Karsu Dönmez

Cevahir Varan en Rowan Blijd

Karsu Dönmez is een internationaal spraakmakende jonge muzikant. Op vroege leeftijd bereikte ze internationale podia: de Carnegie Hall in New York, het North Sea Jazz Festival, het Istanbul Jazz Festival, Concertgebouw Amsterdam. Na succesvolle internationale concerttours en albums Live aan ’t IJ (2010), Confession (2012), COLORS (2015), blikken we samen met Karsu terug op haar muziekleven.

Cevahir Varan en Rowan Blijd ,

‘Als je 24 uur met muziek bezig bent, wil je af en toe ook rust’

Afgelopen zomer won je de Edison Jazzism Publieksprijs. Wat betekent de prijs voor jou?

‘Deze prijs is echt puur voor mijn muziek aan mij toegekend, dat vind ik een grote eer. Het is één van de oudste prijzen van Nederland, een prijs die na de Grammy Award naar Nederland is gekomen. Mijn plaat Colors is door het publiek gekozen als beste Jazzplaat. Het was voor mij een erkenning vooral omdat ik werd afgewezen voor het conservatorium. Ook was het een aanmoedigingsprijs, al ben ik zes jaar bezig in het vak.’

Jij bent zangeres, pianist, arrangeur. Hoe is je liefde voor muziek ontstaan?

‘Ja, ik noem mezelf muzikant. Dat verbindt voor mij alles. Iedereen heeft wel een voorliefde voor muziek. Bij mij is het wat doorgeschoten omdat ik dacht: ik moet ook muziek maken. Ik speel mijn eigen muziek. Daar zit jazz, blues, Turks en ook een beetje pop in. Dat is mijn mix en dat vind ik heel leuk. Ik vergelijk dat met eten: de ene dag heb ik trek in Indonesisch, dan weer Italiaans of Turks. Daarom houd ik veel van diversiteit in mijn muziek – ik houd veel van wereldmuziek. Voor de rest luister ik eigenlijk niet zoveel muziek, misschien ook omdat het mijn werk is. Als je 24 uur met muziek bezig bent, wil je af en toe ook rust.’

Wat fascineert in je muziek?

‘Ik vind dat muziek echt soul moet hebben. Dat kan klassiek, jazz, maar ook bijvoorbeeld pop zijn. Rockmuziek kan ook heel mooi zijn. Voor mij gaat het erom dat muziek je emotie in tekst of geluid weerspiegelt. Muziek moet kunnen raken, iets emotioneels hebben.’ 

Hoe verloopt het samenstellen van je repertoire?

‘Soms is dat moeilijker dan het schrijven zelf. Voor een optreden kijk je naar de opbouw, de plek waar je gaat spelen. Als je speelt in de Gooische tuin is dat natuurlijk anders dan voor tienduizend man. Het is dan echt puzzelen met de bandleider. Voor de platen zit ik met de producer. Dan denk je aan kwesties als: wat wil je als eerst horen als je de cd aanzet… je zet een liedje aan de voorkant die de stem van de plaat moet drukken. Bij mijn derde plaat Colors heb ik bijvoorbeeld meer het extreme van mijn muziek opgezocht. Van Turkse nummers naar Engelse popsongs, vandaar dat het ook Colors heet… zoveel kleuren die bij elkaar komen.’

Waar denk je dat je muzikale variatie van komt?

‘Ik ben als persoon ook extravert en ik houd van veel verschillende dingen. Ik reis veel voor mijn werk maar ook privé en doe veel verschillende ervaringen op. En ik houd veel van diversiteit. Na afloop van concerten neem ik vaak de gelegenheid om met mensen te praten. Dat heb ik bijvoorbeeld gedaan toen ik in Istanbul (Zorlu Center) voor drieduizend man speelde. Achteraf gezien hadden we dat misschien beter niet kunnen doen, want het signeren en fotograferen duurde bijna langer dan het concert zelf (lacht).’

Op vrij jonge leeftijd internationaal doorgebroken, maar geen opleiding aan het conservatorium genoten.

