En vele anderen

Elja Looijestijn

Deze week begint het derde en laatste seizoen van de dramaserie A’dam-E.V.A. Zo veel mogelijk onbekende en verschillende gezichten vinden, was de opdracht van casting director Marc van Bree.

Elja Looijestijn,

Geen serie met meer gastrollen dan A’dam-E.V.A. De belangrijkste personages zijn het jonge stel Adam en Eva en hun vrienden en familie, maar daarnaast zijn er binnen elke aflevering kleinere verhaaltjes over andere Amsterdammers en hun leven. Het maakt de serie uniek: de kijker leeft niet alleen mee met de hoofdpersonen, maar krijgt ook een beeld van de diversiteit van een grote stad, en beseft maar weer dat elke voorbijganger een verhaal met zich meedraagt. Door al deze personages is A’dam-E.V.A. een grote klus voor castingbureau Kemna, maar ook een van de leukste, vindt Marc van Bree. Samen met zijn collega’s Shira Halevi en Fay Muller zocht de casting director naar de juiste acteurs voor elke rol in de serie. ‘Een castingbureau kiest niet wie een rol gaat spelen, maar doet suggesties aan de regisseur en producent,’ vertelt hij op zijn kantoor in Amsterdam. ‘Zij beslissen uiteindelijk wie het gaat doen. Soms dragen we mensen voor en in andere gevallen worden screentests en audities georganiseerd.’

Elke aflevering van A’dam-E.V.A. heeft wel zes à acht grote bijrollen, en dan nog twaalf tot vijftien kleine rollen. Een normale dramaserie heeft over het algemeen vijf bijrollen. De vaste cast van een serie doet altijd screentests, maar de gastrollen worden meestal alleen besproken en uitgekozen. ‘Het uitzonderlijke van A’dam-E.V.A. is dat regisseur Norbert ter Hall voor elke rol, hoe klein ook, een test wil doen,’ zegt de casting director. ‘Hij wil iedereen even zien, om te kijken of het klopt. Ik denk dat dat bijdraagt aan de kwaliteit van de serie. Over alles is nagedacht en je voelt dat het zorgvuldig is gemaakt.’

In tegenstelling tot veel andere series willen de makers van A’dam-E.V.A. zo min mogelijk bekende acteurs op het scherm. Van Bree: ‘Voor mij is dat het leukste wat er is. Ik kan mensen een kans geven en ik ga als kijker veel dieper in het verhaal als ik de acteurs niet eerder heb gezien. Mensen zeggen weleens: waar heb je ze allemaal vandaan? Maar er zijn zo veel acteurs die nooit op televisie zijn, maar die wel heel goed kunnen spelen.’

diversiteit

Kemna Casting is veruit het grootste bureau van Nederland. Er staan pakweg 17.000 mensen ingeschreven. Iedereen mag zich aanmelden, maar er is wel een selectie. Mensen zonder acteerervaring zullen niet snel een rol aangeboden krijgen. Van Bree en zijn collega’s hielden speciaal voor A’dam-E.V.A. een lijstje bij van onbekende, maar interessante acteurs. ‘Als we iemand tegenkwamen waarvan we dachten: die zou leuk zijn voor A’dam-E.V.A., dan noteerden we dat. Leuke mensen die je desondanks bijna nooit ziet. Bij andere projecten is het soms een probleem dat iemand nog niet zo veel gedaan heeft, maar hier is het juist een pre.’

Het invullen van de rollen gaat voor de casting director grotendeels op gevoel: ‘Ik moet geloven dat iemand het echt is. Maar ondertussen willen we wegblijven van typecasting.’ Bij het casten van A’dam-E.V.A. hebben de makers er de nadruk op gelegd dat er zo veel mogelijk diversiteit te zien is in de serie. Regisseur Norbert ter Hall vindt het belangrijk dat de cast een afspiegeling is van het echte Amsterdam, een stad met 180 verschillende nationaliteiten. ‘Dat hebben we vanaf het begin al op gelet, maar in seizoen drie hebben we besloten dat we nog wel een extra stap konden zetten,’ zegt Van Bree. ‘We besloten niet te kiezen voor wat we al kenden, maar de blik te verbreden. De verhalen gaat vaak over een specifieke afkomst, maar we letten ook op “inclusiviteit”. Ook de niet als “donker” omschreven rollen kunnen zo worden bezet. Een notaris is niet per se een oudere man in een net pak, het kan ook een jonge vrouw met een hoofddoek zijn.’

De makers waren bij het invullen van de rollen geen hokjes aan het afvinken, vertelt de casting director. ‘Het gaat niet zo van: er moet nog een Vietnamees in, gelukkig niet. Maar het is wel iets wat continu in mijn achterhoofd speelt. Vooral als ik mezelf erop betrap dat ik toch weer de voor de hand liggende keuze maak.’

tranen

In het derde seizoen krijgen Adam en Eva de zorg over twee pleegkinderen. Tessa Jonge Poerink speelt de ambtenaar van Jeugdzorg die het intakegesprek met ze voert. Zij meet slechts 1,25 meter en maakte dit voorjaar indruk door een rol bij het Nationale Toneel. ‘Norbert had haar gezien en zei: dat is een goede actrice. Want daar begint het natuurlijk mee, iemand moet kunnen spelen. We vonden het leuk om haar te casten voor een rol die niet over haar lengte gaat. Er wordt verder niets over haar uiterlijk gezegd in de scènes, want het gaat daar in dit geval niet om.’

Niet alleen bij A’dam-E.V.A. is Kemna Casting met diversiteit bezig. ‘We zijn ons steeds meer bewust van de rol die we daarin spelen,’ zegt Van Bree. ‘We kunnen makkelijk zeggen: we zijn afhankelijk van de keuze van de rol van de regisseur en producent. Maar we vinden het wel onze taak om andere keuzes aan te bieden en ook te laten weten wat wij ervan vinden. Wat op televisie wordt uitgezonden, heeft in elke huiskamer zijn weerslag. Iedereen wil iets herkennen in waar hij naar kijkt, niet alleen in de verhalen maar ook in de mensen. En iedereen die televisie kijkt, wordt op die manier, misschien onbewust, doordrongen van hoe de wereld eruit ziet. Dat kan ook invloed hebben op hoe je denkt over bepaalde bevolkingsgroepen. Bovendien heeft het ook gewoon een zakelijk belang: het vergroot de doelgroep.’
Nadat het castingproces klaar is, zit de klus voor Van Bree erop en duurt het soms nog wel een jaar voordat hij het eindresultaat ziet. Onlangs zag hij alle afleveringen van het derde seizoen A’dam-E.V.A. achter elkaar. ‘Ik heb hard zitten lachen door mijn tranen heen,’ zegt hij erover. ‘Ik zie dan niet meer de acteurs die ik ken, maar kan ervan genieten als een gewone kijker. Ik ben echt aan Adam en Eva gehecht. Ik hoop dat we ooit nog te weten komen hoe het ze verder is vergaan. Maar dat zeg ik als fan.’