Tegenlicht

Sponsors voor Uncle Sam

In het laatste deel van de themareeks De Omgekeerde Wereld het verhaal van een bank die in de problemen kwam, de redding vanuit het Midden-Oosten en de geheimzinnige rol van een steenrijke prins.

Wat doe je als je financieel in de problemen komt? Dan leen je geld, het liefst bij vrienden. Maar wat als die niet thuis geven? Dan moet je aankloppen bij je vijanden, of wat daarvoor doorgaat. Dat overkwam Citibank, de grootste bank van Amerika, toen zij vorig jaar werd overvallen door de gevolgen van de kredietcrisis. In het laatste deel van de themareeks De Omgekeerde Wereld het verhaal van een bank die in de problemen kwam, de redding vanuit het Midden-Oosten en de geheimzinnige rol van een steenrijke prins.

Vorig jaar brak paniek uit op de financiële markten. En nu, een jaar later, begint de volle omvang van de kredietcrisis pas goed zichtbaar te worden. De recente nationalisatie van hypotheekreuzen Freddie Mac en Fannie Mae geldt als de grootste ingreep op Wall Street sinds 1929. De totale financiële schade van de kredietcrisis kan volgens zakenbank Goldman Sachs oplopen tot duizenden miljarden dollars.

Terwijl de geldstroom in het Westen opdroogt, is in andere delen van de wereld meer kapitaal beschikbaar dan ooit. In de Golfstaten zijn de staatskassen door de hoge olieprijzen overvol. McKinsey schat het geïnvesteerde kapitaal van staatsinvesteringsfondsen samen op ruim 1,4 triljoen dollar: dat is een 1,4 met nog elf nullen erachter.

Achter deze overrompelende cijfers gaat een veelzeggende ontwikkeling schuil: Westerse economieën staan op de rand van een recessie en het rijke Oosten moet voor redding zorgen. Eind 2007 en begin 2008 waren het Arabische en Aziatische landen die door middel van staatsfondsen en min of meer private vermogens de gekende financiële instellingen sponsorden. Rijk geworden door stijgende olieprijzen (Arabische wereld) of groeiende export (Verre Oosten) zoeken zij betere investeringsmogelijkheden voor hun winsten dan de steeds verder in waarde dalende dollar.

Het Westen boekt dus af, het Oosten boekt bij. Aan de hand van dit internationaal fenomeen onderzoekt Tegenlicht de recente problemen bij Citibank. Die bank moest eind 2007 op zoek naar vers kapitaal en zag zich gedwongen aan te kloppen bij rijke geldschieters uit het (Midden-)Oosten. Zo kwam de grootste bank van Amerika terecht bij het staatsinvesteringsfonds van Abu Dhabi, ADIA, (vermogen 875 miljard; uiteindelijk goed voor een kapitaalinjectie van 7,5 miljard dollar in Citibank) en bij de steenrijke investeerder Prins Al Waleed Bin Talal, de beroemde neef van de koning van Saoedi-Arabië.

Is het erg als een Westerse bank overeind wordt gehouden door dit soort geldschieters? Is het anders om te lenen van sjeiks dan van Westerse partijen? Vanwaar onze huiver om met overheidsinstellingen van Aziatische en Arabische mogendheden in zee te gaan? En hoe reëel is die angst? Tegenlicht vloog via New York naar Dubai en Abu Dhabi en legde Amerikaanse en Arabische experts de vraag voor wat ‘omgekeerde globalisering’ betekent in de wereld van de grote bedragen. Geldt ook hier het principe ‘wie betaalt, bepaalt’?

Met o.a. Charles Morris (auteur 'The Trillion Dollar Meltdown'), investeerder Peter Schiff (Euro Pacific Capital), Wall Street Journal-journalisten David Enrich en Craig Karmin, Nouriel Roubini (econoom, New York University/Stern), Marwan Shehadeh (Al-Futtaim Capital, Dubai), Mohammed Yasin (SHUAA Securities, Abu Dhabi)

Regie: Shuchen Tan
Research: William de Bruijn
Productie: Miriam Bos/Judith van den Berg
Eindredactie: Jos de Putter/ Doke Romeijn