De veermannen van de Sahara

Bram Vermeulen ,

De stad Agadez in het noorden van Niger is de hoofdstad van de mensensmokkel tussen West-Afrika en Europa. Bestrijding is geen prioriteit: wie deze enige bron van inkomsten weghaalt, drijft jonge mannen in de armen van jihadisten.

Dit artikel verscheen op 20 februari 2016 in NRC Next.

Het is maandag, een half uur voor middernacht, als Musa zijn winterjas rechttrekt en met vaderlijke stem de jonge mannen en vrouwen toespreekt die hij net als koffers achterop zijn Toyota Hillux heeft geladen. 'Jullie hebben een lange reis voor de boeg,' zegt hij, terwijl hij met knijpende ogen tegen de koude woestijnwind de ogen van de reizigers zoekt. 'Er is weinig ruimte. Zorg dat je elkaar niet in de weg zit en hou je goed vast. Goede reis.' Zijn woorden worden met stilzwijgen ontvangen.

Dan laat hij zijn lading voor wat die is en keert terug naar zijn kamer met matras, waar een dampende schaal met rijst en lamsvlees op hem wacht. Een chauffeur moet goed eten. De migranten wachten, in stilte.

Generaties lang wordt er al gesmokkeld vanuit deze woestijnstad in Niger in het hart van de Sahel naar de buurlanden Algerije en Libië. Al sinds de vijftiende eeuw is Agadez met zijn zanderige straten vol huizen gemaakt van kleisteen de belangrijkste handelspost tussen West- en Noord-Afrika.

Nu is Agadez verworden tot hoofdstad van de mensensmokkel in West-Afrika, ondanks de miljarden die Europa de regeringen in de Sahel beloofd heeft voor de bestrijding ervan. 'Niemand zal ons stoppen,' zegt Musa. 'Nooit.'

Drie weken bracht ik door in de stad die geldt als belangrijkste doorvoerhaven van West-Afrikaanse migranten naar Europa. Iedere maandag zag ik honderden mensen vertrekken. Niemand legde hun een strobreed in de weg. Bij het vallen van de avond dansen tientallen Toyota's over de hobbelwegen de stad uit, richting Libië. Elk met tenminste 25 migranten in de achterbak. Verder op de route worden de auto's opgepikt door een konvooi van het regeringsleger van Niger, die hun gewapende geleide biedt tot de grens met Libië.

de eenzaamste boom ter wereld

Volgens een schatting van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) trokken in het afgelopen jaar 120.000 migranten door Agadez. Dat waren er 20.000 meer dan het jaar ervoor en 20.000 meer dan het jaar dáárvoor. Hoe hoger de hekken aan de andere kant van de Middellandse Zee, hoe strenger de wetgeving, hoe feller het verzet, hoe meer er vanuit hier vertrekken.

Eenderde haalt het tot het Italiaanse eilandje Lampedusa, acht dagen reizen van hier. Het dilemma voor Europa: hoe hiertegen op te treden zonder de enige bron van inkomsten weg te nemen in een regio omgeven door jihadistische bewegingen die lonken naar de werkloze jeugd?

'Wij zijn allemaal naar school gegaan. En wat doe je dan als je klaar bent?,' vraagt een jonge chauffeur in een huis waar de smokkelaars elk weekend bij elkaar komen om te roken en thee te drinken. 'Na school is er niets. De autoriteiten zeggen onze handel te willen stoppen maar bieden ons geen alternatief. We willen werken. Waarmee gaan we dat geld anders verdienen dan met de migranten?'

