De één zijn dood...

Voor de meeste marktsectoren verliep het afgelopen beursjaar rampzalig, maar voor sommige bedrijfstakken bleken de afgelopen 12 maanden uiterst lucratief. De aanslagen van 11 september zorgden voor de opleving van een markt die sinds de val van de muur wat in een dipje was geraakt. Bedrijven die op hun product op een of andere manier het label “anti-terroristisch” wisten te plakken konden zich verheugen op grote belangstelling van burgers, het bedrijfsleven en –met name Westerse- overheden.

De opleving van de anti-terrorisme-industrie

Op de wapenbeurs “Eurosatory” die in juni dit jaar in Parijs werd gehouden toonden veel van deze bedrijven hun nieuwste waar in de strijd tegen het terrorisme. Het was de eerste grote defensiebeurs na 11 september, dus dé mogelijkheid voor nationale staten, defensie-industrie en gelukszoekers om producten voor de strijd tegen het terrorisme aan de man te brengen. We hebben immers weer een vijand, en op de wapenbeurs bleek de grenzeloze fantasie van de fabrikanten om deze te bestrijden. Onbemande vliegtuigjes, rubberen hoefijzers, anti-terrorisme laser-grips voor alle soorten pistolen, anti-terrorisme barrière-systemen, anti-terrorisme camouflageverf, anti-terrorisme bazooka’s, anti-terrorisme messen en anti-terrorisme “extreme shock bullets”, om maar een kleine greep uit het aanbod te noemen. De immense hallen nabij het vliegveld Charles de Gaulle waren een week lang het Mekka van de terrorismebestrijder.

Volgens Paul Beaver, eindredacteur van defensieblad Jane’s Defense tijdens de beurs, kende deze editie vele nieuwe ondernemers, maar ook de conventionele defensie-industrie heeft het afgelopen jaar niet stilgezeten. In krap 10 maanden heeft ze zich aangepast aan de nieuwe oorlog. Landen als Polen, Slowakije en Servië bouwen hun oude systemen uit de Sovjet-tijd om tot goedkope alternatieve strijdmiddelen voor oorlogsvoering in de moderne tijd.

Israël heeft jarenlange ervaring op het gebied van grensbewaking en binnenlandse veiligheid, en was dan ook massaal vertegenwoordigd. Onder meer was voor het eerst de ‘virtuele muur’ te zien die de Israëlische overheid in gedachten heeft voor Syrië en de Palestijnse autoriteit. Een consortium van Israëlische bedrijven toonde een geïntegreerd “border protection system”: een verzameling slimme camera’s, zeppelins met sonarapparatuur en grote elektronische hekken die tezamen een grens over zeer lange afstand nagenoeg potdicht timmert. Althans voor even...

Want dat was het frappante van deze beurs; ondanks de aanwezigheid van de crème de la crème van de wapenindustrie en de nieuwste snufjes op het gebied van terrorismebestrijding, was het voor iedereen mogelijk om binnen te komen. Goed, registratie was vereist en legitimatie verplicht, maar het lijdt geen twijfel dat iemand met wrede plannen zich zonder al te veel problemen toegang zou kunnen verschaffen tot de beurs. En de producten die werden getoond zijn niet alleen voor de terroristenbestrijders interessant. Naast de ‘virtuele grens’ van de Israëli’s stond een stand met zogenaamde "UAV’s", onbemande vliegende objecten die, mits in verkeerde handen, op den duur een zelfmoordaanslag overbodig maken en diezelfde virtuele grens vrijwel nutteloos.

De nieuwe wapenwedloop die na de elfde september lijkt te ontstaan kent daarmee in elk geval al een aantal overeenkomsten met die van de koude oorlog: ook toen was de motor achter de ontwikkeling alles wat volgens de fantasie van de technologen mogelijk door de tegenstander kan worden bedacht. Ook toen was het exportbeleid voor wapens en strategische goederen geen garantie tegen ongewenste bestemmingen. En ook toen was de defensie-industrie de enige echte winnaar.