De geschiedenis achterhaalt ons

Nick Boers ,

Het migratiedebat in Europa is verre van uniek. 'Over twintig jaar zullen we het nog over de migratie in en uit Afrika hebben.' Bram Vermeulen vertelt over De trek.

Door zijn beroepstitel ‘correspondent’ zou je het bijna vergeten, maar Bram Vermeulen is inmiddels al ruim vijftien jaar migrant. ‘Maar dan wel van de luxe soort,’ vertelt de journalist (standplaats Zuid-Afrika) als hij een paar dagen op bezoek is in zijn geboorteland. ‘Daarbij volg ik natuurlijk het debat in Nederland – en over de hele wereld – en wat mij opvalt is dat er heel veel over migratie wordt gesproken, veel ook over migranten, maar heel weinig mét migranten. Dus daar wilde ik een serie over maken. Met de mensen waar het echt om gaat.’

In De trek reist Vermeulen het Afrikaanse continent over om kennis te maken met de mensen die hij ‘de hoofdrolspelers in het migratiedebat’ noemt: mensensmokkelaar, drenkeling, xenofoob en gedeporteerde. ‘Dat zijn eigenlijk vier archetypen en elke aflevering gaat over één van die karakters. In de eerste aflevering gaat het dus alleen maar over de smokkelaar: wie is dat? Waar komt hij vandaan, waarom doet hij wat hij doet, hoe zie ik hem?’

Om dat te ontdekken reist Vermeulen naar Agadez, de smokkelhoofdstad tussen West-Afrika en Europa. De stad op de rand van de Sahara is voor velen het eerste vertrekpunt voor hun lange reis. ‘En daar krijg je heel sterk het gevoel dat alle woorden die in Europa over migratie gesproken worden, compleet kapotslaan op de werkelijkheid van een stad als Agadez, die niet sinds gister maar echt al eeuwenlang bestaat van mensenhandel. Van slavernij eeuwen geleden tot aan migratie vandaag.'

‘Het is daarbij interessant, dat de Nigerijnen zelf niet naar Europa migreren. Zij zijn juist de transporteurs, degene die daaraan verdienen. Aan mensensmokkel, wapensmokkel, drugssmokkel, zout of goud, maakt niet uit: transport, dat is wat ze doen. Het is een karavaanstad.'

'Die smokkelaars zeiden dan ook: dit gaat echt niet ophouden. Zelfs de mensen die uit naam van Europa bezig zijn met de bestrijding van migratie, die geven dat eigenlijk toe. Wat Europa dus vooral doet, is het aan de eigen kiezers vertellen: wacht maar, we zijn ermee bezig. Komt wel goed. Maar we weten allemaal dat dat helemaal niet kan.’

Ik las ergens dat je aan de reis naar Agadez begon met de vraag: ‘Kan ik van een smokkelaar houden?’

Agalit is naast smokkelaar ook scholier. 'Tijdens zijn examens moest ie nog weg om zijn lading van veertig migranten op de auto te krijgen.'

‘Dat is een beetje een overdreven ambitie misschien, om van iemand te houden, maar: zou ik mijn leven in hun handen durven te leggen? Zo ontmoeten we Agalit, die nog gewoon schoolgaande jeugd is, daar voel je aan alles dat je die niet moet vertrouwen, dat is gewoon een ritselaar. En dan is er ook nog een oudere smokkelaar, die heeft twee kinderen – overigens niet alleen in Agadez maar ook in Libië, hij pendelt tussen twee gezinnen – en die denkt over de dingen na, die heeft gewoon al meer levenservaring, die weet wat hij doet.'

‘Nou benijd ik de migranten niet die achter bij hem op de auto plaatsnemen. Die worden echt als koffers gestapeld, waarbij je dus bij elkaar op de knieën zit en dat dagenlang. Maar ik kreeg wel respect voor die man. Hij zegt ook: ja, jij mag mij een smokkelaar noemen, maar wij zien onszelf gewoon als chauffeurs, als dienstverleners. Daar kan ik mij wel iets bij voorstellen. Een mensensmokkelaar krijgt in de Europese pers de schuld van alles, maar hij bestaat alleen maar omdat het reizen vanuit sommige gebieden in de wereld onmogelijk wordt gemaakt.’