De mensensmokkel zit Agadez in het bloed. Bambara, worden de migranten genoemd: het Toeareg-woord voor slaven. Ook de vader van Musa leefde van de mensenhandel. Hij leerde Musa de sterren te lezen als routekaart door de woestijn, zoals hij het van zijn vader had geleerd. Zijn opa is berucht omdat hij het voor elkaar kreeg de enige boom van de uitgestrekte woestijn op de grens van Niger, Libië en Tsjaad omver te rijden. Die acacia was een onmisbaar oriëntatiepunt in de Sahara, nergens in een straal van 400 kilometer was een levende plant te bekennen, het was de eenzaamste boom ter wereld. De boom viel om. Musa's opa werd in 1973 naar Libië verbannen en mocht nooit meer terugkeren naar Niger. De boom, l'arbre du Ténéré, staat nu in het museum van de hoofdstad. Hij staat vermeld op alle kaarten van dit land, op de weg van Agadez naar de grens met Libië.

verborgen achter de supermarkt

Musa houdt zijn migranten de hele week verborgen in het hofje achter zijn supermarkt vol waren uit Libië: koekjes, toiletrollen, maandverband. De meesten komen uit Gambia, sommigen uit Ghana en Ivoorkust. Ze vluchten niet uit levensnood, maar uit gebrek aan perspectief. 'Daar zijn we ook al dood', zegt een jongen uit Gambia.

Musa rijdt migranten heen, en benzine en andere Libische smokkelwaar terug naar Agadez. Met dank aan Moammar Gadaffi, wiens val niet alleen smokkelroutes openbrak die decennialang gesloten waren geweest, maar ook een levendige handel in wapens, drugs (cocaïne en hasj) en luxe auto's op gang bracht in dit grensgebied. Musa pendelt niet alleen op en neer tussen twee landen, maar ook tussen zijn twee gezinnen; hij heeft een vrouw en twee kinderen aan beide kanten van de grens.

laatste haven voor grote leegte

De chauffeurs laden hun auto's als zeemannen hun boten voor een oceaanreis. Ze zien zichzelf niet als smokkelaars, maar als kapiteins, veermannen van de Sahara. Agadez is de laatste haven voor de grote leegte begint. Eerst gaan de drie reservewielen onderin de bak, voor elke reis voorzien van nieuw rubber.
Dan de jerrycans met extra benzine. Dan de bagage. Dan worden 25 stokken aan de binnenrand van de achterbak gebonden, één stok voor elk van de migranten. Dat is hun enige houvast voor de woestijntrip van drie dagen.

Wie van de wagen valt, heeft pech. Stoppen voor een man overboord kan betekenen dat de auto wegzakt in het rulle zand en dat niemand de tocht overleeft. Zo streng zijn de wetten van de Sahara, die volgens sommige tellingen net zo dodelijk is als de Middellandse Zee.

Er is gepoogd de chauffeurs te stoppen. Toen vorig jaar 92 lichamen van migranten werden gevonden op de grens tussen Niger en Algerije hield de politie razzia's in de getto's van Agadez. Zo heten de buitenwijken van deze stad, gebouwd van modder en klei, waar de migranten hun vertrek afwachten. Tientallen huizen werden doorzocht. Smokkelaars werden gearresteerd, migranten opgepakt.

In mei nam het parlement van Niger een wet aan die de smokkel over de grens met Libië zelfs helemaal verbiedt.

Maar geen smokkelaar neemt de wet en zijn uitvoerders serieus. De politie is hier geen obstakel maar een kostenpost. Een wegversperring betekent betalen. De betalingen aan de agenten zijn inbegrepen in de prijs die de migranten betalen voor hun overtocht. Vlak voor de rit worden koeriers met brommers eropuit gestuurd om de agenten af te kopen. Op de 72 uur durende heenreis betalen de chauffeurs per vracht zo'n 450 euro aan steekpenningen, en 370 euro op de weg terug. 'Zo simpel is het,' zegt Musa. Zijn lezing wordt bevestigd door talloze andere smokkelaars in Agadez, alsook door een rapport van de Nigerijnse anti-corruptie-organisatie HALCIA uit 2013.

migratiebestrijding

Drie maanden geleden maakte de Europese Unie afspraken met Afrikaanse regeringen. De top op Malta beloofde een noodfonds van 1,8 miljard euro voor hulp aan regeringen als die van Niger om de migratie te bestrijden, plus twintig miljard aan extra ontwikkelingshulp.

