van vrijheidsstrijder tot autocraat

Mitra Nazar ,

Hongarije is in de ban van anti-regeringsdemonstraties. Het protest richt zich bijna uitsluitend op één man: premier Viktor Orban, de leider die zich heeft ontpopt als een autocraat die geen tegenspraak duldt. En dat terwijl hij eens vrijheidsstrijder was.

Een anti-regeringsprotest bij het parlementsgebouw in Boedapest (niet die van maandagavond overigens)

‘Delete Viktor’ staat op één van de spandoeken die maandagavond in overvloed te zien waren op het plein voor het parlementsgebouw in Boedapest. Naar schatting tienduizend Hongaren gingen de straat op om hun democratie te verdedigen en het aftreden van premier Viktor Orban te eisen. Het protest kwam na een verrassend grote demonstratie eind oktober tegen de invoering van een controversiële belasting op het internet. Premier Orban kondigde niet veel later aan dat de internetbelasting voorlopig van de baan is, maar de Hongaren namen daar geen genoegen mee. Nu het land vier jaar stevig in de grip is van Orban en zijn partij Fidesz, broeit er iets in de Hongaarse samenleving.

Premier Orban gedraagt zich steeds meer als een autocraat, een autoritair leider met conservatief-nationalistische denkbeelden die geen tegenspraak duldt. Tijdens zijn vier jaar leiderschap heeft hij de controle over de media, de rechtelijke macht, economische instellingen, het bedrijfsleven volledig naar zich toe getrokken. Hij herschreef de grondwet en veranderde de kieswet en heeft nu ook de aanval geopend op door het buitenland gefinancierde non-gouvernementele organisaties.

Maar Hongarije is wél lid van de Europese Unie. En die zit niet te wachten op een autocratie in zijn midden. De zorgen groeien nu Orban zich ook nog eens naar het oosten keert, door deals te sluiten met de Russen over gas en de investering in een kerncentrale.

Het is bijna niet te bevatten dat diezelfde Viktor Orban zo’n 25 jaar geleden een anti-Russische vrijheidsstrijder was die aan de wieg stond van de democratisering in Hongarije.

dubbele persoonlijkheid

Het is woensdagavond. Ik ontmoet Laszlo Keri in de studentensociëteit Bibo, in het Pest-district van Boedapest. De gepensioneerde hoogleraar politicologie is uitgenodigd om een lezing te geven over de huidige politieke crisis in Hongarije aan studenten politicologie en rechten.

'Wil je zien waar Orban zijn eerste politieke stappen heeft gezet?' vroeg Keri toen ik hem eerder op de dag belde. 'Kom vanavond, dan vertel ik je alles over de dubbele persoonlijkheid van Viktor Orban.'

De lezing vindt plaats in de studentensociëteit waar Orban als jonge student zijn leiderschapstalenten voor het eerst kenbaar maakte. Aan de muur hangt tussen anderen een foto van een jonge Orban, op een feestje in discussie met een medestudent.

snelle denker

Hij was één van Keri’s studenten in de jaren tachtig. 'Iedereen zag dat hij het ver zou schoppen', vertelt hij na afloop van het college. 'Een getalenteerd debater, hij was een snelle denker.' Voor de val van het IJzeren gordijn in Oost-Europa schreef Orban zijn dissertatie over de Poolse vakbeweging Solidarnosc en het verzet tegen het communistische regime in Polen. Hij reisde er stiekem voor naar Polen en raakte besmet met het revolutievirus. In de conclusie van zijn proefschrift schreef hij dat de burgerbevolking, de "civil society", de strijd moest aangaan tegen gemonopoliseerde macht van de staat. 'Het was bijna honderd pagina’s lang; hij was de enige die dat durfde op te schrijven in die tijd', zegt Keri.

En inderdaad, toen er in 1989 een eind kwam aan het communistische bewind in Hongarije, stond Viktor Orban vooraan. Hij was erbij toen in 1988 zijn partij Fidesz (Verbond van Jonge Democraten) werd gesticht, in diezelfde studentensociëteit.

'Het verdedigen van het maatschappelijk middenveld was Orban’s belangrijkste politieke missie in die tijd', gaat Keri verder. 'En nu, vijfentwintig jaar later, is hij een ander persoon.'

