Sinan Can

Cevahir Varan en Rowan Blijd

Grensverleggers is een nieuwe interviewserie met creatieve mensen die buiten de gebaande paden treden. Sinan Can (1977) is onderzoeksjournalist en documentairemaker bij VARA/BNN. Bekend van onder meer 'De Arabische Storm' en 'Bloedbroeders'. Onlangs won hij de prijs Journalist voor de Vrede 2016.

Cevahir Varan en Rowan Blijd ,

‘de waarheid bestaat niet’

Je mag jezelf Journalist voor de Vrede noemen. Wat is dat?

‘Het is een prijs die het Humanistisch Vredesberaad eens in de twee jaar uitreikt aan een journalist die bijgedragen heeft aan mensenrechten. Onrecht is een thema wat je vaak ziet in onderwerpen die ik behandel. Mensenrechten, ongelijkheid, discriminatie... Bloedbroeders ging over een zwarte pagina uit de geschiedenis van mijn grootouders. En De Arabische Storm was voor mij heel belangrijk om het Midden-Oosten te laten zien vanuit het perspectief van die mensen zelf. Er wordt zoveel gezegd over die mensen, zoveel analyses gemaakt, en verhalen en documentaires, dat ik dacht dat het goed zou zijn om te laten zien wat die mensen er eigenlijk zelf van vinden. Dat maakt een verhaal ook mooi, waardevol, en het is ook eerlijk, vind ik. Waarom gaat iemand bij IS of Jabhat al-Nusra, bijvoorbeeld?’

Je hebt het over andere perspectieven. Laten we eens beginnen met Bloedbroeders. Wat heeft jou aangezet om een documentaire te maken over een onderwerp van honderd jaar geleden dat heel gevoelig ligt bij twee verschillende volkeren?

‘Het moment waarop ik geïnteresseerd raakte in de Armeens-Turkse zaak was toen Hrant Dink, hoofdredacteur van de Armeens-Turkse krant Agos, in 2007 werd doodgeschoten door een 17-jarige Turkse nationalist. En dat was voor heel veel Turken eigenlijk het moment om zich te gaan verdiepen in de Armeens-Turkse zaak. Waarom willen Armeniërs erkenning? Wat is er nou honderd jaar geleden gebeurd eigenlijk? En dat heeft er ook voor gezorgd dat ruim honderdduizend Turken de straat op zijn gegaan met de boodschap ‘wij zijn allemaal Armeniërs, wij zijn allen Hrant.’ Dat was voor velen en ook voor mij eigenlijk zo’n punt waarbij ik dacht: ik zou d’r ook wel iets meer over willen weten.’

Je maakte een documentaire in de wetenschap dat Hrant Dink is vermoord. Was je niet bang?

‘Turkije kent natuurlijk wel een geschiedenis van het vermoorden van journalisten. Denk aan Uğur Mumcu, Çetin Emeç, Abdi Ipekçi, journalisten die zijn vermoord omdat ze kritisch waren of omdat ze onthullingen deden over het Turks staatapparaat. Je maakt iets en je weet niet hoe groot de impact is. En je weet ook niet hoe de weerslag op jou zal zijn. Wat mij heel scherp houdt, is het gevoel dat ik in leven moet blijven en ervoor moet zorgen dat dit verhaal de Nederlandse huiskamer instraalt. Als iemand een inhoudelijk punt heeft, dan reageer ik daarop. We hoeven het ook niet eens te zijn met elkaar. Ik kreeg allerlei intimidaties, doodsbedreigingen via de mail of sociale media. Dat gaat van tijd tot tijd nog door. Dat is iets wat ze niet kunnen vergeten. Als ik kritisch ben op het handelen van president Erdoğan bij bijvoorbeeld De Wereld Draait Door, dan wordt meteen Bloedbroeders daaraan gekoppeld. Zo van ‘Hij is een landverrader.’’

hrant dink

Waarom noemen ze jou dan een landverrader?

‘Omdat ik erken dat er een genocide is geweest en omdat ik excuses heb aangeboden.Ik bied die excuses aan, niet zozeer omdat ik iets heb gedaan, maar omdat ik staatsburger ben van een land dat dit al honderd jaar ontkent. En ik bied excuses aan omdat mijn grootouders een negatieve bijdrage hebben geleverd. Natuurlijk heb ik niets gedaan, of iemand vermoord. Maar het ging erom dat een handreiking een erkenning is. Als we willen verzoenen dan moeten we ook erkennen.’

Je bent gaan filmen en met Ara Halici (Armeens-Nederlandse musical-acteur) naar Armenië en Turkije gegaan. Hoe ben je in die landen ontvangen?

