"Er komt misschien democratie in Azerbeidjan, maar dan ondanks het Westen, niet dankzij”

Vanuit Londen vertelt Murad Gassanly, één van de hoofdpersonen uit de documentaire “ Hoe begin je een revolutie” hoe de situatie nu is. Hebben ze de hoop opgegeven na de mislukte poging, of gaat de oppositie een andere richting uit?

Murad Gassanly vertelt over hoe het verder gaat met de oppositie in Azerbeidjan

-Wat is er veranderd sinds de verkiezingen van 2005?

Sinds de verkiezingen in november zijn er twee belangrijke zaken veranderd. Ten eerste was de president van Azerbeidjan, Ilham Aliyev, uitgenodigd door voor een officieel bezoek aan de Verenigde Staten. Hij heeft daar ontmoetingen gehad met George W. Bush en verschillende zakenlieden. Eerder wilde Washington hem niet uitnodigen, vanwege verkiezingsfraude en het verhinderen van oppositie, maar deze keer heeft de Amerikaanse regering zich daar niet aan gestoord. De Verenigde Staten hebben het regime van Aliyev nu geaccepteerd, in ruil voor medewerking in de kwestie Iran, en toezeggingen rond de olie van Azerbeidjan. Olie en geopolitieke belangen tellen blijkbaar zwaarder dan de democratie.

Daarnaast waren er vorige week zaterdag nieuwe verkiezingen in tien kiesdistricten in Azerbeidjan. Er zijn 7 zetels gegaan naar het regime van Aliyev. De opkomst was slechts 25 procent. De oppositie van vorig jaar is goeddeels uit elkaar gevallen. De regering vervolgt nog steeds oppositieleiders. Tussen juni 2005 en maart 2006 zijn er naar schatting tweehonderd activisten opgepakt, en er zijn verschillende processen geweest tegen de leiders van jeugdorganisaties. Emin Huseinov, die ook in de film voorkomt, is meerdere malen bedreigd sinds de film door de BBC is uitgezonden. Ikzelf woon en werk nu in Londen, sinds mij in december een visum werd geweigerd.

- Welke lessen zijn er geleerd van de campagne bij de verkiezingen in 2005?

De eerste en belangrijkste les is dat het soort revoluties als in Georgië en de Oekraine alleen plaats kunnen vinden met de financiële hulp en politieke steun van het Westen. De tweede les is dat die support in Azerbeidjan er dus niet is, en voorlopig niet gaat komen. De regering van Aliyev wordt ruim gesteund door de VS en de Europese Unie, en de aanleg van de Baku-Cehan pijplijn zorgt ervoor dat deze machten de status quo graag behouden om stabiliteit in de regio te houden.

Dit betekent dat de oppositie in Azerbeidjan zich moet beraden op de toekomst. De liberale consensus van de oppositiepartijen blijkt niet te werken. Misschien is het zo dat de neoliberale standpunten van alle oppositiepartijen (ze zijn allemaal rechts van signatuur), de bevolking niet voldoende mee heeft gekregen. In Georgië en Oekraine waren honderdduizend mensen op straat voldoende om het regime omver te helpen. Het ziet ernaar uit dat er in Azerbeidjan miljoenen nodig zijn. De Democraten in Azerbeidjan moeten zich realiseren dat het gebrek aan steun van het Westen gecompenseerd kan worden door heel veel steun uit het eigen land. Als we kunnen laten zien dat het merendeel van de bevolking alleen maar armer wordt, terwijl enkele oliemaatschappijen rijk worden van deze situatie, kunnen we die steun misschien verwerven.

Het is duidelijk dat de democratische beweging in Azerbeidjan in de toekomst links van signatuur zal zijn. Dat betekent niet dat het anti-Westers zal zijn. We zullen daar zeker partners zoeken. Maar voorlopig zullen de Westerse regeringen het regime van Aliyev steunen. De oliepijplijn komt binnenkort in bedrijf, en tenzij Aliyev iets doet wat erg ingaat tegen Westerse belangen, zal hij de steun van het Westen houden. En daarom beginnen de oppositiepartijen nu meer te denken in termen van “Democratie, ondanks het Westen”, in plaats van "Democratie, dankzij het Westen”. En wordt er eerder gekeken naar mensen als Chavez dan naar mensen als Yushenko.