3Doc, zaterdag 5 maart, 22.15 uur

3Doc: Kenny B

Zanger Kenny B brak vorig jaar groots door met zijn zomerhit ‘Parijs’. Documentairemaker Walter Stokman reisde met Kenny mee naar diens vaderland Suriname. ‘Hij heeft de hele geschiedenis van dat land aan zijn broek hangen.’

Cecile Elffers,

3Doc: Kenny B, zaterdag 5 maart, 22:15-23:09 uur, NPO 3

Voor het eerst sinds zijn hit ‘Parijs’ ging Kenny B afgelopen winter terug naar zijn thuisland Suriname, en documentairemaker Walter Stokman mocht mee. Kenny trad er op en bezocht familie, maar ook politicus Ronnie Brunswijk en de Granman, een spiritueel leider. De crew filmde verder in Kenny’s woonplaats Tilburg.

‘Kenny woont daar in zijn eentje in een buitenwijk,’ vertelt Stokman. ‘Ik was van de week nog bij hem, zat hij op de bank snijboontjes te maken voor zijn dochter. Superschattig, ik wilde het eigenlijk opnemen. Maar ik kon die scène echt niet meer kwijt in de film. Dat zou dan weer een nieuwe laag worden, waarin ik moet uitleggen dat hij gescheiden is enzo. De film is maar vierenvijftig minuten en loopt al over, met niet alleen Kenny’s muziekcarrière maar ook zijn geschiedenis. In de jaren tachtig, tijdens de Binnenlandse Oorlog in Suriname, zat hij namelijk bij het Junglecommando van Ronnie Brunswijk en heeft hij de vredesonderhandelingen tussen Brunswijk en Bouterse geleid.’

‘Kenny is totaal niet ijdel. Hij zit niet in over hoe hij overkomt, dat maakt hem ook zo leuk'

Walter Stokman

Hoe kwam u op het idee om deze documentaire te maken?

Stokman: ‘Ik had een artikel in Vrij Nederland over Kenny gelezen en ik vond zijn verhaal te gek. Hij is een man die gewoon twintig jaar anoniem in Tilburg heeft gewoond, en op zijn 53ste breekt hij opeens helemaal door. Hij heeft achter de lopende band gestaan, in een aluminiumsmelterij gewerkt, een uitkering gehad; Kenny realiseert zich dat succes betrekkelijk is, en juist daarom ervaart hij wat hem nu overkomt als een groot geschenk. Daarnaast heeft hij een bijzonder leven achter de rug in Suriname. Hij heeft in feite de hele geschiedenis van dat land aan zijn broek hangen. Zijn ouders zijn als boslandcreolen naar de stad getrokken, waar Kenny werd gediscrimineerd. Hij mocht niet meevoetballen met andere kinderen, ze maakten oerwoudgeluiden tegen hem. Maar hij heeft er zijn kracht van gemaakt; doordat hij niet mocht meedoen, ging hij muziek maken. Als jongeman zat hij vervolgens eerst in het leger en daarna bij het Junglecommando van Ronnie Brunswijk. Een uitgekookte muzikant zou zeggen: ik wil het daar niet over hebben in een documentaire, ik wil alleen over mijn muziek praten. Maar Kenny vindt: dit was mijn leven en daardoor ben ik ook wie ik ben. Het enige wat hij per se niet gefilmd wilde hebben, is dat hij rookt. Je zit dus gewoon met hem te praten over de overvliegende kogels in de Binnenlandse Oorlog, maar een sigaret is dan opeens uit den boze, haha. Verder mochten we overal bij zijn en overal over praten, heel anders dan bij de meeste muzikanten die ik heb gefilmd.’

Hoe gaat het filmen van andere muzikanten dan? En waarom staat Kenny B er anders in?

‘Kenny is wel trots, maar totaal niet ijdel. Hij zit niet in over hoe hij overkomt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Anouk, over wie ik anderhalf jaar lang tevergeefs een documentaire heb proberen te maken; die was doodsbenauwd dat er iets met haar gebeurde dat ze niet controleerde. Dat controlfreakerige zit er vaak enorm in bij muzikanten, ze willen hun image helemaal kunnen bepalen. Kenny heeft dat totaal niet, dat maakt hem ook zo leuk. Hij is nergens bang voor.’

 

'De muziek van Kenny is feelgood, maar het zit allemaal heel knap in elkaar'

Walter Stokman

Wat heeft u het meest verbaasd bij het maken van de film?

‘Ik vind het best treurig hoe Nederland en Suriname elkaar hebben laten glippen. We zijn als een soort opstandige puber en trotse ouder van elkaar af gedreven. Je komt daar een tropisch land binnen en je leest en hoort overal Nederlands. Maar toch is het een derdewereldland geworden. En dan denk je: wat stom dat er niet een alliantie heeft kunnen blijven bestaan. Dat wij niet gewoon nog heel veel terugbetalen aan hen vanuit een soort van erfzonde. Dat verbaast me wel, dat die twee landen zich zo onhandig van elkaar hebben losgemaakt. Kenny zegt het ook in de film: er is hier geen ontwikkeling.’

Jullie hebben president Bouterse ook gefilmd, maar dat is niet in de documentaire terechtgekomen.

‘Klopt. We kwamen bij een optreden terecht van een andere Surinaamse zanger, en dat bleek toen een soort nieuwjaarsfeest van de partij van Bouterse te zijn. De president stond daar tegen allerlei zestienjarige meisjes aan te dansen; behoorlijk plat allemaal en een beetje gênant. Maar het paste niet meer in de film. Zoals ik net al zei: er zat al veel te veel in voor die vierenvijftig minuten.’

Wat voor effect hoopt u dat de documentaire heeft op de kijkers?

‘Het mag best een feelgood movie zijn. Kenny heeft het gewoon gemaakt, met al zijn ups en downs; bijna het cliché van you can make it if you try, weet je wel, je bent nooit te laat! Kenny’s muziek is trouwens ook feelgood, maar het zit allemaal wel heel knap in elkaar. Volgens mij is hij zeker geen eendagsvlieg van het type “Kleine wasjes, grote wasjes”.’

Wat is uw favoriete scène in de film?

‘Die met Kenny’s Tilburgse vriend Huub, een ontzettend lieve kunstenaar. Kenny en hij woonden vroeger samen in een gekraakte school, waar ze echt tot elkaar veroordeeld waren. Ze zijn heel close met elkaar. In de film legt Huub uit dat Kenny in de eerste versie van zijn hit “Parijs” meteen met dat meisje terug naar Nederland wilde. Het was Huub die toen zei: je moet nog even iets in Parijs doen, man!’