University Colleges in Nederland

Oxford in Zeeland

Hoe werkt het University College: Is het een rijkeluiscrèche zoals minister Plasterk ooit zei? Of is het de universitaire onderwijsvorm van de toekomst? Tegenlicht kijkt de eerste maanden mee in Middelburg en volgt enkele eerstejaars. Hoe worden de studenten geselecteerd? En levert deze vorm van onderwijs bijzondere prestaties op?

In het middelbaar onderwijs kenmerkt het Nieuwe Leren zich door een minimum aan klassikaal onderwijs en een grote mate van zelfwerkzaamheid. Aan de Universiteit is het de standaard methode. Maar sinds de oprichting van het University College Utrecht door prof. Hans Adriaansens, blijkt een heel andere manier van studeren effectief. Hij zette in een leeromgeving van maximaal zeshonderd studenten, die samen werken en wonen op een campus, een nieuwe standaard voor effectief hoger onderwijs; negentig procent studeert na drie jaar af als bachelor in science and arts, een percentage dat op andere Nederlandse universiteiten op twintig procent ligt. Het organisatiemodel van het University College is overgenomen uit het buitenland. Zo bestaat Oxford University bijvoorbeeld uit 39 Colleges, eenheden van ongeveer zeshonderd studenten.

In 2004 opende Adriaansens in het oude Middelburgse Stadhuis de Roosevelt Academy. Volgens hetzelfde recept als de University College in Utrecht. Een kleine groep zeer gemotiveerde studenten uit alle delen van de wereld (55 nationaliteiten) werkt intensief samen aan een gevarieerd programma van liberal arts and sciences. Ook hier studeert negentig procent af in drie jaar en vindt zijn weg naar masteropleidingen aan topuniversiteiten over hele wereld. Adriaansens gelooft in opleidingen zoals de Roosevelt Academy die biedt, waarin de student gaande zijn studie zijn hoofdvak selecteert: een trechtermodel. Zijn studenten waaieren uit naar Masters in uiteenlopende gebieden als literatuur, medicijnen, biomedische wetenschappen, economie en wiskunde.

Een aanbevelingsbrief, een VWO diploma met een goede cijferlijst en de wil om hard te werken, dat is nodig om de Dean van de Roosevelt Academy te doen besluiten een nieuwe student aan te nemen. Adriaansens: “Een week heeft 168 uur, dat is drie keer 56. 56 uur slapen, 56 uur aan je programma werken en 56 uur voor je eigen ontwikkeling. Selectiecriterium is: wil je even hard werken als wij.”

In Tegenlicht volgen we enkele net aangenomen studenten in de eerste maanden van hun studie. Twee van hen voelen zich direct als een vis in het water: actieve colleges, de eerste toetsen al in de tweede collegeweek, docenten die er als coaches bovenop zitten, studeren en wonen op een Middelburgse campus. Voor een derde student blijkt deze vorm van studeren uiteindelijk minder te werken: ze haakt uiteindelijk af. Maar dan is wel alles in het werk gesteld om haar binnenboord te houden.

Hoe werkt het University College? Is het echt een rijkeluiscrèche, zoals minister Plasterk ooit zei? Of is het de universitaire onderwijsvorm van de toekomst? Onderwijsvernieuwing door het toepassen van eeuwenoude wetmatigheden, ingewikkelder is het niet. Hans Adriaansens: “De kern is organisatie. Er wordt vaak gesproken over universiteiten die op zoek moeten naar excellente studenten. Dat vind ik een verkeerde voorstelling van zaken. Excelleren is een werkwoord, dat betekent dat je als onderwijsinstituut moet zorgen voor een context waarin studenten kunnen uitblinken. Met een zes-en-een-half gemiddeld op het VWO de sterren van de hemel studeren, dat moet mogelijk zijn”.

Regie: Eugene Paashuis
Research: Henneke Hagen
Productie: Judith van den Berg
Eindredactie: Jos de Putter, Henneke Hagen