Alle burgers opgelet! Voedsel, water en batterijen zijn onmisbaar in voorraadkast

Geregeld halen uitspraken als - we kunnen de kustwering niet eeuwig blijven verhogen - het nieuws. Dat wekt de indruk dat een overstroming onvermijdelijk is. Wat is de kans dat de randstad één groot zwembad wordt en hoe groot is onze overlevingskans als dat gebeurt?

Hoogleraren over rampenbestrijding

Ben Ale is hoogleraar Veiligheid en Rampenbestrijding op de Technische Universiteit Delft. Over de gevolgen van een doorbraak van de kustwering bestaat volgens hem geen twijfel, “dan is het gewoon over”. Eelco Dykstra, hoogleraar in International Emergency Management aan het Institute for Crisis, Disaster and Risk Management (ICDRM) van de George Washington Universiteit in Verenigde Staten, ziet onze overlevingskansen veel minder somber in en blijft naar eigen zeggen ‘onverwoestbaar positief’.

Het resultaat van een doorbraak van de kustwering betekent 400 miljard euro schade en ongeveer 100.000 doden, zegt Ale. “Let wel dat 400 miljard schade 100 miljard méér is dan de jaarlijkse rijksbegroting. Met andere woorden: Nederland gaat failliet”. Daarom kunnen we volgens Ale alleen maar voorkomen en slechts heel beperkt genezen. Wat betreft de mogelijke schade voegt Dykstra zich bij Ale en doet er zelfs nog een schepje bovenop. Hij houdt namelijk rekening met 600 miljard euro schade en daar moeten de kosten van de hulptroepen dan nog bij worden opgeteld. Desalniettemin is Dykstra een stuk positiever over het genezen van de schade. Burgers spelen daar volgens hem een essentiële rol in.

Maar hoe groot is het risico dat we in Nederland te maken krijgen met een enorme overstroming? Dykstra heeft onlangs een boek geschreven met de titel ‘Katrina in Nederland’, daarin schetst hij een scenario waarin onze kustwering het begeeft én het IJsselmeer overstroomt. “De kans is klein, maar het effect is zeer groot. Mijns inziens bestaat het totale risico uit een kleine kans vermenigvuldigd met een groot effect, het resultaat is dan toch een aanzienlijk risico”, aldus de hoogleraar te Washington DC.

Maar ook de stijging van de zeespiegel brengt noemenswaardige gevaren met zich mee volgens beide hoogleraren. “We moeten niet vergeten dat door global warming de zeespiegel stijgt, maar dat Nederland niet meestijgt. Dat er water binnenkomt is een groot probleem, maar nog problematischer is de vraag hoe je het er weer uit krijgt”, zegt Dykstra. Het effect van een overstroming wordt volgens Dykstra en Ale nog niet voldoende ingezien. “In tegenstelling tot wat veel mensen denken, ziet Nederland er na een overstroming niet meer zo uit als daarvoor”, zegt Ale. Dykstra stelt ook dat de zuigende kracht van het wegtrekken van het water enorme schade aan het land zal aanrichten.

Ale maakt een duidelijk onderscheid tussen een doorbraak van rivierdijken en een doorbraak van de kustwering. “Op de doorbraak van dijken kan je vaak anticiperen en zodoende bewoners van het gebied op tijd evacueren, in dit geval zijn rampenplannen dan ook zeer bruikbaar. “Binnen drie dagen waren duizenden mensen geëvacueerd, maar de vier miljoen mensen die in het westen van Nederland wonen heb je waarschijnlijk niet binnen drie dagen verplaatst.” Dykstra is het niet met Ale eens. “In het geval van Katrina hadden de autoriteiten 56 uur de tijd om mensen te evacueren, maar pas 19 uur voor de tropische storm kwamen zij in actie, dat was te laat”. Rampenplannen zijn dus volgens Dykstra wel mogelijk én bovendien noodzakelijk. “Er hoeft maar vijftig centimeter water op de grond te staan en auto’s gaan drijven en het elektriciteitsnet valt uit. “Het Nederland van nu is niet te vergelijken met het Nederland van 1953, de maatschappij is veel afhankelijker van moderne techniek, zoals elektriciteit”.