‘In Turkije zijn we heel goed ontvangen. Ik had dat ook niet anders verwacht in Anatolië waar mensen ook gewoon gastvrij zijn. Ara heeft de kleinkinderen gevonden van de Turkse man die zijn familie heeft gered. Opeens staat er een Armeense jongen voor de deur die hun opa komt eren. ‘Als jouw opa mijn opa niet had gered, dan stond ik hier nu niet.’ En dat was een heel emotioneel en waardevol moment. De manier waarop ze Ara ontvingen, als een soort verloren zoon, was zo hartverwarmend ook. En het bijzondere was dat hun opa zich heeft verzet zoals tienduizenden Turken. Het meest pijnlijke is de Turk die de gewetensvolle Turk niet wil erkennen, omdat je daarmee ook de genocide erkent. Maar sommige Armeniërs willen die gewetensvolle Turken ook niet erkennen, omdat het vijandbeeld dan kantelt. Mijn strijd is min of meer het zichtbaar maken van de gewetensvolle Turken die grote offers hebben gebracht. Er zullen altijd in elk tijdperk, op elke plek van deze aarde mensen zijn die zich zullen verzetten tegen intolerantie, liefdeloosheid, onmenselijkheid, gruwelijkheden. Daar zit ook het pijnpunt met de discussies die ik soms met Armeniërs voer als we het dan hebben over hoe we ontvangen zijn in Turkije. Ara was er verrast door. Maar in Armenië ben ik tijd tot tijd niet heel erg warm onthaald.’

Tekst gaat verder na de foto.

'eq is belangrijker dan iq voor een journalist'

In de laatste aflevering van Bloedbroeders is er een scène met een Armeense opa die jou eerst niet wil ontvangen. Je biedt je excuses aan. De man moet eerst niets van je hebben, maar vervolgens zien we dat jullie elkaar omhelzen. Hoe kreeg je dat voor elkaar?

‘Dat was een heel moeilijk moment, een scène van tweeënhalfuur uur. En jullie zien daar vijf minuten van. Zijn pijn was zo diep dat hij er zich niet overheen kon zetten. Hij kon ook niet accepteren dat een Turk in zijn tuin zat. Tweeënhalf uur lang zat hij in zijn denkproces het allemaal te verwerken. En ik zit in mijn eentje te denken of de serie mislukt was. Want ik wilde voor ultieme verzoening gaan. En toen bedacht ik bij mezelf: als er een iemand is waarmee ik wil verzoenen, dan is het deze man die recht van spreken heeft. Want hij had als 5-jarige de genocide meegemaakt. Op dat moment was ik teleurgesteld en verdrietig, maar aan de andere kant begreep ik hem ook. En ik wist dat ik niet moest forceren. Want wie ben ik om te dwingen tot verzoening, omhelzing?! Op een gegeven moment gaf hij aan als slot iets te willen zeggen. Hij kwam naar me toe en begon te praten. Ik keek de tolk aan om te achterhalen wat hij zei. Ik zag dat de opa heel emotioneel was geworden. Het gekke is dat ik hem niet verstond maar wel begreep. Ik voelde eigenlijk al aan wat hij ongeveer had gezegd. Namelijk: ‘Het is niet jouw fout, het waren je grootouders en ik vergeef het je zodat het niet meer gebeurt. Wij nemen die pijn mee het graf in en een mens is een mens.’’

Vervolgens heb je De Arabische Storm gemaakt en daarover prees Thomas Blom, regisseur van de serie, jouw vaardigheden in het winnen van vertrouwen. Hoe win jij als documentairemaker vertrouwen van mensen?

‘Neem bijvoorbeeld de vader van Seifeddine Yakubi, die op 26 juni 2015 in Sousse (kustplaats in Tunesië) een aanslag had gepleegd waarbij 39 mensen om het leven kwamen. Deze vader gaf aan geen journalist meer te willen spreken en problemen te ondervinden met de autoriteiten. Hij was in groot verdriet met zijn gezin. Toen heb ik tegen onze begeleider gezegd: ik wil thee drinken met deze man. Er wordt niks gefilmd, het is een kennismaking. En als hij dan 'Nee' blijft zeggen, dan respecteren we dat. Toen kwam de vader, die in het begin heel afwijzend was en geen thee wilde drinken, naar mij toe. We luisterden naar die man en zagen dat het een heel arm gezin is met een gehandicapt kind. Alles wat ze hadden, al hun geld, liefde en hoop zat in Seifeddine. De vader begrijpt nog steeds niet hoe dit is gebeurd. De vader denkt dat Seifeddine gedrogeerd is, of dat het iemand anders is. Met zo’n man praat je dus twee uur. Ik zeg altijd dat voor de journalistiek de EQ belangrijker is dan de IQ. Hoe ga je met mensen om, hoe praat je met ze, hoe neem je hun zorgen weg, hoe informeer je ze over in wat voor geheel ze terechtkomen. Mensen hebben behoefte aan al dat soort dingen. Ethiek is ook van groot belang, dat je mensen kunt vertellen wat voor consequenties het kan hebben. Want je komt van tijd tot tijd mensen tegen die niet helemaal kunnen overzien wat voor consequenties het voor hen kan hebben. Misschien worden ze wel ontslagen. Want je maakt een documentaire waarin de vader van een aanslagpleger zit. Maar er zit ook een IS-strijder in die uitzending.’