Het realiseren van die beloften geeft Europese vertegenwoordigers hier slapeloze nachten. Aan de rand van Agadez bouwt het Europese agentschap EUCAP nu kantoren en onderkomens voor veertien expats die zich vanaf maart permanent in Agadez moeten vestigen. Tot ze af zijn is de luxe herberg L'Auberge d'Azel permanent verhuurd, al zijn de Europese gasten er nog niet. EUCAP verdubbelde dit jaar zijn budget tot 18 miljoen euro en richt zich nadrukkelijk op de bestrijding van terrorisme en georganiseerde misdaad. Vorig jaar kwam de taak van migratiebestrijding erbij.

Het hoofd van de EUCAP-missie, de Vlaming Filip de Ceuninck, haast zich te benadrukken dat zijn missie niet de intentie heeft de migratie te stoppen. 'In Agadez is migratie een businessmodel geworden. We gaan zeker niet de boodschap brengen dat we migratie komen stoppen. Dat is heel gevaarlijk en kan zelfs contraproductief zijn,' zegt De Ceuninck in zijn kantoor in de hoofdstad van Niger, Niamey. 'Wij willen aanwezig zijn en zicht krijgen op die handel. Onze opdracht is de veiligheidsdiensten van Niger te versterken in het uitvoeren van hun taak. Pas als we een goed beeld hebben, kunnen we er iets aan doen.'

De angst voor terreur heeft de Sahel in een vicieuze cirkel gestort. De regering van Niger verklaarde Agadez tot 'rode zone' voor toeristen nadat Toearegs in 2007 opnieuw de wapens hadden opgepakt tegen het regeringsleger. De Toearegs van Niger dromen net als hun nomadenbroeders in Mali en andere buurlanden van een onafhankelijke staat. Maar ze storen zich ook aan de discriminatie van Toearegs door de Franse uraniumbedrijven in het noorden van het land.

Toen ook Frankrijk dit deel van Niger onbegaanbaar verklaarde voor Franse toeristen, kwamen de lokale gidsen zonder werk te zitten. De rechtstreekse vluchten van Air France op Agadez werden geschrapt. Hotels kwamen leeg te staan. Ook al legden de Toearegs en de regering hun strijd bij en is nu zelfs de premier van Niger een Toeareg, Agadez bleef 'rode zone'. Migranten zijn nu de grootste inkomstenbron van Agadez. Wie ook die bron wegneemt, maakt de jeugd vatbaar voor andere geldschieters in de regio.

Westerse ambassades maken zich vooral zorgen over Niger als doelwit voor jihadistische bewegingen die het land aan alle kanten omringen: Boko Haram in het zuiden (Nigeria), Al Qaeda in de Maghreb in het westen (Mali) en Islamitische Staat in het oosten (Libië). Sinds de aanslagen op bij expats populaire hotels in de hoofdsteden van de buurlanden Mali en Burkina Faso, groeit in Niger de angst voor nieuwe aanslagen.

In 2013 doodden zelfmoordcommando's 26 mensen bij aanslagen op een militaire basis in Agadez, en op de Franse uraniummijn in Arlit. De militaire inlichtingendienst van Niger zei deze week te vrezen dat rekruten van IS zich naar Zuid-Libië verplaatsen uit angst voor Amerikaanse bommen - vrijdag hebben de VS daadwerkelijk IS-doelen aangevallen in Libië, met zeker veertig doden tot gevolg. Niger is hun volgende stop.

'Niger is een van de armste landen ter wereld. Als dit land in handen valt van terroristen, dan hebben we echt een groot probleem,' zegt een westerse diplomaat in de hoofdstad. Het Amerikaanse en het Franse leger hebben dronebases in Niger die de bewegingen van jihadisten nauwlettend in de gaten houden. Maar mensensmokkelaars laten ze hun gang gaan. 'Onze aanwezigheid hier gaat over veiligheid,' benadrukt de diplomaat. 'Het zou ongepast zijn te zeggen dat migratie ons niks kan schelen. Migratie geeft mensen een bestaan in deze regio. We houden het in de gaten. We zijn ons ervan bewust.'

vrij verkeer

Musa is niet bang voor drones. Op een van zijn vele trips naar Libië vloog een Franse drone boven de motorkap van zijn Hillux. Vlakbij de grens met Libië werd hij door Franse agenten gesommeerd het pistool te tonen dat ze vanuit de lucht aan zijn broekriem hadden gespot. 'Ik heb ze mijn wapenvergunning laten zien. Alle handelaren in Agadez hebben een pistool. Ze lieten me doorrijden.'

