Fresco verliet de FAO in 2006. De Guardian publiceerde waarom: “Whatever is done now is too little and too late”. Maar ook buiten het Verenigde Naties platform, blijft ze zich inzetten voor beter wereldvoedsel.
In theorie en praktijk vertelde ze in 2008 aan Rob van Hattem.

Duurzaam ontwikkeld

Intelligent, een wandelende encyclopedie, analytisch, veelzijdig, bescheiden en elegant. Zo wordt ze beschreven: Louise O. Fresco, landbouwdeskundige, romanschrijfster en columniste.

Even dacht ze erover om na het gymnasium conservatorium te gaan doen, maar de hongersnood in Biafra deed haar besluiten om zich te storten op de wereldvoedselvoorziening. Ze koos voor de Universiteit van Wageningen, een studie Tropische Landbouwkunde en reisde gedurende haar studie en de jaren daarna voor de Verenigde Naties de halve wereld over. Ze stond veelvuldig met de voeten in de modder of tussen de krokodillen en werd een specialist in het uitlepelen van tropische zweren met een theelepeltje.

In 1986 promoveerde ze cum laude op een onderzoek naar cassave-teelt en vier jaar later was ze professor in Wageningen. Hoogleraar Plantaardige Productiesystemen met als specialisatie tropische gebieden. Voedsel, landbouw en de systemen daarachter waren haar grootste passie en kunde.

In 1997 werd ze de hoogste Nederlandse landbouw-ambtenaar in het buitenland; directeur Onderzoek bij de FAO, de Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties. Rome werd haar geliefde woonplaats.

Ondertussen bouwt ze aan haar literaire carrière. In 2003 verschijnt haar eerste roman, De Kosmopolieten. Bij de FAO is ze dan inmiddels al opgeklommen tot algemeen onder-directeur, maar in 2006 schrijft ze haar ontslagbrief: ”Alles wat er gedaan wordt, is te weinig en te laat ….”, zo verzuchtte ze in die brief, die tot haar ontzetting in de Britse krant The Observer gepubliceerd werd. Wie hem gelekt heeft, weet ze niet.

Momenteel is Louise Fresco hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam met als aandachtsgebied Duurzame Ontwikkeling in Internationaal Perspectief. Maar ze is ook commissaris bij de Rabobank, kroonlid bij de SER – de Sociaal Economische Raad. Bovendien is ze lid van de Deltacommissie die de veiligheid van onze dijken en waterwerken onder de loep neemt en lid van de Commissie die de Bètacanon heeft samengesteld - 50 onderwerpen die u en ik zouden moeten weten op het gebied van wetenschap en technologie.

Ze schrijft columns voor het NRC Handelsblad, schreef nog drie andere boeken. Haar laatste roman, De Utopisten, werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.

Samenvattingen

"Ik heb ook wel iets stoers"

Eerste uur

We hebben kennisgemaakt met de jonge juffrouw Fresco, dochter van een vader die filosoof en classicus was – een klassieke jeugd waarin ze al voor de middelbare school ‘het categorisch imperatief’ van Kant had gelezen. Een kind dat vaak ziek was, en leesverslaafd was – alles, encyclopedieën, alles. Een verslaving die gebleven is: toen ze later werkte in Zaire plunderde ze de bibliotheek van de paters en las ook de achterkant van de knipsels uit de Groene Amsterdammer die ze toegestuurd kreeg uit leeshonger.

Een mens moet zijn leven nuttig besteden – dat werd al snel het motto. Het gezin was naar Brussel verhuisd toen Louise negen was, en later zat zij op de internationale europese school.

De eerste hongersnood in Afrika die door de media uitgebreid werd getoond, de Biafra-crisis in Nigeria, maakte veel indruk – en bepaalde mede dat ze na de middelbare school naar de Universiteit Wageningen ging om Tropische Landbouwkunde te studeren. Het was de tijd van de groene revolutie, die, zo roept ze even in de herinnering, door de VS in de Koude Oorlog werd gelanceerd, om te zorgen dat landen als India niet in de communistische invloedssfeer terecht zouden komen – er moest meer mais in Mexico en meer rijst in India komen, dat was het uitgangspunt. En al snel werden spectaculaire resultaten geboekt door een kruising van rassen.

De revolutie kostte ook veel, wat irrigatie betreft en chemicalieën – maar de enorme productieverhoging is essentieel gebleken, benadrukt ze, want je kan zonder intensivering van de landbouw ook de natuur niet beschermen.

Na haar studie heeft ze lang in de Congo en Liberia gezeten. Ze leefde zo'n jaar of acht zonder water en elektriciteit – ja, stoer, als er niks te eten was, ging ze mee op jacht en vliegen kan ze ook, dat wil zeggen opstijgen en koers houden, maar niet landen.
Haar onderzoek naar de cassaveteelt leidde tot haar proefschrift.

Tweede uur

De professor in Wageningen waarbij ze promoveerde op haar onderzoek naar tropische plantenteelt zei bij die gelegenheid: u bent niet getrouwd, u hebt geen kinderen ,u gaat nog ver komen.

Eerst werd ze hoogleraar, die populaire colleges op vrijdagmiddag gaf aan de eerstejaars – die kan je nog pakken, zei ze, daarom is het leuk aan de eerstejaars te doceren. Ze bracht een culturele touch in die technische omgeving. Ze zette veldwerk op. En herinnert zich nog levendig de aardbeving die de groep wetenschappers op expeditie in het oerwoud van Costa Rica meemaakte: onweerstaanbaar, al die naschokken, waarbij de epifieten uit de bomen vielen, de plantjes die op bomen groeien zonder wortels in de grond. Heerlijk om dat proces te bekijken in wetenschappelijke zin.

In 1997 werd ze uitgenodigd om directeur onderzoek bij de FAO te worden – het autonome landbouwagentschap van de VN dat, roept ze in de herinnering, opgericht werd nog tijdens de Tweede Wereldoorlog om het voedselprobleem van Europa aan te pakken. Ze verhuisde naar Rome – de prachtige klassieke stad waar ze ook het arme migrantenjongetje op straat vond waarover ze De Tuin van de Sultan van Rome over schreef.

Het autoritaire en hiërarchische FAO, waar alle vakgebieden onherroepelijk gescheiden waren, maar waar het werk interessant was - geweldige staf, relevante onderwerpen, de hele wereld kwam langs -, al was het de tijd waarin het onderwerp landbouw en voedsel lang verwaarloosd is geweest.

In 2006 schreef ze haar ontslagbrief. Ze vond dat ze een principieel punt moest maken. De directeur-generaal begon aan zijn derde mandaat - terwijl iedereen vond dat het slecht ging qua management. Een voorbeeld van iemand die er zit op politieke keuze, niet op kwaliteit, zoals dat vaak gebeurt bij de VN. Ze vond dat de geloofwaardigheid in het geding was, ze vond dat er vuile handen werden gemaakt door te investeren in landen als Zimbabwe en Venezuela. Ze vond dat de wezenlijke vraag over de functie van de FAO niet aan de orde kwam. De brief met haar kritiek werd gepubliceerd – buiten haar om, maar ze kreeg er wel veel bijval voor.

En toen? De allesvreter, zoals ze zichzelf als kind al omschreef, besloot toen weer docent te worden - ze werd universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam met als aandachtsgebied Duurzame Ontwikkeling in Internationaal Perspectief.