‘Destijds had ik me wel aangemeld voor het conservatorium. Vanaf mijn jeugd af aan was ik klassiek geschoold. Ik wilde heel erg mijn ding doen en deed auditie voor Jazz. Het werd dus lastig om mij in een bepaalde hoek te plaatsen, dus ging het niet door op het conservatorium. En ik denk ook dat ik anders was ten opzichte van de rest. Ik was meer van de klassieke muziek, maar dat is nu veranderd: ik zit in de jazz-scene.’ 

Tekst gaat verder na de foto.

‘Ik blijf nog steeds rennen’

Is Jazz ook de kant die je uiteindelijk op wilt?

‘Het is eigenlijk grappig dat je dat zegt, want in het voorjaar gaan we in het theater een stuk opvoeren met klassieke sound. Ik ga terug naar mijn roots. In mijn komende plaat komen er ook nummers met een klassieke tint. Colors was heel divers, maar in mijn volgende plaat wil ik het wat compacter maken.’

Hoe is je muziek in Turkije ontvangen?

‘Toen ik eenmaal in Turkije kwam, vroeg ik me af of ze me daar wel kenden. Ik was er voor het eerst om een concert te geven in Cemal Reşit Rey (één van de grootste concerthallen van Istanbul). Dat was spannend voor mij, totdat ik me realiseerde dat ik social media had onderschat. De zaal was uitverkocht, dat was echt een fantastische beleving.

Het is heel divers en leuk hoe verschillend het publiek op muziek kan reageren. Mijn Turkse muziek is voor Nederlandse begrippen heel erg exotisch, terwijl in Turkije mijn muziek zeer modern klinkt. Ik voeg jazz-klanken en andere internationale klanken en ritmes toe aan Turkse songs, waardoor het in het Turks veel moderner klinkt voor het publiek. De Turkse song Gesi Bağları heb ik bijvoorbeeld voorzien van een Braziliaans Bossanova ritme. Na afloop van concerten komt het weleens voor dat ik enthousiaste Turkse luisteraars uitleg geef hoe ik een nummer in elkaar heb gezet.’ 

Hoe beleef jij de concerten?

‘Het gevoel kan ik omschrijven als een soort trance, maar wel op een wijze dat ik mijn controle behoud over elk instrument in mijn band. Eigenlijk heeft elke muzikant dat wel in mijn band. Ik herinner me nog een anekdote over een concert in Cappadocië, een landstreek ten zuiden van de steppe in centraal Turkije.

Het was een prachtige ervaring: een concert voor duizend man met een zonsondergang op een prachtig landschap. Zoals altijd hadden we met alle leden van de band duidelijke afspraken gemaakt over wie wat moest doen. We voerden een stuk op en de beurt kwam aan mij, maar ik hoorde de gitarist in mijn band uitbundig doorgaan in zijn solo. De bandleden keken mij aan en ik keek de gitarist aan die nog steeds zijn solo uitvoerde. Hij bleef maar doorgaan en doorgaan. Wij, de band, en het publiek vonden het geweldig!

Een ander leuk voorbeeld was met mijn oma, die een concert in Haarlem bijwoonde. In een mooie, chique zaal speelde ik samen met mijn band. Op een gegeven moment maakte ze een traditioneel Turkse vreugdekreet, omdat ze zo meegenomen was in het stuk. Voor mij was dat een schok, maar dat maakte het juist zo grappig allemaal. Dat zijn mooie momenten die je altijd blijft herinneren. We reizen veel en maken de gekste dingen mee. Als het aan mijn management ligt, schrijven we er een boek over.’

Je bent ooit begonnen als hét muzikaal talent. We zijn een aantal jaar verder, hoe zou je je eigen ontwikkeling willen omschrijven?

‘Onlangs zei mijn PR-team “jij bent nu gevestigd.” Dat vind ik wel een mooie omschrijving. Het woord gevestigd komt er voor mij op neer dat ik trouwe fans en vaste bezoekers heb. Dat is voor mij erg leuk. Ik ben nog zeker niet uitgezongen en veel mensen moeten mijn muziek nog ontdekken. Misschien vind ik dat nog leuker dan dat ik gevestigd ben. Als mensen zeggen “je maakt prachtige muziek, sorry dat ik je nog niet kende” vind ik dat juist heel erg leuk. Daarnaast ben ik als persoon rustig gebleven in alles wat ik muzikaal meemaak. Ik heb steeds het gevoel dat ik nog steeds een ladder op moet: ik blijf nog steeds rennen.’ 

