Tegenlicht

Het nieuwe bouwen

Wie zijn wij, hoe willen we wonen, hoe moeten we bouwen, welke omgeving past bij ons, Nederland?

Hoogvliet, de satellietstad bij Rotterdam, is op het eerste gezicht verre van uniek, zo eentje waarvan je er honderden hebt in Nederland. In de jaren zestig gebouwd als slaapstad voor de arbeiders van Shell en de haven, stond Hoogvliet lange tijd model voor de oer-Hollandse waarden rust, reinheid en regelmaat. Dertig jaar later gold het als een getto waar iedereen van af wilde. Dus werd de onfortuinlijke deelgemeente vervolgens voor een flink deel weer afgebroken en rees achter de tekentafel opnieuw de vraag van vijftig jaar geleden: wie zijn wij, hoe willen we wonen, hoe moeten we bouwen, welke omgeving past bij ons, Nederland.

Met Hoogvliet als voorbeeld hebben de architectuurhistorici Michelle Provoost en Wouter Vanstiphout de afgelopen zes jaar onderzoek gedaan naar de wereldwijde familie van New Towns en hun mondiale eenvormigheid. Er zijn immers duizenden Hoogvlieten; van Bagdad tot Detroit en van Islamabad in Pakistan tot Nowa Huta in Polen. Al deze New Towns zijn in de jaren vijftig en zestig gebouwd vanuit hoogdravende stedenbouwkundige idealen met een gemeenschappelijke oorsprong: ontworpen door Europese architecten die elkaars werk zeer nauwlettend volgden, volgens gelijkvormige stedenbouwkundige modellen en volgens exact hetzelfde vooruitgangsoptimisme. De ruimte, het vele groen, de rangschikking van de woonblokken; de afrekening met de benauwde 19e-eeuwse stedenbouw leek vooral na de Tweede Wereldoorlog aan een wereldwijde opmars begonnen.

Hoogvliet lag vlakbij Shell zodat de mannen op de fiets naar hun werk konden; in elke buurt stond een school, zodat de vrouwen hun kinderen lopend weg konden brengen. De bewoners wisten zich altijd vanzelfsprekend onderdeel van het grotere stadsgeheel en de open samenleving, terwijl ze zich toch veilig konden voelen in hun directe woonomgeving. Zo zou een New Town naar Engels model niet alleen een afspiegeling zijn van een ideale samenleving, maar ook een instrument om deze naderbij te brengen.

Nu al deze steden circa vijftig jaar oud zijn, hebben zij nog een ding gemeen gekregen. Namelijk dat ze in geen enkel geval zijn uitgevallen zoals de planners dat hadden voorzien. Ze zijn alle ingehaald door juist die dingen die ze ongedaan wilden maken: door plaatselijke, traditionele, culturele en economische verschillen, immigratie uit verre werelddelen en de uittocht van de oorspronkelijke bewoners.

Dit wereldwijd 'mislukken' van het moderne stedenbouwkundige project heeft geleid tot een nieuwe golf van ambitieuze stedenbouwkundige projecten. Ditmaal om deze wijken hardhandig te 'corrigeren', met grootschalige sloop en nieuwbouw, met de vaak onuitgesproken bedoeling weg te vagen wat in de loop der jaren is ontstaan en de huidige bevolkingssamenstelling drastisch te veranderen.

In Hoogvliet, inmiddels de grootste sloop- en nieuwbouw locatie van Nederland, hebben Provoost en Vanstiphout in een zes jaar durend project geprobeerd een andere visie ingang te doen vinden. Zij noemden zich WIMBY!, Welcome Into My Backyard! Waarmee ze wilden zeggen: accepteer dat Hoogvliet niet de stad is geworden die vijftig jaar geleden op de tekentafel stond. Ga uit van datgene dat misschien nooit gepland was, maar onmiskenbaar is ontstaan, en er door al die nooit bedoelde bevolkingsgroepen en ongewenste sociale klassen ongepland aan is toegevoegd. De identiteit van een stad ontstaat uit de door hun eigen geschiedenis gevormde eigenaardigheden en complexiteiten.

Regie: Rudi Boon
Research: Henneke Hagen
Camera: Stefano Bertacchini
2e camera: Stef Tijdink
Geluid: Mike van der Sluijs, Bouwe Mulder, Jilles Schriel
Montage: Christine Houbiers
Productie: Miriam Bos
Eindredactie: Jos de Putter, Doke Romeijn