Frans Thomése schreef zowel het keeltoeschroevende Schaduwkind als het droogkomische J. Kessels: The Novel. Zijn debuut Zuidland werd onderscheiden met de AKO Literatuurprijs. En met Grillroom Jeruzalem won hij eerder in 2012 de VPRO Bob den Uylprijs. Onlangs verscheen Het Bamischandaal. Hier vindt u de volle drie uren.

Maarten Westerveen,

Maarten Westerveen over dit gesprek:

Ik houd van ongrijpbaarheid.

Thomése en zijn werk laten zich moeilijk samenvatten. Ik heb het althans nooit iemand succesvol zien doen. Ik verwacht ook niet dat het mij gaat lukken in drie uur. Dat vind ik wel een aangename gedachte.

Samenvatting en citaten:

Maarten Westerveen in gesprek met P. F. Thomese.
De schrijver werd verwekt op een Paasochtend in 1957 en geboren in Doetinchem op 23 januari 1958 als toevallige nazaat van een oud, vrijwel uitgestorven geslacht. Frans groeide op in het afgelegen Zaltbommel, in een gevleugeld wit landhuis met uitzicht op de horizon, dromend van het echte leven, waar hij zich geen voorstelling van kon maken. Oudste en enige zoon. wereldvreemd.

"Ongeschikt", werd er gezegd. Maar voor wat? Hij behaalde alerlei diploma's, zoals voor zwemmen en het gymnasium, waar hij vervolgens niets mee deed.
En droomde van boeken die niet bestonden. Probeerde die te schrijven, maar ze bleken iets anders te worden, iets wat hij zelf niet had voorzien.
In de bioscoop van zijn vriendje Henkie Eenhoorn en thuis op de televisie ontdekte hij al op vroege leeftijd Amerika. Het was het beloofde land, waar verlangens in beeld verschenen en de stoutste vermoedens gewoon werden ondertiteld - zodat je er nog steeds van kon dromen.

Totdat de legendarische J. Kessels in zijn leven verscheen en ze er op een doordeweekse dag heen gingen. Ze bezochten in dat giga-grote filmdecor alle plekken die ze kenden van thuis en waar ze in proncipe dus niet van opkeken. Alleen een paar dingen waren anders.

Later reisde hij met J. Kessels een aantal malen naar Duitsland.
Frans Thomese was van 1979 tot 1984 redacteur en verslaggever bij het Eindhovens Dagblad. in 1984 pakte hij zijn geschiedenisstudie voor drie jaar weer op, maar hij voltooide deze niet. Daarna schreef hij voor het weekblad De Tijd en leverde bijdragen voor NRC Handelsblad, enkele regionale dagbladen en Vrij Nederland. ook was Tomese redacteur van het literaire tijdschrift De Revisor.

Een handjevol boektitels: Zuidland, Schaduwkind, J.Kessels: The Novel. Reisverhalen gebundeld in Greatest Hits gelden onder liefhebbers al jaren als hoogtepunt in het genre, voor zijn verslag Grillroom Jeruzalem kreeg hij in 2012 de Bob den Uyl-prijs. En dan zijn nieuwste in '12: Het bamischandaal. In NRC teypeerd als " Geestig, virtuoos en onbedaarlijk smerig.

Over de kritiek

Over Arnold Heumakers (NRC) en Jeroen Vullings (VN) maar ook de wat stille Janet Luis en Elsbeth Etty is hij enthousiast. " ik ben blij veel verschillende reacties te krijgen op mijn werk. Maar in het algemeen gesproken: de reflectie is uit de literatuurkritiek aan het verdwijnen, zoals eertijds Ter Braak en Rodenko schreven. Schrijvers werden vroeger echt beter als gevolg vam het feit dat er anderen waren die goede analyses gaven en betekenis vonden in het werk.

Er is niks mooiers dan als je Borges leest over Don Quichotte. Het genot van een goede exegese.

Polemiek rondom Thomese:
Thomese belandde zo nu en dan in stevige polemische gevechten. Leon de Winter verweet ook hem antisemitisme vanwege een column in de GPD-bladen. Joost Zwagerman beschuldigde hem van dubbelhartigheid inzake cultuurpessimisme; P.F. had een essay aan de Revisor geleverd waarin hij het commercialisme in de literatuur hekelde: " De narcistische samenzwering". Critici namen hem op de korrel toen hij Connie Palmen hekelde om haar zoeken van publiciteit met autobiografische literatuur, omdat hij dat later zelf ook deed!

Enkele citaten

Jacob Groot, auteur van het boek Adam Seconde, daarmee kan Thomese zeer vruchtbaar van gedachten wisselen. Bijvoorbeeld over het thema pornografie. Niet om het te hebben over proza dat je schrijfr met 1 hand, laten we zeggen Rukkers Proza. Nee, bespiegelingen over porno als fenomeen. Met stellingen als: We leven in een wereld waarin pornografie de meest beoefende tak van sport is geworden.

Over de totstandkoming van Schaduwkind, notities geschreven na het overlijden van zijn dochtertje. Het was in eerste instantie, hors commerce, gepubliceerd als nieuwjaarsgeschenk van uitgeverij Contact en werd later een enorme hype. Op de Frankfurter Buchmesse werd er gevochten om de vertalingsrechten. Daarna in Duitsland kwamen de ECHTE recensies: critici niet niet het leed van Thomese bespraken maar, zoals het hoort, het boek zelf. Daarmee werd Schaduwkind voor Thomese een wenlijk ander boek dan de rest van zijn oeuvre. De irinie ontbreekt bijna helemaal.

Maarten Westerveen stelt dat "misschien het autobiografische gewoon veel belangrijker wordt in de lieratuur ". Frans geeft de naam Bruno Schulz, dat is toverwerk! Twee bundels verhalen, fantastische fantasie, vanuit het gezichtspunt van een kind, hoe je als een kind geluiden interpreteerd, de werking van de taal, , daaaaaar wordt ik nu door ontroerd. de biografie is dan niet belangrijk.
Over zijn ontgoocheling door de schrijvers die hij ontmoette bij De Revisor: "Ik had te veel gespetterd in de piranhabak".

Het sleuteljaar 2002 waarin hij ouder werd maar ook zijn dochter verloor: " Het roer ging om! Ik verstond me met andere boeken, met Rilke, misschien ook omdat ik 'vrij' was. Misschien wel door het verlies van mijn dochter, dee veel van het andere relativeerde.

En dan nog een opmerking over de gemakzucht van Arnon Grunberg, die uit luiheid moralistisch wordt en zichzelf op een sokkeltje zet!