Op het politiebureau in Syrië heb je IS strijders gefilmd die verhoord werden. Hoe beleefde je dat?

‘Ik zie die mensen dan die een voor een naar binnenkomen. Dan denk ik: Ik geloof er niks van, dit zijn geen IS strijders. Want dat is natuurlijk ook het beeld dat IS geframed heeft: mannen met bivakmutsen, lange baarden, zwarte vlaggen, stoer en gewelddadig. Maar dit waren kneusjes. Het had mijn slager om de hoek kunnen zijn bij wijze van spreken. Dan zie je wat voor aanslagen ze hebben gepleegd, met explosieven, of een politiebureau aangevallen en agenten doodgeschoten, dat je denkt holy shit! Ze zien er wel zielig en kneuterig uit, maar deze mensen hebben wel mensen vermoord. En hebben bloed aan hun handen. Wat je dan ook ziet, is dat geld het motief is voor die mensen. Zij leven namelijk in armoede en er komt een partij die zegt ‘Ik geef je 800 dollar.’ Dat is veel geld voor Irak, hè. Dan moet je uitgaan van twee- tot drieduizend euro per maand. Ik zou niet in zo’n organisatie gaan omdat ik niet gewelddadig ben. Maar ik snap wel dat de omstandigheden de mensen in de handen van IS hebben geduwd.'

Welke omstandigheden?

'Armoede, uitzichtloosheid, boosheid op de Amerikaanse inval wat heel veel ellende heeft veroorzaakt in Irak. En het onderdrukt worden door Sjiieten enerzijds en de Koerden anderzijds. Laten we daar heel open over zijn: de Soennieten in Irak zijn ook heel erg onderdrukt. En dat uit zich op een bepaalde manier. In dit geval op de meest extreme manier. Je bent arm, verbitterd en boos op de wijze waarop Amerika is binnengekomen. Die stap is dan heel klein. Als er dan geld als motief bijkomt, leven of dood, zorgen voor je gezin, dan snap ik dat wel. Ik heb er alleen geen begrip voor, omdat ik niet kan begrijpen hoe gewelddadig ze zijn.'

Je geeft aan het einde van De Arabische Storm een verklaring waarom jongeren uit Arabische landen zich aansluiten bij terroristische organisaties: ‘Een groep ontevreden jongeren, geloof in geweld en vernietigend conflict zijn de ingrediënten van De Arabische Storm.’ Waarom denk je dat jongeren uit Nederland vertrekken om zich aan te sluiten bij terroristische organisaties?

‘Daar zijn verschillende motieven voor. Heel typerend aan IS, is dat ze rekruteren in wijken waar de ontevredenheid, werkloosheid groot is, of waar mensen uitgesloten zijn. En die zitten in het Brusselse Molenbeek, in de banlieues van Parijs, in Finsbury Park in Londen. Dat zijn makkelijke prooien. Onderschat ook niet de jongeren die in de criminaliteit beland zijn en geen aanzien meer hebben in hun gemeenschap. Hun familie heeft dan ook geen aanzien meer. Ook deze groep criminele jongeren krijgt van IS het gevoel mee dat ze hun nutteloze leven weer goed kunnen maken. Namelijk via martelaarschap. En laten we redelijk zijn: er zijn ook veel families, los van de families die heel verdrietig zijn dat hun kind is vertrokken, die denken ‘Liever een martelaar die vecht tegen Assad dan een drugscrimineel die hier vastzit waar ik me voor moet schamen.’ Dat martelaarschap is sowieso iets wat heel eervol is. Jezelf offeren voor een hoger doel. Rechtvaardiging van de wereld zou een hoger doel kunnen zijn. Dat is maar vanuit welk perspectief je het bekijkt, hè. Het bestrijden van een dictator als Assad. Opkomen voor de Syrische kinderen die vermoord worden. Je moet het niet alleen zien in het kader van Jihad. Het is natuurlijk groter. Het is een algehele oorlog tegen onrecht. En als je dat voelt… je kijkt bijvoorbeeld naar de beelden van Aleppo waarin Assad een bomaanslag laat doen op de bevolking… ja, die stap is dan snel gemaakt voor die mensen. Vooral ook als je je hier niet thuis voelt, of opgesloten, of als je crimineel bent geworden en op zoek bent naar aanzien… alles versterkt elkaar.’

