De Duitsland-illusie

Stabiliteit en soberheid staan aan de basis van het Duitse Wirtschaftswunder, wordt altijd gesteld. Duitsland geldt economisch als lichtend voorbeeld voor de rest van het continent, waar de loftrompet wordt gestoken voor de Duitse aanpak. Maar die euforische stemming is onterecht. Sterker nog: de extase waarin Duitsland verkeert is gevaarlijk en bovendien een illusie. Dat zegt Marcel Fratzscher, directeur van de denktank German Institute for Economic Research. Hij schreef het pas verschenen Die Deutschland-Illusion, een boek dat in Duitsland inslaat als een bom. Is de Duitse economie veel zwakker dan we denken? 

Chris Kijne sprak met hem:

U zegt dat Duitsland en Europa in dromenland leven. Iedereen kijkt vol bewondering en jaloezie naar de Duitse economie, en dan komt u en u zegt: dat is een illusie.

Ja, de Duitse economie doet het zeker goed als je het vergelijkt met zijn buurlanden. Duitsland is relatief goed de crisis doorgekomen, met positieve groeicijfers en een dalende werkeloosheid. Maar als je de cijfers sinds 2008 goed bekijkt, zie je dat er amper sprake was van groei. Het was maar 1% per jaar.

Nog belangrijker zijn de grote structurele zwakheden van de Duitse economie, met name lage investeringen, waardoor het land de komende jaren steeds minder groei en welvaart kan genereren.

U zegt dat het vooral investeringsprobleem is. Waarom wordt er dan te weinig geïnvesteerd in Duitsland?

Het investeringscijfer in Duitsland is al 20 jaar laag, zowel publiek als privaat. Vooral de overheid investeert weinig; veel minder dan geïndustrialiseerde landen in de rest van Europa. Dat komt omdat er een krachtige schuldenrem op is gezet; de regering kan zich maar moeilijk in de schulden werken.

De Duitse overheid heeft de laatste jaren het mes gezet in publieke investeringen, maar niet in publieke uitgaven, zoals lonen van ambtenaren en pensioenen. Sterker nog, die uitgaven zijn juist toegenomen.

Het voornemen om overheidsschulden terug te dringen is heel goed, maar het resultaat is dat er minder wordt geïnvesteerd. Daardoor gaat onze infrastructuur er op achteruit, er wordt weinig in onderwijs gestoken. Het is een tragedie: de poging overheidsschulden te drukken is een belangrijke reden waarom onze investeringscijfers zo laag zijn.

Maar hoe ernstig is dat, dat er niet geinvesteerd wordt. Men ziet over het algemeen toch dat de Duitse industrie er heel goed voor staat. Wat heeft dat precies met die overheidsinvesteringen in infrastructuur te maken?

De Duitse industrie is helemaal niet zo sterk als het lijkt. Duitsers zien in het buitenland grote Duitse bedrijven die het international goed doen: autofabrikanten, machinefabrieken, chemiebedrijven, de farmaceutische industrie…Duitse bedrijven hebben een goede concurrentiepositie, maar dat behelst slechts een deel van de totale economie. En bovendien, die bedrijven exporteren nu veel van hun producten naar het buitenland, en produceren ook steeds minder in eigen land.

Het vervallen van de infrastructuur drukt veel kosten op Duitse bedrijven in heel het land, vooral in de dienstensector. Als je als bedrijf jouw werknemers goed wil betalen en meer wil produceren, maar je hebt te maken met slechte wegen en slechtfunctionerende telefoonaansluitingen, dan stijgen natuurlijk de kosten. Duitse bedrijven investeren dus steeds minder in Duitsland, en trekken naar het buitenland. Dat is al 20 jaar zo.

Dat is in uw boek ook de eerste illusie die u doorprikt; u zegt dat die kracht van de Duitse economie een beetje schijn is, dat er een heel structureel probleem onder ligt. De tweede illusie is volgens u dat Duitsland zegt dat het het wel alleen kan. Dat ze Europa niet nodig hebben. Hoezo is dat een illusie? De Duitse wereldwijde export rijst de pan uit, heel China wil in een Audi rijden!

Ja, Duitse bedrijven doen het goed in Azië: in China, maar ook in de Verenige Staten gaat het voor de wind. Maar: Duitsland heeft ook Europa nodig. 60% van de Duitse export gaat naar landen binnen de Europese Unie. Het is zelfs meer als je Europese landen buiten de EU meerekent. […] Dus, ook al neemt de export wereldwijd toe, Europa blijft voor Duitsland de belangrijkste handelspartner. Dat gaat nooit veranderen.

De toekomst van Duitsland ligt in Europa, niet in Azië. Duitsland is bovendien maar een klein land. We hebben 80 miljoen inwoners in een wereld van ruim 7 miljard mensen. We hebben vier procent aandeel van het totale Bruto Binnenlands Product. Dat aandeel neemt in rap tempo af, terwijl het bij opkomende markten toeneemt. Duitsland kan alleen gehoor geven aan zijn economische belangen met een sterk Europa in de rug.

En alleen Europa of de EU als geheel kan ervoor zorgen dat nationale belangen van lidstaten internationaal worden gehoord als je als Europa zijnde een eenduidig geluid laat horen.

U zegt eigenlijk, het Duitse zelfbeeld klopt niet want jullie zijn eigenlijk maar een hele kleine speler wereldwijd. Anders gezegd: het was niet zo goed voor Duitsland om wereldkampioen te worden deze zomer?