De nog jonge democratie in Hongarije begon eerste barsten te vertonen in 2011 toen Orban een controversiële mediawet doorvoerde. Een wet die de regering verregaande bevoegdheid geeft om media te controleren en te bestraffen als er iets wordt gepubliceerd dat volgens door de regering bepaalde richtlijnen niet door de beugel kan.

Na zijn herverkiezing in april 2014 richt Orban zijn pijlen op het maatschappelijk middenveld. Tal van non-gouvernementele organisaties worden beticht van samenzwering met de politieke oppositie. Er worden invallen gedaan bij NGO’s die gefinancierd worden met buitenlandse fondsen. Er bestaat een "zwarte lijst" van dertien ngo’s die volgens de regering een gevaar zijn voor de nationale Hongaarse belangen. Het zijn mensenrechtenorganisaties, anti-corruptie-denktanks en organisaties die kritiek uiten op politieke besluitvorming. Precies dat maatschappelijk middenveld waar Orban het over had in zijn proefschrift over de Poolse opstand. Die "civil society" moest de strijd aangaan met de autoritaire staat, schreef hij destijds.

Rusland als voorbeeld

'En dan Rusland', zegt Keri. 'Orban was het symbool van de anti-Russische sentimenten in Hongarije. Nu zegt hij dat Rusland een voorbeeld is voor Hongaarse modernisatie. Kun je het geloven?'

In juli dit jaar hield Orban zijn jaarlijkse toespraak voor de Hongaarse minderheid in Roemenië. De toespraak werd legendarisch en berucht in binnen- en buitenland. Orban riep op te werken aan een niet-liberale nieuwe staat gebaseerd op eigen, nationale waarden. Een zogenaamde "illiberale democratie". Daarbij noemt hij landen als Rusland, Turkije en China als goede voorbeelden.

Keri slaakt een diepe zucht. Hij heeft veel nagedacht over Orban’s transformatie, van vrijheidsstrijder tot autocraat. 'Hij is het soort mens dat ervan overtuigd is dat hij - en alleen hij - Hongarije kan beschermen. Mensen die in zo’n rol voor zichzelf geloven hebben wat mij betreft een mentale ziekte. Hij is het zelfde type politicus als de Servische leider Milosevic was, en dictator Lukashenko van Wit-Rusland is.'

In zijn vrije tijd analyseert Keri de speeches die Orban houdt. 'Tot mijn verbazing is hij begonnen in de eerste persoon te spreken. Dus niet meer uit naam van de regering, maar uit naam van hemzelf. In de ik-persoon', zegt hij. 'Weet je, dat is typisch iets wat dictators doen.'

Keri is bezorgd over de toekomst van Hongarije. 'Als Fidesz aan de macht blijft verwacht ik binnen een paar jaar een nieuwe sociale en politieke revolutie in Hongarije.' De recente demonstraties stemmen hem hoopvol. 'Voor de jonge generatie is democratie iets natuurlijks. Ik zie een generatie die afstand neemt van alle politieke partijen. Ze zijn links noch rechts. Het is hun democratie die in gevaar is. Zij moet dit nu doorzetten.'

Dopeman

In een cafe in het 13e district van Boedapest ontmoet ik een Hongaarse rapper die bekend staat als DopeMan, maar zijn echte naam is Laszlo Pityinger. Pityinger ontpopte zich tot een van de stemmen van de opstand. In 2012 kwam hij al op het politiebureau terecht vanwege het beledigen van het volkslied in een anti-regerings rapsong. Die zaak tegen hem loopt nog.

'Zij hebben de macht. Ze vertellen je dat je alles kunt doen, maar als je tegen ze bent wordt je weggezet', zegt hij over zijn arrestatie. 'En langzaam zullen ze je verstikken.'

Voor zijn laatste videoclip reisde Pityinger naar Felcsut, het geboortedorp van Viktor Orban. Hij nam een groep figuranten mee die hij verkleed als zombies door het dorp liet zwalken. 'Zombies, dat zijn de mensen die zonder na te denken achter Orban aanlopen,' legt hij uit. 'Tijdens de opnames kwam de politie achter ons aan, gelukkig waren we net klaar.'