dertigjarige oorlog

Chris Kijne ,

In zijn boek De nieuwe heilige oorlog verslaat Patrick Cockburn het bloedige instorten van Syrië en de desintegratie van Irak. ‘Op dit moment is het essentieel om alle krachten te bundelen tegen IS.

Militairen ISIS aan frontlinie

De Ierse journalist en Midden-Oostencorrespondent Patrick Cockburn (65) schrikt er niet voor terug de zaken helder te stellen. Al meteen in de openingszinnen van zijn boek De nieuwe heilige oorlog, waarin hij de strijd tegen IS probeert te ontrafelen, neemt hij ferm stelling: de ‘War on Terror’ is een totale mislukking. Sterker: het wereldwijde offensief tegen de gewelddadige islamisten die op 11 september 2001 vuur spuwden in New York en Washington, heeft de wereld veel onveiliger gemaakt.

Gevraagd naar de onderbouwing van die niet malse bewering heeft Cockburn ook maar weinig woorden nodig: ‘Ach, kijkt u even mee: vanaf de grens tussen Pakistan en Afghanistan, via Syrië en Irak, naar Somalië, Nigeria, Mali en Libië. Daar woeden nu bij elkaar zeven oorlogen. In het Midden-Oosten is een beweging actief die nog gewelddadiger en wreder is dan Al Qaida. Die beheerst een grondgebied zo groot als Groot-Brittanië. Die hele “War on Terror” had als doel om Al Qaida uit te schakelen, we zijn veertien jaar verder en dit is het resultaat. Me dunkt dat je dan van een totale mislukking kunt spreken.’

Een Amerikaanse soldaat bij een brandend olieveld tijdens de Irakoorlog van 2003

Cockburn weet waar hij het over heeft. Veertig jaar correspondentschap in het Midden-Oosten, met onderbrekingen in Washington en Moskou, maakten hem getuige van de Libanese burgeroorlog, de Eerste en de Tweede Golfoorlog en de oorlog in Afghanistan. En nu verslaat hij het bloedige instorten van Syrië en, in zijn woorden, de desintegratie van Irak. Zijn leven met het Midden-Oosten leidde inmiddels tot drie boeken over Irak, en alweer twee over IS en de soennitische opstand die volgens hem aan die beweging ten grondslag ligt. Hij kreeg er de Martha Gellhorn Prize voor, de James Cameron Prize, de Orwell Prize for Journalism, was Foreign Commentator of the Year in 2013 en Foreign Affairs Journalist of the Year in 2014. We spreken Cockburn via skype vanuit Bagdad. En zijn verhaal over de nieuwe heilige oorlog is verontrustend.

Cockburn: ‘Het probleem is: Washington en Europa hebben geen strategie. Ik zag onlangs een hoorzitting in het Congres waar een gepensioneerde Amerikaanse generaal zei: we zitten in de pre-strategische fase. Dat is een aardige manier om te zeggen: we hebben geen flauw benul hoe we deze oorlog moeten vechten. Ik bedoel: we bestrijden IS in Syrië, maar we willen ook dat de andere belangrijke machtsfactor in het land, het leger van Assad, verslagen wordt. Maar als dat verslagen wordt, is dat weer in het voordeel van IS. En we zeggen dat we de gematigde oppositie ondersteunen, maar die bestaat niet. De voormalige Amerikaanse ambassadeur Ford, die tot nu toe een belangrijke pleitbezorger was van het bewapenen van de oppositie, zei onlangs dat dat geen goed idee meer is. Omdat die wapens rechtstreeks naar de jihadisten gaan. In Irak is de Amerikaanse strategie iets duidelijker, met het vervangen van oud premier Maliki en het bevorderen van samenwerking tussen soenni’s, sjiieten en Koerden. Maar het is zeer de vraag of dat gaat werken.’

