Wen-jie Qin over haar documentaire

Op het Regionaal Opleidingencentrum in Amsterdam volgde Qin een jaar lang de verplichte inburgeringscursus. In haar documentaire ‘Houden van Holland’ laat Qin zien hoe het is om als immigrant naar Nederland te komen en de inburgeringscursus te volgen. Met de camera legt zij haar ervaringen en die van drie klasgenoten vast.

‘Tijdens mijn eerste bezoek aan Nederland was ik gelijk verliefd op het land. Amsterdam leek mij een tolerante stad en de Nederlanders die ik ontmoette waren erg aardig. En iedereen stond mij altijd vriendelijk in het engels te woord’, vertelt Wen-jie Qin (filosofe, doctor in religiestudies en programmamaakster). Toen zij in Amsterdam tijdens het maken van een film haar Nederlandse liefde ontmoette, was het voor Qin dan ook geen moeilijk besluit haar woonplaats in de Verenigde Staten voor Amsterdam te verruilen. Eenmaal hier maakte de euforie over Nederland al snel plaats voor teleurstelling. Haar fantasieën over het vrije en tolerante Nederland botsten met de harde realiteit. Nederlanders bleken minder vrijdenkend te zijn dan zij had verwacht en tot haar grote verbazing moest zij een jaar lang terug naar de schoolbanken.

Waarom heb je voor dit onderwerp gekozen?
‘Het is mijn bedoeling geweest om de Nederlanders en de immigranten dichter tot elkaar te brengen. Er bestaat een groot gat tussen beide groepen, ook in Amsterdam. Ik wilde aan de Nederlanders laten zien hoe het is om hier als immigrant je bestaan op te bouwen.’

Als je een korte beschrijving van de documentaire geeft , waar zou je zeggen dat hij over gaat?
‘De film beschrijft mijn liefdesrelatie met Nederland en een Nederlandse man. Het verhaal vertelt ook de prijs die ik daarvoor heb moeten betalen.’

Wat is die prijs dan?
‘Het leven in de Verenigde Staten was zwaar, maar het verschil met Nederland is dat ik daar studeerde. Als student had ik een omgeving waar ik in paste en universitaire instellingen waar ik op terug kon vallen. Afgezien van mijn liefde, had ik in Nederland geen doel voor ogen. Ik werd bovendien erg afhankelijk van mijn partner. Mijn welbehagen werd bepaald door zijn welbehagen. Ook vind ik het soms moeilijk de Nederlandse mentaliteit te begrijpen. Veel mensen lijken afstandelijk en ik kan niet altijd de emoties van de gezichten aflezen. Uiteindelijk heeft dit alles ertoe geleid dat ik me nog nooit zo verloren heb gevoeld. Ik heb mezelf opnieuw moeten vinden, een zoektocht die erg zwaar bleek te zijn.’

Was je ook verrast door het Nederlandse integratiebeleid?
‘Ja, ik wist niet dat ik verplicht was een inburgeringscursus te volgen en ik was daarover zeer verbaasd. Tijdens mijn verblijf in Nederland kon ik mezelf altijd goed in het Engels redden. Ik had naar mijn idee geen opleiding van een jaar nodig om mezelf in Nederland staande te kunnen houden.’

Hoe heb je de inburgeringscursus uiteindelijk ervaren?
‘Ik zat in een klas waarvan het merendeel hoogopgeleid was. De cursus was voor veel klasgenoten echt een stap terug. Door de verplichte examens en de vijf uur les die we per dag hadden, voelden we ons vaak weer als een klein kind. Bovendien sloot de cursus op geen enkele manier aan bij onze professionele of universitaire achtergrond. De cursus is heel erg op de Nederlandse taal gefocust. Zolang de cursus niet aansluit bij de afzonderlijke carrières van de deelnemers, denk ik dat steeds minder hoogopgeleiden ervoor zullen kiezen naar Nederland te immigreren. Aan de andere kant moet ik zeggen dat de cursus ook zijn voordelen heeft gehad. Het was voor sommige klasgenoten een manier om uit hun isolement te komen en andere mensen te ontmoeten.’

Maar het leren van de Nederlandse taal is toch belangrijk wanneer het om integratie gaat?
‘Jawel, maar men moet zich ook realiseren dat Nederlands geen internationale taal is. Ik vraag me af waarom niet gerespecteerd kan worden dat sommige immigranten Engels willen blijven spreken. Bovendien is een taal leren niet genoeg om je ergens thuis te voelen. Dat is ook wat ik in de documentaire heb willen laten zien. Het gaat bij integratie niet alleen om taalbarrières, maar ook verschillende culturele waarden en normen die botsen.’