Het was juist heel goed voor Duitsland om wereldkampioen te worden, de Duitsers zijn erg trots. Maar ze denken ook dat ze wereldkampioen export zijn en wereldkampioen sparen. Te veel euforie is een slechte zaak. We weten wat er gebeurt als je te trots bent: je wordt lui, gaat minder werken of stopt zelfs helemaal. Dat is precies wat er in Duitsland gebeurt.

De Duitse overheid heeft het afgelopen jaar alles willen verdelen. Het economische product moet je zien alseen soort taart die verdeeld moet worden, en die zo groot is dat er om gevochten wordt wie welk stuk krijgt. Daardoor wordt vergeten dat er wel gewérkt moet worden om te garanderen dat de taart er morgen ook nog is, en ook over vijf en tien jaar.

Dat is het probleem: we focussen op het verlagen van de pensioensleeftijd, en keren ook meer pensioen uit. We hebben het te weinig over wat Duitsland dóét aan publieke en private investeringen. Zodat bedrijven banen kunnen creeëren, mensen een beter inkomen hebben en goede banen hebben die er over tien/twintig jaar nog steeds zijn. Deze discussie ontbreekt nu in Duitsland.

Er moet meer geïnvesteerd worden, eventueel samen met het bedrijfsleven. Nou, dat komt goed uit want u ben inmiddels een van de belangrijkste adviseurs van minister van Economische Zaken Sigmund Gabriel. Die wil ook gaan investeren…dus eigenlijk is het probleem inmiddels opgelost?

Nee, het probleem is niet opgelost in Duitsland. De overheid heeft onlangs aangekondigd dat het belangrijkste economische beleidsdoel voor volgend jaar een evenwichtig budget is. Anders gezegd: schuldvermindering is belangrijker dan investeren in wegen en onderwijs.

Dat is een verkeerde prioriteit. Ik denk dat de Duitse overheid het verkeerd ziet om schuldenverlaging belangrijker te maken dan publieke investeringen. Ik hoop dat hun standpunt volgend jaar zal veranderen. Ik vrees dat da took gaat gebeuren want de groei vermindert per maand, we hebben deze week weer slechte cijfers over de industriële productie gekregen. De Duitse economie is is ernstig aan het stokken.

U benadert in uw boek vooral ook het belang van Europa en verdere Europese integratie. Maar in Brussel is iedereen vooral bezig met budgetdiscipline en bezuinigen. Zou Brussel Duitsland ’s meer op de vingers moeten tikken met een boete en ervoor moeten zorgen dat Duitsland meer gaat investeren?

We hebben over uitgaven en schulden gezamenlijke regels in Europa. Een procedure die garandeert dat lidstaten geen slecht beleid voeren. We noemen dat de ‘procedure macro-economische onevenwichtigheden’. Duitsland heeft een begrotingsoverschot: te veel spaargeld, te weinig investeringen. En het komt er mee weg: de Europese Commissie heeft Duitsland geen boete gegeven. Dat was fout, vind ik. Ik vind dat de Europese Commissie veel strenger mag zijn voor Duitsland. Ze zouden moeten zeggen: ‘je investeert te weinig, je spaart te veel. Dat moet anders, want hier belast je de rest van Europa mee’. Ze hadden echt wat strenger mogen zijn een half jaar geleden. Ik hoop dat het volgend jaar alsnog wordt opgepakt, want de ontwikkelingen zetten volgend jaar en het jaar daarop waarschijnlijk door.

En wat het Duitse zelfbeeld betreft, in Duitsland denkt men over het algemeen toch vooral nog dat Europa geld kost en dat Europa ook uit is op dat Duitse geld dus die mentaliteit Alternativen op last van Europa om meer te gaan investeren is er nog niet echt. De hebben bv nog een grote verkiezingsoverwinning behaald in Saksen.

Ja, Duitsland heeft wat dat betreft hetzelfde probleem als zo’n beetje elk ander Europees land. Als iets goed gaat kloppen politici zich op de borst en claimen zij de winst. Als iets fout gaat geven ze Europa en de Euro de schuld. Ik denk Duitsland meer moet doen om Europa uit de crisis te slepen. Het is in ons eigen belang dat Frankrijk en Italië kunnen groeien. Daar heeft Duitsland Europa voor nodig: Duitsland kan alleen zelf groeien als het omgeven is door een sterk Europa. Dat besef ontbreekt echter volledig in Duitsland.

Europa helpen betekent dat Duitsland meer moet samenwerken. Europese beleidsvoering moet meer worden gecoördineerd in Brussel, bij de Europese Commissie en onder de lidstaten. Dat betekent ook dat je risico’s moet delen met je buren. Dat is wat er bijvoorbeeld gebeurt door de Europese Centrale Bank meer krediet te geven, wat weer kan worden gebruikt door banken – vooral in zuidelijk Europa. Alleen door deze hulpmiddelen beschikbaar te stellen kunnen landen weer groeien, en dat kan Duitsland ook weer helpen.

En als dat niet gebeurt, wat is het doemscenario?

Het doemscenario is stagnatie. Mijn angst is dat de groei in Europa heel laag wordt, nog minder dan 1 procent. Te weinig om werkeloosheid terug te dringen, te weinig om banken te helpen hun schulden terug te betalen en daarmee risico’s te vermijden. Te weinig groei om schulden van huishoudens te verminderen, waar de private schuld nog erg hoog is. Te weinig om overheden toe te staan belastingopbrengsten te gebruiken om schulden tegen te gaan, waardoor er niets meer over is voor publieke investeringen en sociale doeleinden. We belanden zo in een vicieuze cirkel, waarbij de economie stagneert en er te weinig groei is om daar uit te komen, en waar regeringen het aan de moed ontbreekt om de juiste hervormingen door te voeren.