Patrick Cockburn

Hoe komt dat, dat gebrek aan strategie?
‘Ik denk dat het een mengsel is van blindheid, wishful thinking en politiek. Ik zie bijvoorbeeld bij de Europese leiders geen enkel gevoel van urgentie. Misschien dat daar iets aan verandert, nu er paniek ontstaat over Libië. Maar hoewel Cameron en Sarkozy er meteen van overtuigd waren dat het heel verstandig was om Kadhafi te verwijderen, hebben ze geen idee hoe ze met de desastreuze gevolgen moeten omgaan. Ik zie nog geen begin van een gedachte. Voor de Amerikanen ligt dat iets anders, maar die zitten ook verstrikt in hun bondgenootschappen, hun binnenlandse politiek en hun retoriek. Er is geen twijfel aan dat er samengewerkt moet worden – en wordt – met Iran. Maar tegelijkertijd staan er in Washington weer Republikeinen te roepen dat er geen nucleaire deal met de Iraniërs mag komen. Terwijl dat een absolute voorwaarde is voor een oplossing. En er wordt, op de grond in Syrië, natuurlijk ook afgestemd met Assad. Maar die is weer zo weggezet als de baarlijke duivel dat een grotere draai in zijn richting politiek onmogelijk is. ‘

Terwijl, zegt u in uw boek, de grootste fout in de ‘War on Terror’ was dat de échte boosdoeners buiten schot bleven: de Pakistanen die de Taliban tot op de dag van vandaag heimelijk steunen, en de Saoedi’s die al decennia het gedachtegoed verspreiden dat ook aan IS ten grondslag ligt. Sterker nog: dat zijn onze bondgenoten.
‘Dat klopt: de Pakistaanse veiligheidsdienst heeft altijd dubbel spel gespeeld en heimelijk de Taliban en Al Qaida geholpen. Maar de bondgenoot mocht niet voor het hoofd worden gestoten. En de verspreiding van het wahabisme, het salafistische gedachtegoed dat al decennia met enorme financiële en religieuze ijver vanuit Saoedi-Arabië over de wereld wordt gestrooid, is het grootste gevaar van onze tijd. Dat ligt met name ten grondslag aan de manier waarop sjiieten en soennieten nu tegenover elkaar staan. Vroeger werden die stromingen beschouwd als twee manieren om te geloven, maar de wahabisten zien de sjia-islam als een vorm van ketterij. Door allerlei factoren – de oorlog in Irak, waar de soenni’s zijn gemarginaliseerd, de opstand in Syrië, die ook van het begin af aan soennitisch is geweest – is dat een heel bepalende tegenstelling geworden. En die leidt tot ongelooflijk veel geweld en wreedheid.’

Maar de Saoedi’s bestrijden IS nu ook. Hun strategie keert zich tegen hen.
‘Zeker, maar ze zijn daar halfslachtig in. Het monster dat ze gecreëerd hebben, door van het begin af aan jihadisten in Syrië te steunen, keert zich tegen hen. En dat boezemt ze angst in. Maar ze zijn ook in die regionale strijd met Iran verwikkeld. En vinden het dus ook mooi als daar soennitische overwinningen behaald worden. Je ziet ze nog steeds voortdurend heen en weer gaan tussen die twee posities. En er gaat ook nog steeds veel geld uit de Golfstaten naar IS. Voor de Turken geldt hetzelfde. Die hebben ook vanaf het begin de jihadisten gesteund tegen Assad en zijn bang voor de Koerden. Ook die wedden op verschillende paarden. Er spelen allerlei conflicten door elkaar en dat maakt het zo ingewikkeld. Voor sommige Syriërs is het een opstand tegen Assad, voor sommigen een gevecht tussen soennieten en sjiieten, voor weer anderen een oorlog tussen Saoedi-Arabië en Iran, en daar hangen weer de belangen boven van grootmachten als de vs, Rusland en China . De betrokkenheid van zoveel partijen met conflicterende belangen – met religie als brandstof – doet erg denken aan de Dertigjarige Oorlog in het Europa van de zeventiende eeuw. Zeer moeilijk oplosbaar.'

