VPRO Tegenlicht

De robot als mens

In het westen zijn we bijna bang voor slimme robots. In Japan hebben robots een ziel. Daar zullen intelligente robots sneller worden geaccepteerd.

Vraag hoe de westerse mens over robots denkt en het antwoord is al snel dat ze er weinig mee hebben. Of er zelfs een beetje bang voor zijn. Heel anders is dat in Japan. Daar komen deze zomer zelfs sociale robots op de markt die in huishoudens en bedrijven gaan werken. Want in Japan daar hebben voorwerpen – dus ook robots – een “ziel”. Intelligente robots zullen daarom veel sneller in Japan worden geaccepteerd dan in het westen.

reacties op aflevering

Wij in het westen vinden robots tot op zeker hoogte handig, maar ze moeten er niet te echt uitzien. Of meer kunnen dan wijzelf. Er wordt zelfs gewaarschuwd voor intelligente, zelflerende robots of supercomputers die ons leven helemaal gaan overnemen. In Japan denken ze daar niet zo somber over. De Japanners zijn niet alleen gek op robots omdat ze grote economische mogelijkheden zien. De Japanse overheid steekt zo'n slordige 350 miljoen dollar in de ontwikkeling van humanoïde service robots. Ze houden van robots omdat ze het niet erg vinden om dingen een ziel te geven. 

Volgens het Shintoïsme heeft alles een ziel, levende en niet-levende objecten, mensen, dieren, auto's gereedschappen en dus ook robots. Het hebben van een ziel wordt in het joods-christelijke westen gezien als het werk van God en het geven van een ziel aan een robot is dus 'voor god spelen' en volgens velen ethisch aanvechtbaar. Volgens de Japanse ethiek, beter bekend als rinri, is het vooral van belang dat de geest van de robot in harmonie is met die van de eigenaar. Iets een ziel geven is geen enkel probleem, immers alle voorwerpen die we maken en gebruiken zijn al bezield. Intelligente robots zullen daarom veel sneller in Japan worden geaccepteerd dan in het westen. 

Regisseur Rob van Hattum onderzoekt de cultureel-religieuze kaders die onze houding ten aanzien van nieuwe technologieën bepalen of wellicht zelfs beperken. De Japanse hoogleraar robotica Hiroshi Ishiguro is bepaald niet bang voor robots en heeft zichzelf nagebouwd. Die robot is zelfs zijn identiteit gaan bepalen: om op zijn robot te blijven lijken, laat Ishiguro zijn gezicht voortdurend verjongen.

De Amerikaanse filosoof Daniel Dennett is ervan overtuigd dat mensen zelf robot zijn, robots gemaakt van robots, van robots, van robots. De cellen en alle delen van de cellen kun je zien als robotsystemen. Ons brein is volgens hem een soort hardware robotplatform dat gevuld wordt met de software van onze cultuur. Dat maakt ons intelligent. En zelfs de slimste computer kan daar niet aan tippen. 

De Nederlandse hoogleraar sociale robotica Vanessa Evers bouwt sociale robots, robots die je begripvol benaderen en echt snappen wat je bedoelt. Robots die je helpen met een rondleiding door een museum of je de weg wijzen op een luchthaven. En in het bedrijf van de Japanse roboethics researcher Naho Kitano worden ‘slangenrobots’ ontworpen die bijvoorbeeld in ingestorte gebouwen mensen kunnen zoeken of door pijpen kunnen rijden. Hoe bang moeten we eigenlijk zijn voor slimme en sociale robots?

Regie Rob van Hattum
Research Chris Vijn en Frederique Melman
Productie Marie Schutgens
Eindredactie Marije Meerman & Doke Romeijn