Intelligence Everywhere

China is allang niet meer het gesloten land van dertig jaar geleden. De indrukwekkende economische expansie en de culturele rijkdom van het land staan op dit moment volop in de aandacht. Maar ondanks het feit dat de economische grenzen steeds meer opengaan is het land nog steeds een politiestaat, waar mensenrechten en vrije meningsuiting schitteren in afwezigheid. Leidt economische en technologische ontwikkeling automatisch tot politieke liberalisering, zoals velen geloven? Vooralsnog lijkt het erop dat China juist de modernste technieken aanwendt om haar oude tactiek van onderdrukking te perfectioneren en zo het systeem in stand te houden.

Westerse bedrijven en de Chinese internetcensuur

In november 2004 werd de 37-jarige journalist Shi Tao door de Chinese politie opgepakt voor het ‘illegaal verspreiden van staatsgeheimen’ en tot tien jaar cel veroordeeld. Shi Tao, die schreef voor de Dangdai Shanbao in Changsha, had op internet een aantal pamfletten gepubliceerd waarin hij de Chinese regering bekritiseerde. Opmerkelijk genoeg was het een Westers bedrijf, Yahoo, dat de opsporing van Shi Tao mogelijk maakte. De internetprovider verstrekte IP-gegevens en andere privacygevoelige informatie aan de Chinese politie.

Een storm van verontwaardiging was het gevolg. Waarom gedroeg Yahoo zich als politie-informant? De werkelijkheid is dat Yahoo zeker niet het enige Westerse bedrijf is dat enthousiast meewerkt aan de eisen van de Chinese overheid. Al sinds het begin van het internettijdperk zijn grote bedrijven als Cisco, Google en Sun Microsystems betrokken bij de Chinese internetcensuur.

Wie vandaag de dag in één van de miljoenen internetcafés van het land inlogt, heeft grote kans dat zijn surfgedrag gemonitord en opgeslagen wordt. Wie in Google zoektermen als ‘democratie’, gelijkheid’, Tibet of Falun Gong invoert wordt omgeleid naar een Chinese overheidssite. Yahoo en Microsoft hebben supervisor-functies aan hun chatprogramma’s toegevoegd, zodat een chatter die woorden als ‘vrijheid’, ‘demonstratie’ of ‘Tianmen-plein’ gebruikt onmiddellijk gecorrigeerd wordt. De BBC-nieuwssite en delen van de CNN-site zijn helemaal ontoegankelijk. Emailprivacy bestaat niet. Schattingen spreken van zo’n 500 000 geblokkeerde sites en van een internetpolitie van 30 000 man sterk die dagelijks nieuwe kritische weblogs, Westerse nieuwssites en mensenrechtenrapporten voor de 100 miljoen sterke internetpopulatie afschermen.

En het blijft niet bij blokkades. Zoals de zaak tegen Shi Tao bewijst, is het de Chinese overheid menens met de vervolging van de zogenaamde cyberdissidenten, die in verschillende rapporten als de snelst groeiende groep dissidenten genoemd worden. Het internet heeft de politie een machtig wapen in handen gegeven: elk internetbezoek laat zijn sporen na, zeker in China.

Voor een grootschalig censuursysteem als het Chinese heb je meer nodig dan een Politburo met een paar grijze functionarissen. De experts zijn het er over eens dat China het meest geavanceerde systeem voor IP-blokkering en emaillokalisering hebben. We spreken hier van een complete internetarchitectuur, die door de grote spelers in de markt voor China op maat is geleverd. Cisco Systems ontwierp in 1996 de internetinfrastructuur die het mogelijk maakte ‘diep’ in verzonden pakketten te kijken, zodat ook email gescand kon worden op onwelgevallige informatie.

Bedrijven als Google, AOL/Time Warner en Yahoo is er alles aan gelegen om een voet op Chinese bodem te zetten en de consumentenmarkt voor zich te winnen. Ze beroepen zich erop de wetten van het land te gehoorzamen. Ze leveren immers geen content, maar zijn slechts een medium, zoals Yahoo stelde.

Meewerken aan censuur is één ding, het faciliteren van een politiestaat is twee. De Amerikaanse publicist Ethan Gutman, die zich al jaren met dit thema bezighoudt, beschuldigt de betrokken bedrijven van dat laatste. Hij brengt een fasering aan in het optreden van Westerse bedrijven op de Chinese markt. In de eerste fase (tot 2000) ging het er vooral om de buitenwereld te blokkeren en het Chinese internet af te schermen. Vanaf 2000 kwam daar in toenemende mate de surveillancemarkt bij: er werd videobewaking geïnstalleerd in de internetcafés en de Chinese providers werden verplicht alle gebruikersdata voor 60 dagen vast te houden: dat gaat over IP-adressen, telefoonnummers, de tijd dat iemand online is en het surfgedrag. Die gegevens worden dan ook overgedragen door Westerse bedrijven, zo leert de Yahoo-geschiedenis.

Maar voor sommige bedrijven gaat de inmenging met de politiestaat nog wat verder. Ethan Gutman onthulde in 2003 dat Cisco en Motorola zeer prominent aanwezig waren op de China 2000 Trade Show in Bejing: zij probeerden bewakingssystemen aan de Chinese politie te verkopen. Bedrijven als Nokia en Motorola streden om de eerste plek voor het leveren van apparatuur voor ‘advanced location tracing’, die het mogelijk moest maken om verdachten via hun mobiele telefoon te traceren. Cisco is volgens Gutman ook bezig met de ontwikkeling van een totaaloplossing voor spionage, het ‘police net’, dat de Chinese politie in staat stelt alle informatie over verdachten te bundelen: dat gaat van databases over politieke activiteiten, familiegeschiedenis tot het lezen van de email en het achterhalen van de surfgeschiedenis. De vraag is of dat allemaal zomaar mag. Binnen de Amerikaanse wetgeving geldt een specifieke paragraaf voor dit soort zaken. In de Foreign Relations Authorization Act van 1990-1991 wordt het verkopen van beveiligings- en bewakingsapparatuur aan China expliciet verboden.

Het mag geen wonder zijn dat deze wet niet gehandhaafd wordt: het economische voordeel dat de grote Westerse bedrijven hier kunnen halen gaat ook voor de Amerikaanse overheid boven de privacy van de Chinese burgers. De bedrijfsmotto’s van de grote Westerse IT-bedrijven kunnen misschien beter herzien worden: in het licht van dit verhaal klinken ze alsof ze rechtstreeks uit Orwell’s 1984 geplukt zijn. Alles gaat wrang-ironisch klinken: van Google’s “Don’t be evil”, Cisco’s “empowering the internet generation”, tot het motto van Motorola: “intelligence everywhere”.