Tegenlicht

Lockerbie. Het witwassen van een regime

Libië is sinds een jaar hard op weg salonfähig te worden en lijkt niet meer in het rijtje van schurkenstaten thuis te horen. Dat bleek toen in maart 2004 Tony Blair plotseling de Libische leider Khadafi bezocht.

Op zijn beurt bracht die een maand later weer een bezoek aan de Europese Gemeenschap. Terwijl in Irak een oorlog gevoerd moest worden om massavernietigingswapens te vinden, leverde Libië de zijne vrijwillig in. Inmiddels zijn bijna alle sancties tegen Libië opgeheven.

Wat is hier aan de hand? Voor het antwoord op deze vraag volgde Tegenlicht het afgelopen jaar een aantal nabestaanden van de aanslag op het PanAm vliegtuig dat in 1988 boven het Schotse Lockerbie ontplofte.

Bij de aanslag kwamen 256 inzittenden om het leven en nog eens 11 inwoners van het dorpje. Hun nabestaanden in Groot-Brittannië en de VS hebben zich goed georganiseerd. Deze nabestaanden blijken een cruciale rol te spelen bij de recente veranderingen in de relatie tussen Libië en het Westen.

Al kort na de aanslag wezen beschuldigende vingers naar Libië, dat op deze manier wraak zou hebben genomen op de Verenigde Staten wegens Amerikaanse bombardementen op Tripoli in april 1986. In 1992 stelden de Verenigde Naties sancties tegen Libië in werking. Door het handelsembargo raakte de Libische economie, die volkomen afhankelijk is van olie-export, in een diepe crisis. Uiteindelijk ging Libië onder voorwaarden akkoord met uitlevering van twee Libische verdachten. Het proces op neutraal terrein (in Kamp Zeist) o.l.v. Schotse rechters begon mei 2000 en duurde 22 maanden. Na veroordeling van één van de verdachten ging Libië akkoord met een schadevergoeding van 10 miljoen dollar per slachtoffer, in totaal 2,7 miljard dollar, overigens zonder formeel schuld te bekennen. Dat bedrag wordt echter pas uitgekeerd wanneer de laatste sancties worden opgeheven, Libië van de lijst van terroristische landen wordt afgehaald, en alle nabestaanden akkoord gaan.

Eén van de Engelse nabestaanden en hoofdpersoon in deze film, de huisarts Jim Swire, zette zich aanvankelijk in voor de uitlevering van de twee verdachten aan Schotland en de totstandkoming van het proces in Zeist. Maar tijdens het proces raakt hij overtuigd van de onschuld van de beklaagden. Eén van hen, Abdel-Basset al-Megrahi, zit op dit moment een gevangenisstraf van 27 jaar uit in een Schotse gevangenis. Swire vermoedt dat er gemanipuleerd is met bewijsmateriaal. Hij maakt zich nu sterk om boven tafel te krijgen wie er dan wel achter de aanslag zit en waarom er niets is gedaan met de waarschuwingen die wel degelijk waren binnen gekomen bij de veiligheidsdiensten. De Amerikaanse nabestaanden daarentegen blijven overtuigd van de schuld van Libië en gaan akkoord met de regeling.

Zowel de Engelse als Amerikaanse nabestaanden zijn goed georganiseerd en hebben, door druk uit te oefenen op politici, een zekere macht verworven. Hun verschil van mening ten aanzien van de schuldvraag bemoeilijkt echter het vinden van de waarheid. Want én Libië én het Westen lijken gebaat te zijn bij het herstel van de onderlinge relaties. Libië heeft hier zelfs 2,7 miljard dollar voor over. Maar waarom? En wie is dan wél schuldig aan de dood van 267 onschuldige burgers en het verloren leven van een Libiër in een Schotse gevangenis?

Regie: Gideon Levy
Research: Ger Wieberdink
Eindredactie: Roel van Broekhoven / Doke Romeijn / Marije Meerman