Tekst gaat verder na de foto.

‘Informatie is een mensenrecht’

Je hebt documentaires gemaakt, je had vragen die je wilde beantwoorden en hebt die beantwoord. Wat voegen de documentaires aan jou als persoon toe?

'Ik hoop altijd documentaires te maken waar je na vijf à tien jaar naar terugkijkt en denkt van For the time being was dat goed gemaakt. Kwalitatief goed, journalistiek zit het goed in elkaar, de feiten kloppen. Na De Arabische Storm heb ik van veel mensen reacties gehad, waarin ze bedanken omdat ze het Midden-Oosten beter zijn gaan begrijpen na het zien van mijn werk. Met menselijke verhalen vertel je iets over de geschiedenis, over de regio en huidige conflicten. Dat zie ik ook als een van mijn taken: ik ben heel erg van toegankelijkheid. Ik vind dat informatie voor iedereen toegankelijk moet zijn. Informatie is een mensenrecht. Iedereen heeft recht op informatie, maar iedereen heeft ook recht op toegankelijke informatie. Dat je bijvoorbeeld buschauffeur bent in het oosten van Nederland en iets meekrijgt van het conflict in het Midden-Oosten. Dat vind ik eigenlijk veel waardevoller dan een professor, deskundig over het Midden-Oosten, die ik blij kan maken met een heel diepgaand analyserend interview.

Het is ook goed om op een toegankelijke manier aan de gewone man in Nederland, die nu wordt geconfronteerd met terreurdreiging van IS of de vluchtelingenstroom, te laten zien wat zich afspeelt. Volgens mij zijn er nu vijftigduizend mensen opgevangen. Het is ook goed om te laten zien waar Nederland mee te maken krijgt. Kijk alsjeblieft waar de vluchtelingen vandaan komen. En hoe ingewikkeld het allemaal voor ze is. We hadden een jongen van negen jaar oud, genaamd Saif, die een gifgasaanval had meegemaakt en zijn hele familie had verloren. Ja, dat komt wel binnen hoor bij een Nederlandse kijker. Dan voel je wel wat het betekent om je hele familie te verliezen en in een vluchtelingenkamp terecht te komen.’

Over vluchtelingen gesproken, je bent betrokken bij Movement on the Ground. Wat doe je er?

'Movement on the Ground is opgericht door een aantal mooie mensen die dachten dat ze een bijdrage moeten leveren aan de vluchtelingenproblematiek. Johnny de Mol en Adil Izemrane begonnen samen en gingen in oktober naar Lesvos (Grieks eiland in de Egeïsche Zee) waar de vluchtelingen aankwamen in Griekenland. Uit dat idee is Movement on the Ground ontstaan. En daar zijn andere leuke mensen bijgekomen zoals Laura Jansen en Charlie McGregor. Ik ga veldwerk doen in Libanon om de behoeftes aldaar te inventariseren. Maar ook hand- en spandiensten gewoon. Denk aan fondswerving, research in vluchtelingenkampen om behoeften van mensen te inventariseren. Wij doen vooral veel voor vluchtelingenkinderen. Het kampje van Saif is bijvoorbeeld een plek waar ik wil praten met mensen om te kijken naar wat wij kunnen doen en wat hun behoeftes zijn.'

Wat zou Movement on the Ground kunnen doen in zo’n situatie?

‘Heel concreet hebben we twee circustenten geplaatst voor kinderen op de vluchtelingenkampen in Athene en Lesvos. Daar regelen we activiteiten voor hen en kinderen zijn daar reuzenblij mee. We hebben een foodtruck gekocht om warm eten voor de vluchtelingen te regelen. Dat zijn de wapenfeiten van Movement on the Ground. We willen uitbreiden en nog meer dingen doen. De tent is van de kinderen, het is hun plek waar ze blij van worden. Van trampoline tot schminken. We willen ook nog les geven als het kan. Er wordt voorgelezen. Liedjes gezongen. Allerlei leuke dingen. Dat is ook handig voor de ouders van de kinderen die dan even tijd voor zichzelf kunnen vrijmaken. Ik ga daar naar toe om onder meer kinderen te helpen in het kamp. Daarnaast volgt er een nieuwe serie over het Midden-Oosten waar ik je verder niets over kan verklappen.’