Tegenlicht: China blue

China Blue

De grootste migratie in de geschiedenis van de mensheid vindt nu plaats. Meer dan 130 miljoen Chinese boeren, voor het merendeel jonge vrouwen, verlaten hun dorp op zoek naar werk in de geglobaliseerde economie.

Zij vormen het grootste reservoir van goedkope arbeidskrachten ter wereld en zijn de belangrijkste producenten van kleding en andere producten voor de westerse consumenten. In Tegenlicht een portret van een spijkerbroekenfabriek in China.

De 16-jarige Jasmine is een van de miljoenen, vaak piepjonge arbeiders die het arme Chinese platteland verruilen voor de fabriek in de hoop dat ze hun achtergebleven familieleden met hun salaris kunnen helpen. Ze werkt als losse-draadjesknipper in een jeansfabriek en woont net als haar vriendinnen op het terrein van de fabriek, met 12 meiden op een kamer. De huur en het geld voor de maaltijden uit de kantine worden op hun loon ingehouden. In haar dagboek schrijft Jasmine over haar dagelijks bestaan: over het werk, het vieze eten, en de heimwee.

'Wij missen nooit een deadline, al betekent dat dat de arbeiders de hele nacht moeten doorwerken.', zegt de baas van de fabriek trots tegen een klant. Om zijn belofte waar te kunnen maken en de orders op tijd te kunnen leveren, werken de arbeiders zeven dagen per week, soms wel 20 uur per dag, voor 5 eurocent per uur. Overuren worden meestal niet uitbetaald. De meisjes zijn zo moe, dat ze in een pauze boven op een berg spijkerbroeken in slaap vallen. Maar ze hebben geen keus, vakbonden zijn verboden en wie protesteert of te langzaam werkt, wacht een boete of ontslag.

CHINA BLUE vertelt het verhaal van het dagelijks leven van Jasmine en haar collega's en geeft zo een schokkend beeld van de gevolgen van een overspannen textielmarkt, waarin de grote westerse merken alles bepalen en fabrieksarbeiders de prijs betalen.

CHINA BLUE is op het IDFA in Amsterdam bekroond met de Amnesty International/DOEN Human Rights award.