Patenten tegen het terrorisme

Veel frontsoldaten van de strijd tegen het terrorisme zullen nooit een terrorist in levende lijve ontmoeten, maar voeren hun werk uit in de beschermde omgeving van één van de onderzoeksinstellingen die zich actief met de oorlog of met de beveiliging van de maatschappij bezig houden. In de uitzending bezochten we de defensielaboratoria van TNO in Den Haag en Rijswijk, de beroemde RAND corporation in de VS, en waren we in Schotland waar terrorisme-expert Paul Wilkinson de leiding heeft over het 'Centre for the Study of Terrorism and Political Violence' van de universiteit van St Andrews. Een korte beschrijving van deze instituten en hun rol in de nieuwe oorlog.

De onzichtbare frontsoldaten in het lab

1. CENTRE FOR THE STUDY OF TERRORISM AND POLITICAL VIOLENCE

Paul Wilkinson, de terrorisme-expert die in de uitzending aan bod komt, is hoofd van het CSTPV, een onderzoeksinstituut van de St Andrews universiteit in Schotland. Ook al is het instituut in zijn huidige vorm nog vrij jong, het werd opgericht in 1994, geldt het als één van de meest vooraanstaande onderzoeksinstituten ter wereld op het gebied van terrorisme. Het onderzoek van het instituut richt zich op de oorzaken van uitbarstingen van politiek geweld, en de gevolgen daarvan op verschillende niveaus. En dat politieke geweld veranderd van karakter. Sinds 11 september heeft de wereld kennis gemaakt met een nieuwe verschijningsvorm van terrorisme, het z.g.’super terrorisme’ of ‘apocalyptische terrorisme’ zoals Wilkinson het noemt. Kenmerk van dit nieuwe terrorisme is dat het als een wereldwijd netwerk is georganiseerd, zonder duidelijke hiërarchie of centrale aansturing. Als er aan de ene kant een cel uitvalt, kan een andere cel in het netwerk de taak moeiteloos overnemen: “It’s like a gaz, coming out of the cracks in the ground”. Wilkinson is hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Terrorism and Political Violence’, waarvan op het internet helaas alleen abstracts te lezen zijn (link 1). De website van de CSTPV is helaas wat summier, maar voor de volledigheid vermelden we hem hiernaast (link 2).

2. RAND

RAND is een onafhankelijke denktank, opgericht na de Tweede Wereldoorlog aan de Westkust van de VS. Bruce Hoffman, die in de uitzending aan het woord komt, is directeur van RAND Washington, één van de vier grotere RAND kantoren. Aanvankelijk werkte RAND voornamelijk als strategisch militair adviseur voor de Amerikaanse overheid, en dan met name voor de luchtmacht. Inmiddels werken er ruim 1100 mensen en is het onderzoeksgebied enorm verbreed. “High quality objective research on national security issues” is echter nog steeds hun visitekaartje. RAND heeft altijd de naam gehad een neo-conservatief bolwerk te zijn. Tijdens de Vietnam oorlog werden ze hevig bekritiseerd door links Amerika vanwege hun stellingname vóór de oorlog.
Vanaf de jaren ’60 is Rand naast het werk voor Defensie ook steeds meer voor civiele opdrachtgevers gaan werken. Op dit moment adviseren ze onder andere de Europese Commissie, Schiphol, het Chinese Ministerie van Volksgezondheid, een aantal topuniversiteiten, de chemiegigant Bristol Myers etc etc. Maar de grootste opdrachtgever blijft nog steeds de Amerikaanse overheid.

Hoe dicht RAND precies tegen het Pentagon aan zit is niet helemaal duidelijk. Maar er zijn duidelijk nauwe banden met naaste adviseurs. De beruchte Pentagon Papers zijn destijds uitgelekt naar de Washington Post via een bron bij RAND. Maar ook kortgeleden bleek weer hoe dicht RAND bij het vuur zit; op 10 juni van dit jaar vond een besloten bijeenkomst plaats met hoge adviseurs van het Pentagon, waarin ‘een hoge RAND medewerker’ stelde dat Saudi Arabië de spil is in de financiering en organisatie van de heilige oorlog tegen het Westen. “ They are active at every level in the terror chain. From planners to financers, from ideologists to cheerleaders. They support our enemies and attack our allies”.
Dit verhaal lekte uit naar de Washington Post en zorgde voor een politieke rel omdat het totaal inging tegen de officiële lijn van het Witte Huis. Om de rel te sussen moest Colin Powell de volgende dag bellen met de Irakese minister van Buitenlandse Zaken om uit te leggen dat dit niet de visie was van de Amerikaanse regering, maar “slechts een privé mening”.

3. TNO

In Nederland is voor de verdediging tegen terroristische aanslagen een belangrijke taak weggelegd voor TNO, een bij wet ingestelde zelfstandige organisatie met maar liefst 5400 mensen in dienst. Binnen het TNO houden met name het Fysisch en Elektronisch Laboratorium (FEL) en het Prins Maurits Laboratorium zich met terrorisme bezig. Het FEL heeft als belangrijkste opdrachtgever het ministerie van Defensie (70 %) en de particuliere markt (30%). Het FEL heeft zich van oudsher bezig gehouden met zowel militaire research als met veiligheid van de infrastructuur in de breedste zin. TNO houdt zich niet zozeer bezig met onderzoek naar het verschijnsel terrorisme, maar meer met de bestrijding en voorkoming van terroristische aanslagen. Typerend is de definitie van terrorisme die ze bij TNO hanteren. Proberen de meeste definities terrorisme een plaats te geven als bijzondere vorm van criminaliteit of bijzondere vorm van oorlogsvoering, TNO ziet terrorisme als een bijzondere vorm van rampspoed, als rampen met een criminele achtergrond. Na 9/11 werd het onderzoek op dit gebied geïntensiveerd, en is “rampenbestrijding” in een jaar tijd vrijwel geheel in het teken komen te staan van “terrorismebestrijding”. Daarmee sluit TNO aan op de theoretische opvattingen over het moderne terrorisme zoals die bij St Andrews en RAND worden gehanteerd. Het apocalyptisch terrorisme richt zich op de kwetsbare kanten van de samenleving. De open westerse samenleving heeft uiteraard veel kwetsbare kanten die zowel met high-tech middelen (ontregeling van de informatiesamenleving bijvoorbeeld) kunnen worden bestreden als met gebruikmaking van alledaagse middelen, zoals lijntoestellen en wolkenkrabbers. TNO houdt zich met beide kanten bezig: ze is zowel betrokken in een ongekende slimme wapenwedloop met de denkbare terroristische tegenstander, als bij de ontwikkeling van rampenplannen voor het geval van terroristische aanslagen op het alledaagse.