Concentratiekamp of opvangkamp

Toen in 1992 de wereld beelden kreeg voorgeschoteld van een moslimkamp in Trnopolje, was de verontwaardiging groot. De uitgemergelde mannen achter prikkeldraad werden al snel vergeleken met beelden van concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog. De uitzending van de beelden bracht wereldwijd een golf van verontwaardiging teweeg, en Amerikaanse congresleden begonnen te spreken over een internationale troepenmacht. Overal werd het argument genoemd dat de wereld niet een tweede keer mocht toekijken hoe een volk stelselmatig en georganiseerd werd uitgeroeid.

Wat was het kamp in Trnopolje precies?

Maar vijf jaar nadat de beelden op het netvlies van de wereldbevolking werden gezet, schreef de Duitse journalist Thomas Deichmann een artikel waarin hij bewijs leverde dat de beelden niet klopten. (zie ook het fragment uit de uitzending, rechts op deze pagina) Deichmann merkte op dat het prikkeldraad waarachter de sterk vermagerde moslimmannen stonden, aan de binnenkant van de palen was bevestigd, iets wat zeer ongebruikelijk is. Na bestudering van het filmmateriaal van de Engelse producent ITN kwam Deichmann tot de conclusie dat het kamp niet helemaal omheind was met prikkeldraad; de filmploeg stond in een veld naast het kamp. Dit veldje was afgeschermd met een hoog hek van prikkeldraad om de aanwezige landbouwwerktuigen te beschermen tegen diefstal.

Deichmann publiceerde zijn bevindingen eerst in het Duitse tijdschrift Novo Magazine. Later werd het artikel overgenomen door het Engelse tijdschrift LM Magazine. De publicatie in Engeland, onder de titel ‘The picture that fooled the world’ schudde de producent van de beelden, ITN, wakker. Het bedrijf ontkende onmiddellijk dat de beelden de waarheid niet helemaal goed weergaven, en klaagde LM Magazine aan wegens laster. Het tijdschrift werd in 2000 veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 375.000 Engelse ponden, en kon dezelfde middag faillissement aanvragen.

Daarmee lijkt de zaak afgedaan; ITN heeft gelijk en de beelden kloppen. Helaas ligt het verhaal niet zo eenvoudig. LM werd niet veroordeeld omdat het blad schreef dat de moslims in Trnopolje niet gevangen zaten achter prikkeldraad, maar omdat LM beweerde dat ITN willens en wetens de suggestie wekte dat het kamp leek op de concentratiekampen van Nazi-Duitsland. En ITN heeft zelf nooit beweerd dat het kamp in Trnopolje een concentratiekamp was. Wel verkocht het de beelden over de hele wereld, waar het voor de kranten en nieuwsrubrieken die de beelden uitzonden bijna onmogelijk was de vergelijking met de Nazi-concentratiekampen niet te maken. Zo sprak de Engelse Daily Star van ‘Bergen 92’ en de Daily Mail over ‘The Proof’.

Maar de beelden van sterk vermagerde mannen achter prikkeldraad kunnen dan wel lijken op de zwartwitbeelden van gevangenen in Auschwitz of Bergen-Belsen, daarmee is nog niet gezegd dat de situatie in de Servische kamp hetzelfde was als in de kampen in Nazi-Duitsland. Ondanks de vele verhalen over verkrachtingen, en mishandelingen, kwamen velen die in het kielzog van de ITN filmploeg Trnopolje bezochten tot de conclusie dat het woord concentratiekamp niet op zijn plaats was. Zo ook de politiek leider van de Engelse liberale partij, Paddy Ashdown, die twee weken nadat de beelden waren gemaakt, het kamp bezocht: “Deze mensen zijn hier gekomen omdat ze ergens naartoe moeten. Hun huizen zijn in brand gestoken, hun leven bedreigd. Moslimextremisten hebben de mannen onder druk gezet om zich aan te sluiten bij de guerillas, en ze zijn hier gekomen voor hun veiligheid. Maar het onbeschermde kamp is een aantal keer overvallen door Servische extremisten, die de Moslims mishandelen, ze beroven van hun laatste bezittingen en, zo wordt gezegd, de vrouwen verkrachten. Maar de situatie is nu verbeterd.”

Tegenlijk met de ploeg van ITN, die de beelden zou maken van de uitgemergelde man achter prikkeldraad in Trnopolje, reisde ook Guardianjournalist Ed Vulliamy naar hetzelfde gebied. Hij ging op uitnodiging van de Serven op bezoek in de kampen van Omarska en Trnopolje, om te kijken of de moslims er goed werden behandeld. De Bosnische regering noemt het kamp het ‘op een na grootste concentratiekamp’, maar Vulliamy vertelt in zijn verslag nadrukkelijk dat het kamp in Trnopolje geen concentratiekamp genoemd mag worden. Volgens de journalist is Trnopolje het best te omschrijven als een kruising tussen een civiele gevangenis en een doorgangskamp.

Volgens de Finse afdeling van Human Rights Watch, die het kamp in 1992 bezocht, was het kamp een ‘getto’ voor het niet-Servische deel van de bevolking in het gebied. Er kwamen moslims die door de Servische milities opgepakt waren, maar ook moslims die zichzelf veiliger voelden in het kamp, nadat hun huizen waren vernield. Zij hoopten dat ze in het kamp als vluchteling geregistreerd konden worden, zodat ze naar andere landen konden uitwijken. Toen het kamp in Trnopolje te vol werd, werden inderdaad veel moslims overgebracht naar niet door Serviërs gecontroleerde delen van Bosnië.

De Verenigde Staten, die verslag doet van het kamp in Trnopolje in het jaarverslag Mensenrechten in 1994, zegt dat er: ”Slechte leefomstandigheden” zijn, maar het rapport noemt niet een Servisch kamp, maar het door de Bosnische Moslims gerunde kamp Dretelj ‘Het meest beruchte kamp’, waar de omstandigheden ‘afgrijselijk wreed en mensonterend zijn’. Toch zijn er talloze verklaringen vastgelegd waarin gesproken wordt verkrachtingen, mishandeling en verdwijningen in Trnopolje. Ook zijn er verhalen over moslims die werden neergeschoten als ze het terrein verlieten om op zoek te gaan naar eten. Maar in de manier waarop de beelden over Trnopolje gepresenteerd werden aan de wereld, zat de intrinsieke vergelijking verborgen met de concentratiekampen van nazi-Duitsland.