‘Islam goed, heidenen slecht’

In Indonesië mogen de 'pesantren', de islam(kost)scholen, zich op een groeiende populariteit verheugen. Wie gaan er naar dergelijke scholen en vooral: wat leren ze er?

door Maarten van Bracht, VPRO Gids

Achtergronden bij de uitzending Vlucht uit de Hemel

Na de bomaanslagen op een discotheek op Bali (meer dan 200 doden) en het Marriot-hotel in Jakarta (twaalf doden) zat de schrik er goed in. Zou ook Indonesië, met zijn ongeveer 200 miljoen moslims, in de greep raken van islamitisch fundamentalisme? Waar kwam die radicalisering van de islam in de Indonesische archipel vandaan? De beschuldigende vinger wees al snel naar de pesantren, de islam(kost)scholen die zich daar in een groeiende populariteit mogen verheugen. Zijn het kweekvijvers van potentiële terroristen?

Het regime op zulke internaten is inderdaad niet mals. Van ’s ochtends zeer vroeg tot ’s avonds laat krijgen de pupillen, jongens in de ontvankelijke leeftijd van 12 tot 19 jaar, er les. Ze moeten Arabisch leren, bidden, de koran van buiten leren, en hun wordt discipline bijgebracht. Vaak is alleen het laatste voor veel ouders al voldoende reden om hun puberende, ongezeglijke zonen naar zo’n instelling te sturen. Ze worden er gekneed tot gerespecteerde moslims en kunnen zo later zelf een kiay, geestelijk leider van een dorp worden.

Op sommige van deze moslimkostscholen blijft het niet bij gewoon godsdienstonderwijs; er wordt ook stemming gemaakt tegen ‘heidenen’, waarmee christenen en joden worden bedoeld, tegen Amerika en Israël, en sowieso tegen moderniteit en een seculiere leefwijze.
Tegenlicht maakte over deze scholen de documentaire Ontsnapping uit de hemel (regie: Leonard Retel Helmrich, vorig jaar goed voor De stand van de zon), die inzichtelijk maakt hoe een gewone jongen met zachte dwang richting fundamentalisme kan worden gedreven.

Dit levendige portret van een mosliminternaat op Centraal-Java – waar het aantal kostscholen de laatste vijftien jaar is verdubbeld – illustreert hoe fundamentalistische organisaties jongeren een alternatief bieden voor de toenemende armoede en sociale ontwrichting in Indonesië. Hoe de jongens op zo’n school terechtkomen, hoe ze worden opgeleid, en hoe de school hun kijk op het leven beïnvloedt – het wordt onnadrukkelijk, zonder voice-over en interviews, in beeld gebracht. Op subtiele wijze worden in Vlucht uit de hemel de omstandigheden geschetst waaronder leerlingen op haast ‘natuurlijke’ wijze ook fundamentalistisch gedachtegoed kan worden bijgebracht. Er is immers een strijd gaande tussen culturen, aldus de imam, waarbij de heidenen met hun handel en geld, via televisie, krant en bioscoop ‘ons’ Indonesiërs eronder houden. Oplossing: allen terug naar de islam. Het benodigde lesmateriaal wordt aangevoerd uit Saoedi-Arabië.

Op vanzelfsprekende toon wordt terloops verteld hoe een ‘kiay’ een dorpsbioscoop heeft laten afbranden – een ‘zondig gebouw’ immers. ‘Islam is our chois,’ lezen we op een muur van het internaat, waar men ook de taal van de heidenen probeert te onderwijzen. Aan de muur hangen posters van Osama bin Laden en Saddam Hoessein. Maar dat moeten we niet al te serieus nemen, heet het, de leerlingen zouden hen eerder als een soort popidolen beschouwen.

_________
Dit artikel verscheen ook in VPRO gids nummer 50