dinsdag 2 februari, 22:55 uur, NPO2

bikes vs cars

In steeds meer wereldsteden ligt de gemiddelde snelheid van fietsers hoger dan die van automobilisten. Dat betekent niet dat ze meer ruimte krijgen.

2Doc: Bikes vs cars. Hier te zien t/m dinsdag 9 februari

‘Het is niet zo dat ik ze allemaal haat, er zijn er zelfs waar ik mee bevriend ben en die zijn best aardig,’ zegt de Deense taxichauffeur terwijl hij zijn werkplek spitsroeden rijdend door de binnenstad van Kopenhagen stuurt. ‘Ze’ dat zijn de fietsers en daar zijn er heel veel van in deze fietsstad. Die maken zijn dagelijks werk tot, laten we zeggen, topsport.

In Amsterdam is de verkeerssituatie niet veel anders en zijn de arbeidsomstandigheden voor taxichauffeurs vergelijkbaar. Toch worden deze twee wereldstadjes in de documentaire Bikes vs cars (Fredrik Gertten, 2015) als voorbeeld gesteld voor de manier waarop stedelijk transport moet worden ingericht. Want al is filefietsen in Amsterdam inmiddels een bekend verschijnsel, moeten dagelijks tientallen hinderlijk geparkeerde rijwielen worden geruimd en besluiten steeds meer toeristen al dan niet onder invloed om zonder toezicht in de hoofdstad hun eerste fietsritje te maken, de verkeerssituatie is er altijd nog veel beter dan in de meeste andere grote steden.

(tekst loopt door na afbeelding)

In Bikes vs cars worden er behalve Kopenhagen nog drie bezocht en al na enkele minuten met stilstaand blik weet de kijker al waar de sympathie van de regisseur ligt: bij de tweewielers. Dat ligt voor de hand, want inmiddels zijn er zoveel auto’s in deze metropolen dat het grootste voordeel van de auto, snelheid, niet meer opgaat. Al denkt Rob Ford, de omstreden oud-burgemeester van Toronto, daar heel anders over. Hij veracht fietsers en vindt dat ze niets te zoeken hebben in zijn stad. Ford liet zelfs de door zijn voorgangers voor veel geld aangelegde vrije fietspaden voor nog meer geld weer verwijderen. Fietsen, dat doe je maar in het zonnige Californië. Al is dat daar ook niet makkelijk, zeker niet in Los Angeles.

Die stad is tegenwoordig bijna alleen maar per auto (on)bereikbaar, terwijl er tot in de jaren zestig een uitgebreid openbaarvervoersnetwerk bestond. Dat is onder druk van de auto-industrie ontmanteld en de oude tramvoertuigen kregen in de oceaan een tweede leven als rif. Nog zuidelijker, in het Braziliaanse São Paulo, laat professor verstedelijking en architectuur Raquel Rolnik zien dat het autoverkeer zelfs in de daluren zo goed als stil staat. Ze pleit voor een radicale verandering in het denken over transport en beschouwt elektrische auto’s slechts als lapmiddel. Bij gebrek aan goed openbaar vervoer moet ze noodgedwongen zelf ook met de auto naar haar werk op de universiteit. En al noemt ze honderd argumenten voor beter openbaar vervoer, haar eigen abominabele rijgedrag is misschien wel het beste pleidooi.