Hoe is het nu met..

In Het oordeel van de twijfel is te zien hoe de keuringen van WAO-patienten precies te werk gaat. Maar hoe is het afgelopen met de WAO’ers die in de film te zien zijn?

De hoofdpersonen een half jaar later

Mevrouw van der Ham kwam bij de keuringsarts terecht omdat ze bij een ongeval haar rechterknie ernstig blesseerde. Ze heeft bovendien al van jongs af aan de ziekte van Perthes; een doorbloedingsstoornis aan de heupen die tot botafbraak en versnelde slijtage leidt.

Hoe heeft ze de WAO-keuring ervaren? Ze noemt het in ieder geval geen negatieve ervaring. Mevrouw van der Ham was van te voren goed op de hoogte gebracht van wat de keuring zou inhouden. Door haar ziekte heeft ze al vaker dergelijke keuringen moeten ondergaan. Maar deze was wel erg uitgebreid. Afgelopen voorjaar kreeg ze de uitslag: ze komt niet in aanmerking voor een WAO-uitkering, omdat ze in de vijf jaar voorafgaande aan haar blessure niet voldoende heeft kunnen werken.

Van der Ham (50 jaar), is met hulp van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV, deze maand begonnen met een omscholingscursus. De komende negen maanden volgt ze drie dagen per week onderwijs in de hoop na deze cursus aan de slag te kunnen als secretaresse. Zelf is ze optimistisch over de toekomst: “Ik ben een heel positief mens. Ik heb vroeger verschillende banen gehad, van filiaalhouder tot ziekenverzorger. Het zal wel lukken om aan het nieuwe werk te wennen”.

Lia van der Molen handelt, om met haarzelf te spreken, in ziekte. Ze geeft trainingen aan mensen die in de familie te maken krijgen met chronische ziektes, of met een naderende dood.

Buitengewoon inspirerend werk, aldus van der Molen (42 jaar), maar juist haar tomeloze inzet heeft haar anderhalf jaar geleden genekt. Vanaf mei 2002 kampte ze met diverse klachten, waardoor ze uiteindelijk bij het UWV terecht kwam.
Hoewel van der Molen van te voren niet goed wist wat haar te wachten stond, is ze over de WAO-keuring best positief. Ten tijde van het onderzoek voelde ze zich niet in staat om te werken; dit werd door de arts bevestigd. Na een periode in de ziektewet werd besloten tot een ‘reïntegratie-uitkering’: middels een proefplaatsing kon ze weer aan de slag bij haar oude werkgever. Ze begint voorzichtig, die intensieve trainingen laat ze nog even aan anderen over. Zo probeert ze de werkbelasting langzaam op te bouwen. Op 1 november van dit jaar meldt van der Molen zich voor 100% beter, en is ze verantwoordelijk voor hetzelfde takenpakket als voorheen.

Lia van der Molen omschrijft haar situatie nu als “een wankel evenwicht”.
Terugkijkend op de afgelopen periode bekruipt haar wel het gevoel dat ze er wellicht bij gebaat was geweest als zij én haar werkgever beter geïnformeerd waren over de WAO. Zo begreep ze achteraf dat zo’n keuring zes maanden uitgesteld kan worden. Misschien had dit haar net genoeg tijd gegeven om niet in de WAO te belanden, en had de ‘WAO-stempel in haar paspoort’vermeden kunnen worden. “Ik heb in de WAO gezeten, ik ben afgekeurd geweest. Wat betekent deze smet op mijn arbeidsverleden voor de toekomst? Deze vraag houdt mij wel bezig.”

Meneer van Bergen werkte 20 uur per week als kok in een verzorgingshuis toen vorig jaar plotseling zijn handen en voeten onder de blaasjes kwamen te zitten. Zijn huisarts verwees hem door naar een huidarts, die zag al snel dat het om de huidziekte psoriasis ging. Van Bergen kon haast niet meer op zijn voeten staan en hij werd voor het keukenwerk volledig afgekeurd. Zijn werkgever bood uitkomst: hij kreeg een baan als administratief medewerker, in hetzelfde verzorgingshuis. Eerst voor 15,5 uur per week, inmiddels werkt hij weer evenveel als voorheen.

De psoriasis gaat niet meer over, de arbeidsdeskundige heeft hem dan ook duidelijk gemaakt dat ‘nat werk’ niet meer tot de mogelijkheden behoort. Van Bergen heeft een nieuwe draai aan zijn leven moeten geven, maar hij is blij met de oplossing van zijn eigen werkgever. Binnenkort wordt zijn takenpakket zelfs nog iets uitgebreid.

Mevrouw Hagenus was al in de vijftig toen ze na haar scheiding bij de Sociale Dienst te horen kreeg dat ze betaald werk moest gaan zoeken. Ze vond een baan voor 20 uur per week, bij de thuiszorg. Zware vermoeidheid, fibromyalgie en cara deden haar in de ziektewet belanden. Na een jaar werd ze bij de thuiszorg ontslagen en moest ze zich melden bij het UWV.

