Tegenlicht

De luiken dicht

Is het politieke speelveld teruggebracht tot de postzegel Nederland? Mogen de verkiezingsthema's niet verder reiken dan de kartelrand? Heeft het gidsland de luiken dicht gegooid?

Er lijkt iets grondig mis met de Tweede kamerverkiezingen 2006. Een groeiend aantal critici vindt dat de campagne "nergens over gaat". Wat het "feest van de democratie" had moeten zijn, wordt door velen calvinistisch tegemoet getreden, zonder de illusie zich met hun stem uit te spreken over de belangrijke vraagstukken van deze tijd. De politici verweren zich heftig tegen deze kritiek. Premier Balkenende sprak onlangs smalend van "een klagende intelligentsia over het niveau van de politiek, je kunt er de klok op gelijk zetten". Heeft Balkenende gelijk en gaat het om niet meer dan voorspelbare, rituele kritiek? Of is er dit keer meer aan de hand dan met de Nederlandse democratie?

Aan de vooravond van de verkiezingen, op maandag 20 november, stelt VPRO's Tegenlicht die vraag aan de orde in een discussie geleid door Felix Rottenberg. Samen met Halleh Ghorashi, hoogleraar Management van diversiteit en integratie, met publicist Bas Heijne en met hoogleraar Economie en voormalig secretaris-generaal op het ministerie van Economische Zaken Sweder van Wijnbergen, onderzoekt hij de vraag waarom internationale verhoudingen en mondiale thema's vrijwel verdwenen lijken uit de huidige campagne. Is het politieke speelveld teruggebracht tot de postzegel Nederland? Mogen de verkiezingsthema's niet verder reiken dan de kartelrand? Heeft het gidsland de luiken dicht gegooid?

Een greep uit de voorbeelden die aan de orde zullen komen:
Waarom sturen we onze manschappen naar Afghanistan, een van de moeilijkste militaire missies van dit moment -maar praten we er niet over tijdens de verkiezingscampagne? Waarom spreekt niemand meer over het door ons gesteunde Amerikaanse optreden in Irak? Waarom is Europa geen verkiezingsissue terwijl we vorig jaar massaal de Europese Grondwet hebben afgewezen, nota bene na een halve eeuw koploper Europese integratie te zijn geweest? Waarom rapporteren we wél zorgelijk dat onze islamitische jeugd vatbaar is voor extremisme, maar praten we, twee jaar na de moord op Van Gogh, nooit meer over oorzaken en voedingsbodem van internationaal terrorisme? Waarom komt een omstreden vraagstuk als versoepeling van het ontslagrecht uitsluitend aan de orde in het kader van Woutertje resp. Jan-Petertje pesten? En nooit in de context van innovatie, competitie en globaliserende economie, waar het onderwerp thuis hoort?

Aan de hand van deze en andere voorbeelden komt de vraag aan de orde of Nederland een zogenaamde "low trust globalisation society" aan het worden is. Een land waar de internationale ontwikkelingen argwanend op afstand worden gehouden en men zich liever achter de gesloten luiken bezig houdt met een naar binnen gekeerde identiteit. Elkaar moed insprekend dat het weer goed met ons gaat, met heimwee naar de VOC.

Typisch Nederlands, of een internationale trend? Een nieuw hoofdstuk in onze vaderlandse geschiedenis? Of zijn we met de luiken dicht weer aan het terugvallen op onze normale historische positie, namelijk die van de strikte neutraliteit die tot mei 1940 bestond. En die zich nu wellicht manifesteert als mentale neutraliteit in de gemoedstoestand van kiezers en gekozenen: een cultuur van vermijden en wegkijken.

Wat betekent die neiging om de luiken dicht te houden voor de toekomst van Nederland en zijn plaats op het mondiale toneel? En hoe om te gaan met dat gevoel van teleurstelling in de democratie zonder te vervallen in cynisme en doemdenken?