13 januari 2016, 22.55 uur, NPO2

In The Basement

Voor Oostenrijkse zielenroerselen neemt u de trap naar beneden.

Merel van Ommen,

2Doc: In The Basement, woensdag 13 januari om 22.55 uur op NPO2 en vervolgens 7 dagen hier te zien

In een kelder

De Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung beweerde dat de droom de beste methode is om kennis te maken met het onbewuste. Ruim een eeuw later wordt er nog steeds losjes op zijn theorieën voortgeborduurd, bijvoorbeeld op websites die droominterpretaties in Comic Sans aanbieden. Wie droomt over een aal zou last hebben van bindingsangst, aluminiumfolie staat voor spirituele verrijking, en slaapfantasieën over een afstandsbediening betekenen dat de dromer in wakende staat wordt gemanipuleerd. De aandacht van dubieuze droomduiders gaan in het bijzonder uit naar nachtvisioenen over kelders: wie droomt over een rommelige kruipruimte is voer voor zielkundigen.

het onderbewuste in de kelder

nog een kelder

De Oostenrijkse regisseur Ulrich Seidl gaat zelfs nog een traptreetje lager, en stelt dat de kelder symbool staat voor het collectief onderbewuste van zijn landgenoten. De actualiteit van de laatste jaren liet zien dat die ondergrondse vertrekken soms gebruikt worden voor excessen die het daglicht niet verdragen. In Seidls laatste, grotendeels geënsceneerde documentaire Im Keller (2014) wil hij juist de alledaagse lelijkheid tonen, die zich in de Oostenrijkse kelders verschuilt.

Lelijkheid is het specialisme van de filmmaker. Eerdere documentaires van zijn hand tonen bijvoorbeeld een lang shot van leraren die de vogeltjesdans zingen, of mensen die voor de camera hun liefde voor hun huisdier of voor vrouwenborsten bekennen. In zijn bekende Paradies-filmtrilogie figureren respectievelijk godsdienstfreaks in huidkleurig ondergoed, rampetampende mevrouwen en tienerdikkerdjes. Kenmerkend voor zijn werk is dat hij al dat visuele geweld dan weer vangt in volmaakt symmetrische, oogstrelende beelden, en dat sympathie altijd voelbaar blijft.

Vrijheid im keller

Ook een kelder

In een kleinburgerlijke samenleving voelen Oostenrijkers zich alleen in de kelder vrij: dat klinkt gevoelig en empathie-opwekkend. Toch legt Im Keller vooral Jambers-achtige absurditeiten bloot. Het afstoffen van nazi-parafernalia, kogels afvuren met een frivool toupet op het hoofd, knuffelen met een realistische babypop of het vervullen van sadomasochistische lusten in tuttige interieurtjes – vervreemdende taferelen die zich ongetwijfeld ook in de raamloze ruimtes onder bijvoorbeeld Nederlandse doorzonwoningen schuilhouden. Het onderbewuste van de hoofdfiguur die de kelder alleen gebruikt om landschapjes te bouwen voor zijn modeltreinen, wordt tussen dergelijke postsierlijkheden plots verontrustend.

Nog een andere kelder