Kogels ontwijken en vertrouwen winnen

Scott Dalton en Margarita Martinez zijn de twee filmmakers die verantwoordelijk zijn voor La Sierra. Ze zijn allebei doorgewinterde journalisten, die regelmatig reportages maken in Colombia. In hun eerste film, La Sierra, doen ze verslag van het leven in een kleine buurt in Medellin, Colombia, waar een groep jonge mannen en tieners, die gelieerd zijn aan de illegale paramilitaire groeperingen in het land, de dienst uitmaken. Gedurende een jaar worden drie personen uit de buurt intensief gevolgd.

Interview met de regisseurs van La Sierra

Waarom wilden jullie deze film maken?

We kenden alletwee de realiteit in deze buurten vanuit ons werk als journalisten, Margarita als journalist voor Associated Press en Scott als fotograaf voor AP, New York Times en andere kranten. Margarita was eerder in La Sierra geweest, en Scott vond het een goed onderwerp voor een documentaire.

Het doel van de film is te laten zien wat voor vicieuze cirkel van geweld in Colombia heerst, vooral onder de jeugd in de steden. Dit is een conflict wat al decennia duurt. Via generaties wordt een leven doorgegeven vol drugs en geweld, wat allemaal samenhangt met een groter conflict in het land. Omdat er een allure kleeft aan een machtige positie binnen een wijk, worden veel jongeren het conflict ingezogen. En dat is een mechanisme wat je maar zelden in beeld gebracht ziet. De meeste verhalen over Colombia gaan over de politiek, of over de leiders van de paramilitaire groepen in het land. Deze film is een poging ook de andere kant van het conflict te laten zien, een kant die je normaal nooit ziet. We waren erop gebrand om niet alleen het geweld te laten zien, maar juist wat daaraan ten grondslag ligt.We wilden meer laten zien wat dat geweld voor impact heeft op families en gemeenschappen, wanneer de jonge mannen strijders worden in het conflict.

Was het moeilijk om toegang te krijgen in deze buurt, gezien het feit dat de wijk wordt gecontroleerd door paramilitairen?

Filmen in La Sierra was alleen mogelijk omdat we toestemming hadden van hoge paramilitairen op nationaal niveau. Toen we daar eenmaal toestemming van hadden, en lokale contacten konden opbouwen, werd ons werk in de buurt een stuk eenvoudiger, omdat de hogere leiders de lokale troepen hadden verteld dat we hun gasten waren. Het was niet eenvoudig contact te krijgen hoog in de organisatie. Dat heeft jaren geduurd, in samenwerking met andere journalisten in Colombia. Margarita heeft over de jaren veel contacten opgebouwd Colombia, zonder die waren we nergens geweest.

Was het gevaarlijk?

Omdat we werden beschouwd als gast van de paramilitaire organisatie, hoefden we van hen niets te vrezen, al zou je velen van hen als gevaarlijk moeten beschouwen. Het probleem was dat de jongens in de wijk soms van paramilitaire groep switchten. Ze wisten dan niet of hun nieuwe bazen ook instemden met wat we deden, en hadden gefilmd. Dan voelden zij zich onzeker over de situatie, en wij ook.

Het meest gevaarlijke was als we meegingen op patrouille, of als er een gevecht was. Op een gegeven moment in de film volgt Scott Jesus als hij op patrouille is ’s avonds. Dan begint er plotseling een sluipschutter te vuren, en Jesus brult: “Get Down, Gringo!”, terwijl iedereen dekking zoekt. Op andere momenten gaat Scott mee met paramilitaire groepen die in stevige gevechten terechtkomen. En zoals je in de film kunt zien, wil een verdwaalde kogel nog weleens iemand raken, dus helemaal ongevaarlijk is het niet.

Wat was het moeilijkste in het maken van deze film?

Het heeft ons persoonlijk flink geraakt, om zo een lange periode zo regelmatig in zo’n buurt te zijn. We werden bang dat we minder welkom zouden zijn, dat op een gegeven moment je geluk opraakt, en natuurlijk denk je vaak na over of je niet al genoeg materiaal hebt, of je je weer in zo’n situatie moet brengen. En natuurlijk waren er de problemen die elke documentairemaker heeft: Het opbouwen van vertrouwen, het wachten totdat de personen met wie je een film wilt maken, zich openstellen, en het ervoor zorgen dat je op het goede moment op de goede plaats bent.

In ons geval was het moeilijkste om dat persoonlijk contact op te bouwen, omdat de tragiek van de situatie je harder raakt dan wanneer je even voor een paar dagen langskomt, zoals een journalist. Toen één van de hoofdpersonen uit de film werd gedood in de film, waren we kapot. Dit was iemand die zijn hele leven met ons deelde, die ons hielp, waarmee we vrienden waren geworden. Hij werd bijna recht voor onze ogen doodgeschoten. Daarna zijn we een tijd niet naar La Sierra geweest, en we hebben het project bijna afgeblazen. Maar we hadden het op een bepaalde manier makkelijk, omdat wij de wijk altijd konden verlaten, terwijl de mensen in de film daar hun leven moeten leiden.

Wat wilde je laten zien met de film?

We wilden laten zien dat hoe dichter bij je komt in een plaats als La Sierra, waar jonge mannen dagelijks bezig zijn met geweld, hoe meer je merkt dat het niet zozeer gaat om dat geweld, maar meer om vooruit komen in het leven, om macht en prestige te krijgen door gebruik van geweld, omdat die macht niet te krijgen is zonder geweld te gebruiken.

Dit beinvloedt hoe je kijkt naar mensen in de film, in het bijzonder de jonge mannen die betrokken zijn bij de paramilitaire groepen. Zijn die mannen niets meer dan moordenaars en boeven, of zijn het jonge mannen die de enige weg naar macht en prestige bewandelen? Het publiek wat naar de film kijkt, identificeren zich vaak met Edison, een jonge man die toegeeft dat hij gemoord heeft. Dit is precies wat we wilden, die complexiteit laten zien.

We wilden ook dat de kijker worstelt met ideeen van keuzes en verantwoordelijkheid. Alhoewel het een film is over geweld, is het meer een overpeinzing over persoonlijke keuzes. Alle personen in de film zijn daar mee bezig, ze praten over wat ze willen doen met hun leven, en of ze wel of niet de mogelijkheden hebben om die keuzes na te jagen. Ze bevinden zich in moeilijke omstandigheden, met een krachtige cultuur van geweld om zich heen die ze die kant op duwt. Maar ze zien nog steeds dat ze een keuze hebben. Dat ze hun toekomst kunnen beïnvloeden. Sommigen pakken die kans, en anderen niet.