Zou je dus bij hem in de auto stappen?

‘Nee, dat niet. Maar ik heb door mijn eigen reizen wel veel geleerd over de beweegredenen waarom mensen dat wel doen, want die zijn veel minder simpel dan: ze hebben geen andere keus, de armoede is zo groot, ze moeten wel. Migratie is iets wat over de eeuwen is gegroeid, ingezet door de eerste contacten met slavenhandelaren en kolonisten die de routes hebben uitgestippeld.'

‘De geschiedenis achterhaalt ons, en je kunt zeggen: ja maar, zij komen naar ons, wij zijn ook naar hen gegaan. Afrika is één grote geschiedenis van witte mannen die voor weinig of geen geld de jackpot dachten te hebben gewonnen: gratis goud, gratis diamanten, gratis katoen, gratis chocola, noem het allemaal maar op.'

‘Neem de auto-industrie in Frankrijk, die Senegalezen nodig had in de fabrieken. Mensen in Senegal zeggen: jullie willen dat het ophoudt, bouw dan een fabriek hier. Het hele economische model van dat dorp is inmiddels gebouwd rond die industrie. Dus ik snap dat, als jij in zo’n dorp woont, er maar één manier is om zelfrespect en respect van de gemeenschap krijgen: vertrekken.

‘Net zo goed kan ik mij voorstellen dat, als je twintig bent, je je sterk genoeg voelt om dat avontuur aan te gaan. Why not? Als ik daar geboren zou zijn, zou dat ook mijn keuze zijn geweest. Sterker nog: de keuze om te gaan reizen en weg te gaan heb ik ook gemaakt – alleen  vanuit een luxepositie. Ik hoefde nooit de Middellandse zee per boot over te steken, alleen maar naar de ambassade.’

Waarom heb je je beperkt tot Afrika?

‘Syrië en Afghanistan zijn erg belangrijk voor Europa, maar Syrië is een oorlog die uiteindelijk ook weer op zal houden. Over twintig jaar zullen we het nog over de migratie uit Afrika hebben. Ik wil laten zien dat migratie niet alleen iets is dat naar Europa komt, het is iets waar alle landen mee worstelen - en dat negentig procent van de migratie daar ook binnen Afrika blijft: van stad naar platteland, tussen landen onderling. En dat al die angsten en al die haat, geweld, frustratie, dat dat bijvoorbeeld ook leeft in Zuid-Afrika.'

‘Daar leidt het tot bloedvergieten; zo zie je ook dat geweld altijd gebeurt in de allerarmste gebieden van het land, waar mensen gefrustreerd zijn over beloften die niet zijn waargemaakt door de regering. En die vervolgens niet botvieren op de aandelenbeurs, op het witte kapitaal, op rijke wijken, maar nee, die vieren ze bot op de buurman die uit een ander land komt, die krijgt de schuld van alle ellende. Dat is volgens mij een universeel verhaal. De situatie in Europa is niet uniek; het migratievraagstuk speelt overal, iedereen zit met die worstelingen en dilemma’s. De stad verandert, de wijk, wat moeten we daarmee?’

Snap je die angst?

‘Ik begrijp heel goed dat iemand die in Apeldoorn naar de televisie zit te kijken, ziet dat er tienduizenden aangemarcheerd komen die een cultuur hebben die de zijne niet is, dat dat angsten oproept. Wat gaat dat betekenen voor mijn leven, voor de normen en waarden waarin ik ben opgegroeid, wat als we de meerderheid verliezen? Dat zijn heel natuurlijke, menselijke gevoelens, die in Zuid-Afrika wel tot verschrikkelijke dingen hebben geleid. Witte Zuid-Afrikanen zijn door Nederlanders jarenlang met de nek aangekeken en nu overkomt het onszelf.'

‘Dus ik heb daar wel begrip voor, maar ik relativeer het: noem een land waar de bewoners alleen maar uit dat land komen. Noem eens een plek in Nederland waar de mensen nog puur Nederlanders zijn, die bestaan helemaal niet meer. Dat is ook de taak van opinieleiders, politici, om ons volk niet alleen maar te helpen in hun angsten, maar ze klaar te maken voor de volgende eeuw. Om te zeggen: wat u er ook van vindt, dit is wel de realiteit. En die is niet te stoppen.’