Om rampenplannen te laten slagen vindt Dykstra dat de burger meer betrokken moet worden bij de voorbereiding. De overheid moet eerlijk zijn tegen de burger over wat ze wel en niet kunnen voorkomen en redden in het geval van een ramp. Pas dan, zo zegt Dykstra, kan de overheid de burger een handelingsperspectief bieden. Dat betekent dat de overheid burgers moet aanraden voedsel, drinkwater en batterijen in te slaan, zodat ze in ieder geval de eerste drie dagen doorkomen. Want slechts na ongeveer drie dagen komt hulp echt goed op gang. Voor de mensen die in Vinex wijken ver onder NAP wonen, is evacuatie de enige oplossing. Dergelijke woongebieden worden een bak water in het geval van overstroming. Daar biedt geen rampenplan oplossingen voor, alleen een andere manier van stedenbouw, aldus Dykstra.

Ale vindt het informeren van burgers niet zo zinvol. “Geen enkel plan is opgewassen tegen een kustdoorbraak. Een rubberbootje op zolder zal volgens hem ook weinig helpen, want door de kracht waarmee het water het land binnenstroomt, is het maar de vraag of huizen überhaupt blijven staan. Een bootje zou wellicht een optie zijn in de polder waar het water door een dijkdoorbraak veel minder snel het land inloopt. Een andere reden waarom voorkomen veel beter is dan genezen volgens Ale, is het risico voor de volksgezondheid. “De riolering komt bovendrijven, maar ook chemische tanks komen aan de oppervlakte en hier kan je niets tegen doen”.

“Maar al met al doet Nederland het in vergelijking met andere landen vreselijk goed”, zegt Ale. De overheid investeert de laatste jaren veel in het voorkomen van overstromingen en zal dat in de komende tijd volgens de professor Rampenbestrijding alleen nog maar meer doen: “de waarde van de spullen die achter de dijken liggen stijgt onophoudelijk en er wonen steeds meer mensen in de randstad, dus de overheid heeft er veel voor over om dit kapitaal te beschermen”.

Dykstra vindt ook dat Nederland heel sterk is in preventie, maar merkt op we ons tegelijkertijd meer zou moeten richten op de praktische kant van crisisbestrijding. Ook zou de overheid haar beleidsmedewerkers meer met de praktijk moeten confronteren. “Wat dat betreft zouden Nederland en de Verenigde Staten (VS) hun krachten moeten bundelen. Nederland kan de VS veel leren over het voorkomen van een overstroming, terwijl de VS, zeker na Katrina, veel operationele ervaring met crisisbestrijding heeft”. Voorts kan Nederland dan als voorbeeld voor de rest van de Europese Unie (EU) dienen, want een ramp als Katrina zou meerdere landen in Europa treffen. “Op dit moment vindt er binnen Europa niet eens bilaterale samenwerking op het gebied van crisismanagement plaats, laat staan dat aansturing vanuit de EU succesvol zou zijn”. Dykstra, als Nederlander in de VS, ziet zijn kans schoon om als ambassadeur op te treden. En dat lijkt te werken. Zojuist heeft hij vernomen dat mede naar aanleiding van zijn boek (verschillende ministeries hebben het al besteld) op 31 mei van dit jaar een bestuurlijk congres zal plaatsvinden in het Kurhaus te Scheveningen onder de titel: Lessons Leared from New Orleans: ‘als het tóch gebeurt’.

En wat hoort de burger daarover? Dykstra antwoordt dat hij veel van de Nationale Crisiscoördinator verwacht, hij zal de burger op korte termijn inlichten over de risico’s en hoe ze kunnen bijdragen aan hun eigen veiligheid. Dat hopen we dan maar, want het risico dat Dykstra schetst en het doemscenario van Ale geven nauwelijks een gevoel van een veilige toekomst.