Het contact met de keuringsarts was een positieve ervaring. Door haar slechte conditie was de reis naar het UWV, en het onderzoek zelf wel een ware beproeving. Mevrouw Hagenus werd volledig afgekeurd.

Als ze terugkijkt op de afgelopen jaren vraagt ze zich vooral af waarom dames, die op latere leeftijd worden verplicht werk te zoeken, niet eerst gekeurd worden. Zo’n keuring had kunnen voorkomen dat ze zich verplicht voelde deze zware baan in de thuiszorg te accepteren. “Ik denk dat ik genoeg vechtlust had, maar nu voel ik me van alle kanten gestraft. Ik ben een betaalde baan gaan zoeken terwijl ik het niet makkelijk had. Nu zit ik ziek thuis, en kost het me zelfs vreselijk veel moeite om mijn dagelijkse dingen te kunnen doen.”

Marcel Langes heeft zijn eigen kapperszaak. Met klachten die duiden op fibromyalgie belandde hij vorig jaar bij de keuringsarts die hem voor 30% arbeidsongeschikt verklaarde. Op kosten van het UWV heeft hij toen een opleiding gevolgd om als docent op een kappersschool aan het werk te kunnen. Op dit moment heeft hij veel last van de fibromyalgie, hierdoor moest hij een extra kapper aannemen om zijn zaak draaiende te kunnen houden. Meneer Langes verwacht in de toekomst zijn kapperszaak te moeten verkopen, hij hoopt dan een halve baan als docent te vinden.

Mevr. Hans-Wieling (40 jaar) heeft tussen 1994 en 2000 bij een schoonmaakbedrijf gewerkt. Zij brak in die periode drie keer een sleutelbeen, en kampt nu nog met een pijnlijke schouder. Ze belandde in de WAO en is een half jaar thuis geweest. Na een herkeuring is ze uiteindelijk voor 15% arbeidsongeschikt verklaard. Vanaf deze maand heeft ze sollicitatieplicht, en met behulp van een reïntegratiebureau is ze nu op zoek naar geschikt werk voor ongeveer 20 uur per week, bijvoorbeeld bij een callcenter.

Mevrouw de Roode-van Leeuwen (34 jaar) deed vrij zwaar werk in de ouderenzorg. Twee jaar geleden kreeg ze een ongeluk, sindsdien heeft ze last van hoofdpijn en van nek- en rugklachten. Een jaar lang knokte ze om haar eigen werk te blijven doen, uiteindelijk werd ze voor 15-25% arbeidsongeschikt verklaard. Op kosten van het UWV is ze vorige maand begonnen met een opleiding tot doktersassistente. Als ze deze opleiding heeft afgerond hoopt mevrouw de Roode een baan voor maximaal 20 uur per week te vinden bij haar oude werkgever.

Mevrouw Meester (47 jaar) was tot vorig jaar activiteitenbegeleidster in de psychiatrie. Tijdens een wandelvakantie kwam ze ten val, zonder aanleiding. Dit gebeurde nog een aantal keren. Diverse onderzoeken later bestaat nu het vermoeden dat het een combinatie is van lichamelijke en mentale overbelasting. Mevrouw Meester is voor 80-100% afgekeurd. Het liefste zou ze voor een gedeelte van de uren terugkeren in haar eigen baan. Voorlopig werkt ze 6 uur in de week op therapeutische basis in de bibliotheek bij haar oude werkgever. Toen haar taken recent werden uitgebreid heeft ze dat echt als een extra belasting ervaren. Dit zou naar eigen zeggen ook kunnen samenhangen met de drukke tijd die ze met haar gezin doormaakt. In het algemeen gaat het wel iets beter met haar: ze heeft in ieder geval meer energie dan ten tijde van de keuring. In maart 2004 wordt ze opnieuw gekeurd.

Mevrouw B. Heijne-Lups (52 jaar) werkte 12 uur per week in de schoonmaak, in een verzorgingshuis. Medio 2001 kreeg ze last van een nekhernia. Afgelopen jaar lukte het haar niet meer om te blijven werken: ze heeft eigenlijk overal slijtage, dit veroorzaakt veel pijn. Hier komt nog eens bij dat ze de ziekte van Crohn heeft. Mevrouw Heijne had iemand van de vakbond meegevraagd naar het gesprek met de keuringsarts, omdat ze het maar moeilijk vindt om al die WAO-regels te begrijpen. Uiteindelijk werd ze voor minder dan 15% afgekeurd, dat verbaasde haar erg. Naar eigen zeggen wil ze graag weer aan het werk, maar schoonmaken lukt helemaal niet meer. Ze gaat in beroep tegen deze uitslag, dit houdt in dat er een tweede keuring zal volgen, uitgevoerd door een andere arts.

Lydia Dijkhuizen