De Nationale Wetenschapsquiz 2011

Nationale Wetenschapsquiz 2011

Welk team is in 2011 er met de eer vandoor gegaan? Dit jaar streden wetenschappers tegen de ontwerpers. De 18e editie van de Nationale Wetenschapsquiz, georganiseerd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de VPRO, gaat uitsluitsel geven.

Vraag 1

Na het inschenken van de drank stijgen champagnebelletjes sneller op dan bierbelletjes van dezelfde grootte. Hoe komt dat?

A. Door de hogere viscositeit van het bier
B. Doordat bierbelletjes bij het opstijgen 'beplakt' raken met eiwitten waardoor ze een hogere weerstand ondervinden
C. Door de hogere gasdruk in champagnebelletjes waardoor de opwaartse kracht groter is 

Vraag 2

De meeste olympische zwembaden zijn 3 meter diep. Wat gebeurt er met de zwemtijden van de verschillende deelnemers tijdens een olympische sprintwedstrijd als er gezwommen wordt in een bad van maar 1,5 meter diep?

A. De zwemtijden gaan allemaal evenveel omhoog
B. De zwemtijden komen verder uit elkaar te liggen
C. De zwemtijden komen dichter bij elkaar te liggen

Vraag 3

Je kunt bij Facebook heel goed zien hoeveel vrienden jouw vrienden hebben. Hebben mensen op Facebook gemiddeld net zoveel vrienden als hún vrienden?

A. Ja
B. Nee, gemiddeld hebben hun vrienden meer vrienden dan zij
C. Nee, gemiddeld hebben hun vrienden minder vrienden dan zij 

Vraag 4

Je druppelt voorzichtig een waterdruppel van 1 millimeter groot op een metalen plaat waarvan de temperatuur ver onder het vriespunt ligt. Wat is de vorm van de ijsdruppel die zal ontstaan?

A. De druppel krijgt een perfecte bolle bovenkant
B. De druppel vloeit plat uit en bevriest dan als een soort pannenkoek
C. De druppel krijgt een spitse bovenkant

Vraag 5

Een gps-satelliet wordt vlak voor zijn lancering altijd zo ingesteld dat de interne klok net een fractie langzamer loopt dan klokken op aarde. Waarom doet men dat?

A. Om te compenseren voor de hoge snelheid van de satelliet
B. Om te compenseren voor de veranderde zwaartekracht op de satelliet
C. Om te compenseren voor de lage temperatuur van de satelliet

Vraag 6

Je hebt je shirt binnenstebuiten aan en je handen zijn aan elkaar vastgebonden met handboeien. Is het mogelijk om je shirt goed te krijgen zonder je handen los te maken?

A. Ja, dat kan, na wat moeite zit je shirt weer goed
B. Nee, dat kan niet want je shirt eindigt ondersteboven
C. Nee, dat kan niet want je shirt eindigt achterstevoren

Vraag 7

Het is alsof bomen weten waar andere bomen staan. Hoe komt het dat volwassen bomen elkaar niet verdrukken of met hun takken tegen elkaar aan staan?

A. Ze detecteren signaalstoffen die de buurbomen via hun wortels afgeven aan het grondwater
B. Ze detecteren het lichtspectrum dat van hun buurbomen afkomt
C. Ze detecteren de zuurstof die door hun buurbomen via fotosynthese wordt geproduceerd 

Vraag 8

 Er bestaat een vrij recent ontdekt ontladingsverschijnsel boven de wolken, dat vernoemd is naar een wezen uit een toneelstuk van:

A. Sophokles
B. Shakespeare
C. Goethe

Op Groenland ligt ongeveer 2,9 miljoen km3 ijs. Stel dat al dat ijs smelt en zich onmiddellijk verdeelt over het hele oceaanoppervlak. Hoeveel meter zeespiegelstijging zou dit aan de Nederlandse kust veroorzaken?

A. Er verandert niets
B. Tussen de 2 en 3 meter
C. Tussen de 7 en 8 meter

Vraag 10

Een grijs beeldscherm is gevuld met willekeurig geplaatste zwarte en witte stippen. Op het scherm verschijnt steeds een nieuw beeldje waarbij de stippen iets naar rechts zijn verplaatst. We zien dan de stippen vloeiend naar rechts bewegen. Wat gebeurt er nu met de beweging als we bij elk even beeldje (nummer twee, vier, zes, etc.) de witte stippen zwart maken en de zwarte stippen wit?

A. We zien dezelfde beweging maar sterk versneld
B. We zien geen beweging omdat je hersenen geen eenduidige verplaatsing zien
C. We zien de bewegingsrichting omdraaien

Vraag 11

Je hebt de keuze om voor het eerst op een ouderwetse hoge bi (vélocipède) of op een moderne ligfiets te rijden. Op welke van deze twee fietsen kun je het makkelijkst je evenwicht bewaren?

A. De hoge bi
B. De ligfiets
C. Maakt niet uit, op beide is het even moeilijk

Vraag 12

Een 35-jarige man transplanteert schaamhaar naar zijn hoofd om de snel oprukkende kaalheid, die in zijn familie veel voorkomt, te bestrijden. Hoe ziet hij er tien jaar later uit?

A. Kaal: het schaamhaar valt net als het hoofdhaar uit
B. Behaard: het schaamhaar zit er nog maar de kans op krullen is heel groot
C. Behaard: het schaamhaar zit er nog en heeft vorm en kleur van het hoofdhaar overgenomen

 

Vraag 13

Als je een theedoek nat maakt, wordt hij donkerder van kleur. Laat je hem drogen dan wordt hij weer lichter. Wat veroorzaakt deze kleurverandering?

A. Het water fungeert als een soort glasvezel waardoor het licht diep doordringt in het materiaal
B. Doordat de brekingsindex van water dicht bij die van textiel ligt neemt de verstrooiing af
C. Water absorbeert meer rood en groen licht dan textiel 

Vraag 14

Je hebt drie doosjes met bonbons. In het ene zitten twee witte bonbons, in het andere zitten twee pure bonbons en in het derde doosje zitten een pure en een witte bonbon. Je kiest willekeurig één van de drie doosjes en pakt daaruit ook weer willekeurig één van de twee bonbons. Die bonbon is wit. Wat is nu de kans dat de andere bonbon in het gekozen doosje ook wit is?

A. 1/3
B. 1/2
C. 2/3

Vraag 15

Een schip dat drinkwater vervoert ligt te wachten in een grote zeesluis. Door een gat in het schip stroomt zeewater het schip in. Om te voorkomen dat het schip gaat zinken, pompt de bemanning het drinkwater de sluis in. Er stroomt net zoveel water het schip in, als de bemanning wegpompt. Het waterniveau in de sluis:

A. Stijgt
B. Daalt
C. Blijft gelijk