De geur van vrijheid

Iraanse weblogs hebben de afgelopen jaren een enorme groei doorgemaakt. De webdagboeken gaven de Iraniërs de ruimte over zaken te praten die voorheen taboe waren. Maar de afgelopen tijd heeft de regering stevig ingegrepen om deze uitingen de kop in te drukken.

Iraanse weblogs vechten voor hun voortbestaan

In 2002 kwamen ze massaal op: Iraanse weblogs. Een jonge Iraanse journalist, Hossein Derakhshan, schreef enige tijd een column over internet in een van de hervormingsgezinde kranten in Iran. Derakhshan vluchtte naar Canada, en startte daar één van de eerste weblogs in het Farsi. Op verzoek van een lezer schreef hij niet veel later een korte handleiding, waarin hij uitlegde hoe een ieder met beperkte technische kennis zelf ook een dergelijk openbaar webdagboek kon beginnen. Binnen twee jaar verschenen er meer dan 75.000 Iraanse weblogs op het web. Daarnaast zijn er vele weblogs van Iraniërs in en buiten Iran, die in het Engels schrijven.

De weblogs bleken een ideale uitlaatklep voor de bewoners van een land waar de vrijheid van meningsuiting beperkt is en veel onderwerpen vanuit sociaal oogpunt taboe zijn. In het begin waren er weinig weblogs die politiek van aard waren; wel kwamen er op de weblogs onderwerpen ter sprake die normaal gesproken de censuur niet door zouden komen, zoals liefde en sex. Veel Iraanse vrouwen startten een weblog om zich te kunnen uiten over onderwerpen die nergens anders besproken kunnen worden.

Nadat duidelijker werd dat het internet in Iran niet gecensureerd werd, werden Iraanse webloggers explicieter in hun uitspraken. De buitenlandse pers begon aandacht te krijgen voor de logs, omdat het de enige manier was erachter te komen wat er leefde onder de bevolking in Iran, en hoe er aangekeken werd tegen de hernieuwde vrijheidsbeperkingen in het land.

Maar de webloggers wisten dat hun vrijheid op het web niet zo vanzelfsprekend was als in andere landen. In april 2003 werd de Iraanse weblogger Sina Motallebi gearresteerd, en na veel internationale media-aandacht drie weken later vrijgelaten. Toen CNN in juli 2003 een artikel publiceerde over de Iraanse weblogs, haalde de Amerikaanse zender daarin een weblog aan wat van een Iraanse prostituee zou zijn. Het weblog bleek fake, maar de Iraanse webloggemeenschap had zich gerealiseerd dat de Iraanse regering niet gediend was van dergelijke publiciteit. Een van de grootste weblogs, Ladysun, startte een petitie om het imago van de Iraanse logs te zuiveren, en met succes. Het CNN artikel werd teruggetrokken, en is zelfs nergens meer online te vinden.

Maar de actie kwam te laat. De Iraanse overheid dwong internetproviders al bepaalde internetpagina’s te filteren. In eerste instantie was het argument dat de filters de Iraanse internetgebruiker zou vrijwaren van de grote hoeveelheden porno op het web, maar de internetsites waarop grote hoeveelheden Iraanse weblogs verschenen, waren ook al onbereikbaar geworden vanuit Iran zelf.

Eind augustus 2004 ondernam de Iraanse regering een nieuwe poging de webloggemeenschap in het gareel te houden. Enkele technici van een internetprovider werden opgepakt omdat ze geen gehoor hadden gegeven aan het bevel twee hervormingsgezinde nieuwswebsites, Emrooz en Rouydad, uit de lucht te halen. Daarnaast werden enkele Iraanse webloggers gearresteerd en gemarteld. Mohammed Ali Abtahi, de ex-vice premier van Iran die ontslag nam nadat de hervormingsgezinden aan de kant werden geschoven, houdt zelf sinds enige tijd een weblog bij, en maakt zich sterk voor de vrijlating van de webloggers.

Of de pogingen van de Iraanse hardliners om de weblogs te beteugelen op de lange termijn succesvol zullen zijn, is zeer de vraag. Uit een onderzoek is gebleken dat de bevolking internet ziet als de meest betrouwbare informatiebron. Daarnaast blijkt het blokkeren van de weblogs moeilijker dan gedacht. Want hoewel veel weblogs van Iraniërs onbereikbaar zijn geworden, blijkt het vrijwel ondoenlijk de duizenden websites te blokkeren van Iraniërs die buiten Iran verblijven.