Hoe het proces tot stand kwam

Het Nederlandse drugsbeleid is geen onderwerp dat de harten sneller doet kloppen. De discussie over legalisering (van alle drugs) is vaak gevoerd, maar zonder wezenlijk resultaat. Toch ziet iedereen dat het huidige drugsbeleid niet werkt. De rechtelijke macht kan de vele drugszaken niet aan. Het aantal verslaafden blijft gelijk en de drugsgerelateerde criminaliteit stijgt. “Het medicijn (strafrechtelijke vervolging) is erger dan het kwaad” zegt Hans Simonse, programmamaker bij Tegenlicht: “Je schiet met een kanon op een mug”. Tijd om de oude discussie nieuw leven in te blazen.

Er is groots uitgepakt. De discussie kreeg de vorm van een juryproces tegen de Staat de Nederlanden. Er is gekozen voor het Amerikaanse model omdat dat spannender is. “De juryleden zijn bekende Nederlanders, mensen waarvan je als kijker denkt, wat zou die er nou van vinden? Dat houdt het leuk om naar te kijken”. “Het is een bloedserieus spel” zegt Simonse. De ‘spelers’ zijn geen acteurs maar echte advocaten, pleiters en verdedigers, getuigen en juryleden.

In het academiegebouw van de Universiteit van Utrecht werd een Amerikaanse rechtszaal nagebouwd, compleet met de bekende jurybank, de verhoging voor de rechter en de publieksplaatsen.

Vorig jaar september vonden op instigatie van Stichting Drugsbeleid de eerste gesprekken plaats over het virtueel drugsproces. Stichting Drugsbeleid is een groep vooraanstaande juristen die pleit voor gereguleerde vrijgave van drugs. “Ze dachten dat we het in oktober wel rond zouden hebben” zegt Simonse lachend, “maar ik heb hen moeten uitleggen dat het wat moeilijker lag”.

Het realiseren van een virtueel proces is geen eenvoudige opgaaf. “Het eerste probleem was het vinden van juristen van naam en faam om de positie van de staat te verdedigen”. Als eerste werd natuurlijk de minister van justitie zelf gevraagd, “maar”, zegt Hans Simonse, “de staat heeft het spel niet willen meespelen”. De meeste advocaten die daarna zijn gevraagd waren er niet voor te porren om het beleid te verdedigen omdat ze het geen goed beleid vinden. Hans van Veggel, advocaat en deken van de Orde van Advocaten in Amsterdam, vond het wel een uitdaging. Hij werd aanvoerder van het team van 'De Staat'. Het advocatenteam van de eisende partij werd aangevoerd door advocaat, plaatsvervangend rechter en hoogleraar strafrecht mr. Theo de Roos.

De tweede uitdaging was het vormen van de jury. Er werd gezocht naar bekende Nederlanders, die zich niet eerder (publiekelijk) hadden uitgesproken over dit specifieke dossier. Net als bij echte juryrechtsspraak zijn de juryleden geen deskundigen. “Daar is bewust voor gekozen omdat we andere types wilden laten meepraten” legt Simonse uit. Uiteindelijk zaten er twaalf mannen en vrouwen van verschillende pluimage in de jurybanken, onderwie: Prem Radhakishun (advocaat en televisiepresentator), Ciska Dresselhuys (hoofdredacteur van Opzij), Haci Karacaer (voorzitter Milli Görüs) en Hagar Peeters (dichteres/cultuurhistorica).

De juryleden luisterden zes uur lang naar het verhoor en kruisverhoor van getuigen en naar de pleidooien van eiser en verdediger. Daarna volgde het nog eens twee uur durende juryberaad en mochten de leden hun stem uitbrengen: voor of tegen legalisering van alle drugs. De programmamaker heeft zo min mogelijk in het proces willen ingrijpen. Alles moest zo waarheidsgetrouw mogelijk gebeuren. Omdat het juryberaad in werkelijkheid een besloten zitting is, koos Simonse daarom voor het gebruik van op afstand bestuurbare camera’s. Er werden zes camera’s opgesteld waarmee de discussie van buitenaf kon worden gevolgd. “Dat werkte goed, zegt Simonse, “iedereen was veel vrijer, ze waren de camera’s na vijf minuten vergeten.”

De uitspraak van de jury wil Simonse niet vrijgeven: “Want dan heeft het ook geen zin meer om te kijken”, maar de discussie verliep boven verwachting”. Het bleek geen makkelijke afweging voor de jury. Moet je het probleem pragmatische benaderen of moralistisch: “De wet is een praktisch instrument, maar tegelijkertijd is het ook een soort moreel ijkpunt. Dat is waar het debat om draaide.”

Na een lange opnamedag, volgde de montage. Acht uur materiaal moest in een week worden teruggebracht naar anderhalf uur. Vrijdagmiddag, twee dagen voor de uitzending is de verwachting dat de montage om middernacht zal zijn afgerond, maar zegt Simonse: “Er hoeft ook maar dit fout te gaan en het wordt morgen om middernacht”.