In de praktijk

Jeffrey Sachs is een man van de grote lijn. Door zijn bijdrage aan de totstandkoming van de Millenniumdoelen en zijn recente boek “The End of Poverty” staat hij bekend als de wetenschapper die de wereld ervan wil overtuigen dat het einde van de armoede in zicht is. Om zijn woorden kracht bij te zetten, en het verwijt te ontkrachten dat hij alleen maar oog zou hebben voor de grote ontwikkelingen, probeert hij nu ook op kleine schaal te laten zien wat zijn wonderrecept voor Afrika zou kunnen betekenen.

Sachs’ Afrikaanse modeldorpen moeten de wereld overtuigen van zijn gelijk

Sachs’ stelling is dat ontwikkelingshulp heel lang ineffectief en weinig efficiënt is geweest. In zijn analyse is er in het verleden door verschillende betrokkenen vooral op nationaal niveau geld rondgepompt en werden er maar weinig gerichte en integrale analyses gemaakt van de onderliggende problemen in de regio’s en de dorpen zelf.

Sachs bepleit daarom een integrale aanpak, waarin een team van echte experts – ingenieurs, logistieke specialisten, gezondheidsexperts – de nationale overheden passeert en in de dorpen en regio’s zelf kijkt, de voornaamste problemen identificeert en op basis daarvan een serie van kleine hulpmaatregelen introduceert. Als dat goed gebeurt, betoogt Sachs, hoeft er op termijn nauwelijks meer geld bij omdat de armoedecyclus doorbroken is. Voor 110 dollar per inwoner is de extreemste ellende verholpen – en de verwezenlijking van de Millenniumdoelen dichterbij gekomen.

Begin 2005 heeft Sachs samen met medewerkers van zijn New Yorkse Earth Institute een tweetal Afrikaanse dorpen uitgekozen waar zijn methode de komende vijf jaar toegepast gaat worden. Het Ethiopische dorp Koraro en het Keniaanse Sauri zijn uitgekozen omdat ze model kunnen staan voor de situatie in de armste delen van Afrika.

Koraro is een dorp van zo’n 5000 inwoners in het noorden van Ethiopië en wordt gekenmerkt als onderontwikkeld, geïsoleerd en arm. Het dorp kent één regenseizoen, van juli tot september, maar de laatste 10 jaar werd de toch al weinig vruchtbare regio geteisterd door aanhoudende droogte. Daarbij vergt een ziekte als malaria er nog altijd nog veel slachtoffers. De projectleiders van het Earth Institute constateerden bij een eerste bezoek dat het voornaamste dat de dorpelingen nodig hadden water en voedsel was. Er werd een pijpleiding aangelegd om grondwater naar boven te halen, er werden malarianetten ingevoerd en andere zaken geleverd. Al deze kleine aanpassingen moeten er in resulteren dat het dorp binnen vijf jaar min of meer op eigen benen kan staan.

In het andere dorp, het Keniaanse Sauri, krijgt de strijd tegen AIDS prioriteit. Een derde van de volwassen bevolking is er HIV-positief, terwijl het enige ziekenhuis van de regio zo’n 100 000 mensen moet bedienen zonder dokter. In Sauri is er allereerst ingezet op de gezondheidszorg: de verlaten kliniek is weer in gebruik genomen en er is een dokter ingehuurd.

Maar tegelijkertijd wordt er ook geïnvesteerd in de landbouw: aan het begin van het nieuwe seizoen werd er voorlichting gegeven over de juiste aanplant, er werden bomen geplant die de grondkwaliteit moeten versterken, en er was -voor het eerst in de geschiedenis van het dorp - kunstmest beschikbaar tegen betaalbare prijzen. Deze zomer al werd er bericht dat de oogst beter dan tevoren was geweest.

Uiteindelijk moeten er in heel Afrika 10 modeldorpen namens het Millennium Village Project worden uitgekozen. De optimistische berichten in de pers lijken het succes van Sachs’ aanpak te onderstrepen, maar het gaat hier vooralsnog nog om twee kleine dorpen. Pas over enkele jaren zullen we zien of de hulpprogramma's de gemeenschappen werkelijk uit de armoede opgetild zullen hebben. Om hele regio's of hele landen uit het slop te trekken zullen nog grotere inspanningen geleverd moeten worden.