Het reizen tussen de zestien landen van de West-Afrikaanse economische gemeenschap ECOWAS is even vrij als tussen de Europese landen die zich aansloten bij het verdrag van Schengen. Enkel de oversteek van de grens tussen Niger en Libië zonder geldig visum is wettelijk verboden. Maar sinds de val van Gadaffi wordt daar niet op gecontroleerd.

Grenscontroles is het laatste waar de reizigers zich zelf zorgen over maken. Hun grootste obstakels liggen ver voor de Libische grens. 'De politie in Burkina Faso is de ergste,' zegt Abdokuli, een boerenzoon uit Gambia die wacht op de bus naar Agadez. 'Bij elke wegversperring moet je betalen, soms wel 15.000 CFA (23 euro). Als je niet betaalt, slaan ze je in elkaar. Maar we zijn in ECOWAS. Ze hebben het recht niet.' Hij kan niet zwemmen, geeft hij toe. En de verhalen over de detentiecentra in Libië kent hij ook, waar migranten worden gekidnapt tot hun familie losgeld betaalt. 'Ach, op een dag gaan we allemaal dood,' zegt hij, terwijl een bus grote zwarte wolken uit de uitlaat in zijn richting blaast. 'Als we hier nog langer blijven zitten gaan we dood aan kanker.'

De handel in migranten is in Agadez nu volledig in handen van de Toubou's, een bevolkingsgroep die woont op de grens tussen Libië, Niger en Tsjaad. Voorheen domineerden de Toearegs de handel. Maar de Toearegs werden meegesleurd in de val van Gadaffi en verloren hun monopolie aan de Toubou's, die door Gadaffi werden onderdrukt. 'In Libië koop je net zo makkelijk een wapen als een pakje sigaretten,' zegt Tigani Mohammed, een Toubou die wekelijks migranten naar Libië rijdt. 'Waarom pakt Brussel de bandieten niet aan die ons onderweg beroven,' zegt hij boos.

levensgevaarlijke combinatie

Hulporganisaties als de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) lijken zich meer te bekommeren om het lot van de migranten, dan om hen die migranten vervoeren. In Agadez runt IOM een kantoor waar migranten die terugkeerden uit Europa, of de Middellandse Zee nooit haalden, kunnen deelnemen aan werkgelegenheidsprojecten. 'Het is onmogelijk om de grenzen te sluiten,' zegt Dominique Chevalier op het hoofdkantoor van IOM in de hoofdstad Niamey. 'Wat ga je doen met die duizenden werkloze jongeren die worden omgeven door Al Qaeda, door IS. Dat is een levensgevaarlijke combinatie.'

Boven de Sahel dreigt een perfecte storm. El Niño versnelt de woestijnvorming van de landbouwgronden waar de boeren in Niger en de buurlanden al jaren over klagen. Niger is volgens de UN Development Index het armste land ter wereld (plaats 188), met de hoogste bevolkingsgroei ter wereld (acht kinderen per vrouw). Hoewel ze al generaties lang leven van het transport van mensen, schuwen Nigerijnen zelf vooralsnog de migratie naar Europa. Afhankelijk van de seizoenen migreren ze wel naar buurlanden als Tsjaad, Libië of Algerije. 'We laten migratie over aan de georganiseerde misdaad,' waarschuwt Chevalier van IOM. 'Waarom reguleren we deze industrie niet, in plaats van die te bestrijden? Hef belasting, zodat heel het land profiteert. Bouw extra kamers voor de migranten zodat er niet honderd in een kamer hoeven te hokken. Leg waterpunten aan in de woestijn, zodat ze niet hoeven om te komen van de dorst.'

Na zijn vertrek belt Musa nog een keer, vanaf de andere kant van de Libische grens. Hij en zijn vracht zijn goed aangekomen. Niemand is eraf gevallen. Met een paar dagen - als god het wil - hoopt hij weer terug te zijn in Agadez.