Bomaanslag tegen het Amerikaanse leger in Irak (2006)

Is dat dan ook de tijdspanne die u voor deze oorlog in gedachten hebt, dertig jaar?
‘Dat is onmogelijk te zeggen. Er zijn allerlei redenen om te denken dat het Kalifaat zoals dat door IS is uitgeroepen niet zo lang zal bestaan. Maar het zou heel dom zijn om daar op te gokken. Al die verhalen over implosie en de interne terreur, de bloeddorst die tegen ze zal werken: ik zie het niet. Ja, de soennieten in Mosul in Noord-Irak zijn niet onverdeeld gelukkig met IS, maar ze zijn ook doodsbang voor de sjiieten. En als ze al iets doen, is het vluchten. Ze komen niet in verzet tegen IS. Er is nu al een tijdje sprake van een Iraaks-Koerdisch offensief om Mosul te heroveren, maar ik zie dat echt niet gebeuren. Het huidige offensief tegen Tikrit maakt iets meer kans. Maar uiteindelijk, wanneer ze Tikrit heroveren of grotendeels vernietigen, zal dat de haat van de soenni’s tegen Bagdad vermoedelijk nog vergroten. Omdat het gezien zal worden als een sjiitische overwinning. Er vechten daar minstens 2000 man sjiitische milities mee. Irak is een door en door corrupte kleptocratie, de religieuze en etnische haat en het geweld zijn enorm.'

'De door de Amerikanen afgedwongen machtswisseling had moeten leiden tot verzoening tussen sjiieten en soennieten, maar daar is tot nu toe niets van terechtgekomen. En het leger is nog steeds volstrekt disfunctioneel. Vooralsnog is IS een militair buitengewoon sterke en behendige organisatie, niet in de laatste plaats door de invloed van veel officieren uit het voormalige leger van Saddam. De cia schatte ze onlangs op 20.000 tot 30.000 strijders, maar ik heb andere bronnen die uitgaan van meer dan honderdduizend. En vergeet niet: de top van die organisatie bestaat uit mensen die al sinds 2003 tegen de Amerikanen vechten. Die zijn niet zomaar verslagen. De uitstraling van hun succes vormt, samen met die verspreiding van het wahabisme, een levensgevaarlijk virus dat zich over de hele wereld verspreidt. En dat ook rondwaardt in de straten van Europese steden, zoals we hebben gezien.’

En wat zegt dat over de kracht van de radicale Islam, wereldwijd en in de regio? Er waren toch veel commentatoren die de laatste jaren beweerden dat die al over zijn hoogtepunt heen was.
‘Tja, maar die hoor ik nu niet meer. Je kunt dat ook onmogelijk blijven beweren, wanneer je naar het hele plaatje kijkt. Nationalisme en socialisme hebben echt afgedaan als geloofwaardige ideologieën en dit is het enige dat er voor in de plaats is gekomen. Toen de Arabische Lente begon, hebben we ons blindgestaard op die leuke jongens en meisjes met hun iPhones, maar dat is een illusie geweest. De jihadisten waren van meet af aan sterk aanwezig in die opstand. En zodra een conflict gewelddadig wordt, zoals in Syrië, zijn zij het enige alternatief.’

Dus bestrijding van IS heeft absolute prioriteit?
‘Volledig . Een andere politiek ten opzichte van landen als Pakistan en Saoedi-Arabië is op de langere duur ook erg belangrijk. Maar op dit moment is het essentieel om alle krachten te bundelen tegen IS. Dat is de infectiehaard en daar moet een eenheidsfront tegenover worden gezet. Dat is het allerbelangrijkste. Daar hoort dus Iran bij, maar ook het Rusland van Poetin. Ik erger me enorm aan de manier waarop Poetin gedemoniseerd wordt in het Oekraïne-conflict. De belangen van Rusland in die regio worden volkomen genegeerd. Dat is ten onrechte en gevaarlijk. Men zou daar snel een overeenkomst over moeten sluiten, zodat er samenwerking kan komen in de regio waar het echte gevaar vandaan komt: die hele strook van Afghanistan tot West-Afrika. Helaas zie ik, met name in Europa, noch het besef, noch het leiderschap dat in die richting werkt.’