Ze heeft een paar bijzondere bijnamen: juffertje Stampvoet en Moeder Teresa. Die wijzen niet direct op een eenduidig karakter, maar ze kloppen allebei wel: naast een groot gevoel voor sociale rechten en gelijkheid kan ze een grote woede bij zichzelf oproepen als ze haar zin niet krijgt. Althans, als haar tegenstander in het debat niet wil inzien dat hij ongelijk heeft.

Aukje Holtrop,

Agnes Jongerius, voorzitter van de FNV. Ze bestuurt zo’n 1.200.000 leden. De eerste vrouwelijke voorzitter in het ruim honderdjarig bestaan van de bond, en die verworvenheid buit ze met verve uit. Met rode hoed en jurk op Prinsjesdag, met charme als dat de slimste strategie lijkt, als one of the boys als ze daarmee de beste resultaten kan boeken.

Ze werd in 1960 geboren in De Meern. Haar vader was tuinder en net begonnen bij de Utrechtse plantsoenendienst; haar moeder was onderwijzeres, maar moest ontslag nemen toen ze trouwde.

Agnes is het jongste kind van acht. Aan die achtergrond ontleent ze veel. Ambitie en doorzettingsvermogen heeft ze van haar moeder, sociaal gevoel van haar vader, en debatteren van haar oudere broers en zusjes. Aan de grote tafel thuis volgde ze ademloos hun gesprekken en discussies.

Thuis waren ze katholiek. Agnes werd lid van de katholieke padvinderij en turnvereniging, maar ook nog katholiek leren dansen ging haar te ver, dat wilde ze niet. Katholiek, dat was de cultuur, de rituelen, de sfeer. Met geloof had het voor Agnes minder te maken. Ze had wel graag misdienaar willen worden, maar dat was in haar tijd niet voor meisjes weggelegd. Toen het later wel mocht, was het voor haar te laat. Trouwens, wie wilde er nou een ‘misdinette’ zijn, zoals zo’n meisje in de kerk ging heten.

Na de studie sociale geschiedenis in Utrecht ging ze werken bij de Vervoersbond in de Rotterdamse haven en concentreerde zich op het beroepsgoederenvervoer en de binnenscheepvaart. Ze had nog nooit op een schip gevaren en een truck van binnen gezien, maar die achterstand was snel ingehaald. Het vakbondswerk bleek haar te liggen, ze bleef niet op kantoor zitten, maar ging met de mannen na een dag hard werken de kroeg in en voerde acties. En toen een werkgever haar bij zo’n actie een dreun in haar gezicht gaf, wist ze van verbouwereerdheid niets te zeggen. Maar ze hoorde er toen wel helemaal bij.

In Rotterdam werd ze regiobestuurder, ze klom steeds hoger op binnen de bond, werd lid van het Federatiebestuur en vice-voorzitter. Toen Lodewijk de Waal zijn vertrek als voorzitter in 2005 aankondigde, zei ze dat ze hem wilde opvolgen. Ze wachtte niet, zoals zoveel vrouwen doen, bescheiden tot ze eventueel, misschien, gevraagd zou worden. Ze stak haar vinger op en kreeg alle bonden achter zich. Zo doe je dat.