Abou Jahjah over Tariq Ramadan: gevangen binnen het kader van de teksten

Abou Jahjah, voorman van de Arabisch Europese Liga. Tariq Ramadan, Egyptisch-Zwitserse islamoloog en schrijver van ‘Western Muslims and the future of Islam’. Twee controversiële figuren die zich inzetten voor de emancipatie van moslims in Europa.

In de media kregen ze het label van fundamentalisten en oproerkraaiers, maar ook dat van verlicht denker en humanist (Tariq Ramadan) en dat van rechtsstaatliefhebbende democraat (Abou Jahjah). Ramadan vindt dat moslims niet moeten opgaan in de Europese samenleving, maar eraan moeten bijdragen. Ook Abou Jahjah is tegen assimilatie. Op het eerste gezicht zijn er overeenkomsten. Is er voldoende ‘common ground’ voor samenwerking?

In het geheel niet, vindt Abou Jahjah. Ramadan is een fundamentalist: “Hij is gevangen binnen het kader van de teksten.” Voor Ramadan is religie het fundament, alle andere aspecten van identiteit en cultuur zijn inwisselbaar. De AEL-voorman ziet de Europese islam als een bedreiging voor de multiculturele samenleving: “Mijn identiteit is niet alleen religie. Dat is een reductionistisch identiteitsframe. Het minimaliseert het aspect van cultuur, taal en folklore omdat het teveel focust op het religieuze aspect. Je neemt niets mee van dààr. Het is het typische gedachtegoed van de Muslim Brotherhood.” De Europese islam reduceert de moslimidentiteit tot het ééndimensionale islamitische kader. Het wordt ontdaan van alle andere aspecten van identiteit en leidt uiteindelijk tot assimilatie van de Arabische moslimgroep in Europa. “Bij de diaspora hoort de band met de cultuur, de taal, de politiek. Als je die dingen laat vallen is het op termijn ook gemakkelijk om religie te laten vallen. ”

Volgens Abou Jahjah wordt er teveel een theologische discussie gevoerd, terwijl het debat zou moeten gaan over democratische waarden en gelijkberechtiging van moslims. Daar schort het nog aan in Europa. Hij neemt als voorbeeld de discussie over het dragen van een hoofddoek: “Ik geloof niet dat de Koran dat verplicht stelt, maar ik geloof wel dat het een democratisch recht is van ieder individu om een hoofddoek te dragen”. Het verplichten ervan zoals dat in Iran gebeurt is ondemocratisch, het verbieden zoals in Frankrijk is dat ook. Als je kijkt vanuit een puur religieuze opvatting, zou je kunnen stellen dat het dragen van een hoofddoek niet verplicht is. Dus kun je het verbieden. Dan gebruik je het geloof om het democratische, individuele recht op godsdienstuiting te beperken. Elk individu heeft recht op zijn eigen interpretatie van het geloof.
De Europese islam van Ramadan wordt gepresenteerd als een alternatief op de multiculturele samenleving. Daar zit de fout meent Abou Jahjah. Ramadan zoekt vanuit religieuze fundamenten naar overeenkomsten tussen moslims en niet-moslims, terwijl we elkaar niet op religieus vlak moeten vinden, maar op cultureel vlak: “Cultuur is veel meer te beïnvloeden dan religie. Cultuur is in beweging, religie bestaat uit dogma’s, uit onveranderlijke teksten.”

Religie is niet politiek, het een inspiratiebron, zegt Abou Jahjah. De AEL en de Democratische Moslim Partij (een initiatief van de AEL) gebruiken algemeen religieuze waarden om politieke standpunten te formuleren. Bovendien is de AEL antiklerikaal, voor Abou Jahjah zou geloof zou geen kerk moeten hebben. Hij vindt de invloed van de geestelijken te groot. In België hebben Imams veel autoriteit.
Dat is een gevaar voor de democratie. Niet een extreme gek als van de Ven (waarvan er weinig zijn), maar de zogenaamd gematigde meerderheid is gevaarlijk. Zij roepen hun achterban op om zich stil te houden en tevreden te zijn. Er heerst een bekrompenheid onder het gros van de imams die zover gaat dat ze het Vlaams Belang goedpraten. Ook Ramadan vindt Abou Jahjah in zekere zin bekrompen.
Zijn Europese islam is conservatiever dan de Arabische islam. Egyptische geleerden gaan veel verder dan hij: “Op religieus vlak is Ramadan te strikt, op politiek vlak juist te apologistisch, te soft.”

Het is voor het eerst dat de AEL-voorman kritiek uit op Ramadan. Hij doet dat enigszins onder voorbehoud omdat hij Ramadan niet persoonlijk gesproken heeft: “Ik kan niets zeggen over zijn politieke motivatie. Ramadan heeft ongetwijfeld goede bedoelingen, maar zijn aanpak kan contraproductief zijn.” Desgevraagd zegt Abou Jahjah bereid te zijn een gesprek aan te gaan met Ramadan om vooroordelen te beslechten: “Maar op het ideologisch vlak verschillen we teveel van mening. Ze zeggen van ons (de AEL) dat we te weinig zelfkritiek hebben en teveel kritiek op de ander. Ramadan heeft teveel zelfkritiek en te weinig kritiek op de ander. ”