De brandhaarden van Georgië

Een Georgische legende vertelt dat de Georgiërs het land hebben gekregen dat God vanwege de schoonheid van de natuur eigenlijk voor zichzelf wilde houden. Maar de schoonheid van het land staat in schril contrast met de (etnische) brandhaarden waarmee Georgië te kampen heeft.

In Georgië liggen drie autonome gebieden, Abchazië, Adjarië en Zuid-Ossetië, die ervoor zorgen dat de staat geen volledige controle over het gebied heeft. Zo proberen Abchazië en Zuid-Ossetië zich vanaf begin jaren negentig van Georgië af te scheiden. Beide gebieden staan sindsdien niet meer onder de ‘administratieve controle’ van de Georgische autoriteiten. Toch zijn de Georgische regeringleiders niet helemaal gevoelloos voor de onafhankelijkheidswensen van Abchazië, Adjarië en Zuid-Ossetië. De drie gebieden hebben inmiddels enige vorm van autonomie gekregen. Bovendien gaf de nieuwe Georgische president, Michail Saakasjvili, tijdens een toespraak voor de Raad van Europa op 25 januari van dit jaar aan een vredesplan voor Abchazië en Zuid-Ossetië te presenteren. Het plan omvat onder meer maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de bevolking zijn eigen bestuur kan kiezen en dat zij meer zeggenschap krijgen over onderwijs, taal en cultuur, de regionale economie en de openbare orde. De president heeft een periode van drie jaar ingeruimd voor de uitvoering van het plan. Het lijkt er echter op dat daadwerkelijke onafhankelijkheid vooralsnog onbespreekbaar blijft en het is de vraag of met het vredesplan wordt voorkomen dat niet alsnog de vlam in de pan slaat. Voor een beter inzicht in de situatie in Georgië, wordt hieronder kort ingegaan op de situatie van Abchazië, Adjarië en Zuid-Ossetië.

Abchazië
In juni 1992 verklaarde Abchazië zich onafhankelijk, maar onafhankelijkheid was voor de Georgische autoriteiten onbespreekbaar. Daarbij werd in aanmerking genomen dat slechts 17 procent van de bevolking van Abchazië etnisch Abchaziër was. Een gewapend conflict volgde en duurde van augustus 1992 tot september 1993. Georgische militairen vielen Abchazië binnen en namen de hoofdstad Soechoemi in. De bezetting was echter van korte duur. Met steun van Russische manschappen en materieel werden de Georgische troepen door de Abchaziërs uit het gebied verdreven, in hun kielzog gevolgd door vrijwel de gehele etnisch Georgische bevolking. Sinds het staakt-het-vuren, afgekondigd begin december 1993, is het conflict enigszins bekoeld. Een vredesmacht van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (die bijna volledig uit Russen bestaat) houdt tot op de dag van vandaag toezicht in het grensgebied tussen Abchazië en Georgië. Doordat de meeste Abchaziërs Russisch spreken en Georgië een handelsembargo tegen het gebied heeft afgekondigd, wordt Abchazië (economisch) steeds afhankelijker van de Russische Federatie. Het blijft de vraag of de groeiende kloof tussen Georgië en Abchazië door de nieuwe president Saakasjvili kan worden overbrugd.

Zuid-Ossetië
De verhoudingen tussen de autoriteiten van Zuid-Ossetië en Georgië zijn minder gespannen dan in het geval van Abchazië. Weliswaar heeft tussen januari en juni 1992 een gewapend conflict plaatsgevonden, maar nog in hetzelfde jaar is een staakt-het-vuren afgekondigd. Een Russisch-Georgisch-Ossetische vredesmacht (de ‘Joint Peacekeeping Force’) houdt toezicht over het akkoord. In 1996 volgde een andere positieve ontwikkeling. Beide partijen spraken af dat zij zouden afzien van geweld en dat een politieke oplossing voor het conflict wordt nagestreefd. Dankzij bemiddeling van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa heeft Zuid-Ossetië in 1997 een voorlopige vorm van autonomie binnen het Georgische staatsverband gekregen. In oktober 2003 zijn de onderhandelingen over de concrete invulling van deze autonomie in een impasse geraakt. Het vertrouwen in een goede afloop van het conflict tussen Georgië en Zuid-Ossetië is hierdoor enigszins afgenomen.

Adjarië
In 2000 hebben de Georgische autoriteiten Adjarië tot autonome regio verklaard binnen het Georgische grensgebied. Het gebied ligt tegen de Turkse grens en wordt voor een groot deel bewoond door een islamitische bevolking. De Georgische autoriteiten zijn vrij terughoudend ten opzichte van de onafhankelijkheidswens van Adjarië. Zij willen daarmee voorkomen dat het separatisme de kop opsteekt en dat daardoor een gewapend conflict ontstaat. Het gebied heeft zich tot nu toe zonder gebruik van geweld van het Georgische bewind weten los te maken en vormt binnen het land een eigen economische eenheid. Vooralsnog zijn de verhoudingen tussen Georgië en Adjarië stabiel te noemen.