Tekst gaat verder na de foto.

‘Het bespelen van een muziekinstrument is belangrijk voor de ontwikkeling van een kind’

Op muzikaal gebied heb je veel bereikt. Had je dat verwacht?

‘Eigenlijk heb ik nooit verwachtingen geschept. Vooraf had ik ook nooit kunnen bedenken dat ik op mijn eigen benen zou kunnen staan: ik heb een platenmaatschappij, Su Music. Dat is gaaf en iets wat ik veel collega’s zou willen aanraden. Het geeft me een enorme mate van vrijheid. Natuurlijk geeft het PR-team wel advies, maar ik kan doen en zeggen wat ik wil. De vrijheid die ik heb is zo fijn, daar kan geen platencontract in Nederland aan tippen.

Ik ben opgegroeid met Turkse muziek, maar dat neemt niet weg dat ik veel heb met bijvoorbeeld reggae, klassieke muziek of muziek uit Azerbaijan. Anders dan andere Turkse gezinnen in Nederland hadden we geen schotel om Turkse televisie te ontvangen. Ook werd thuis voornamelijk Nederlands gepraat. Ik sta met beide benen in Nederland, maar ik voel me ook thuis als ik in Turkije ben. Mijn vriendengroep is heel divers, ik heb vrienden vanuit allerlei verschillende culturen. Die diversiteit is ook terug te vinden in mijn band. Ik vind het knap dat buitenlandse muzikanten de Turkse muziek hartelijk omarmen. Ik heb een Surinaamse trompettist die de Turkse melodieën zich eigen maakt, dat is echt tof.’

In januari 2015 werd je door de Volkskrant uitgeroepen tot een van de 50 meest invloedrijke Turkse Nederlanders.

‘Wellicht heeft dat te maken met het grote social media bereik dat ik heb. Ooit had ik mijn haren geknipt voor Stichting Haarwensen, die zieke kinderen pruiken schenkt. Dat heb ik gedeeld op social media en vervolgens heb ik reacties ontvangen van meiden die dat ook hebben gedaan. Anderzijds heb ik in Turkije vaak na afloop van concerten dat ouders met hun jonge kinderen komen. Het gaat om ouders met een kind dat een muziekinstrument bespeelt en met mij daarover willen praten. 

Het bespelen van een muziekinstrument is belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Een kind wordt namelijk op jonge leeftijd uitgedaagd om creatief te zijn. Daarnaast is pianospelen bijvoorbeeld goed voor je wiskundige ontwikkeling. Dat maakt je ook beter op school, ik was zelf heel goed in wiskunde.’

Naast je drukke muzikale leven ben je ook actief geweest voor MasterPeace en Refugee Welcome Amsterdam en andere goede doelen.

‘MasterPeace is een beweging die met muziek vecht tegen oorlogsconflicten. Daar heb ik het lied Raise Our Hands voor geschreven. Ik heb het stuk uitgevoerd op meerdere bijeenkomsten. Ook heb ik een tijdje gewerkt met vluchtelingen. Dat was nog niet voor MasterPeace, maar het was wel een deuropening. Samen met een klein groepje gingen we op Amsterdam Centraal Station staan – wij waren de enige groep zonder een organisatie.

We verwelkomden vluchtelingkinderen die uit Duitsland en België kwamen. Daaruit ontstond Refugee Welcome Amsterdam. Het ging om kinderen zonder ouders die uit de trein stapten en vervolgens door ons begeleid werden. Ik herinner me nog dat ik in het kader van tweehonderd jaar Koninkrijk een optreden had in Koninklijk Carré en zeer deftig gekleed was in een galajurk… twee uur later stond ik met een T-shirt aan op centraal station. Het kan soms heel apart zijn wat je als mens op een avond kan meemaken.’

Tot slot, wanneer vindt je volgende tour plaats?

‘Vanaf 24 januari 2017 treed ik met mijn nieuwe theatertour Play my Strings. Voor een overzicht, kun je het beste mijn concertagenda in de gaten houden.’