden over ‘zijn’ spelers en het Russische ijshockeyverleden. Geen wonder: in 2004 was hij opnieuw aangesteld als nationale coach, met Kasatonov als zijn assistent. Maar op het wk van dat jaar reikte Rusland niet verder dan de tiende plaats. Tichonov werd ontslagen. De tijden waren definitief veranderd.