Oorlogstrauma

In de documentaire Bagdad ER worden aan de lopende band zwaar gewonde soldaten de ‘emergency room’ binnengebracht. Behalve lichamelijk letsel ondervinden veel militairen ook psychische gevolgen van een rampzalige oorlogsgebeurtenis.

Het idee dat rampzalige levenservaringen iemand blijvend beschadigen, heeft postgevat rond 1972. Daarvoor stelden artsen dat alleen 'zwakke broeders' psychische klachten overhielden aan onder andere oorlogservaringen. In februari 1972 wilde minister van Justitie Van Agt de laatste nog vastzittende Duitse oorlogsmisdadigers vrijlaten. Joodse overlevenden en het voormalige verzet protesteerden hier echter stevig tegen. Hun argument tegen de vrijlating was gebaseerd op een nieuw idee, namelijk dat nog veel overlevenden leden onder de psychische gevolgen van de oorlog. Tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer schetsten oorlogsorganisaties en psychiaters de symptomen van het 'concentratiekampsyndroom.' De verklaringen werden als zo overtuigend ervaren dat de oorlogsmisdadigers niet werden vrijgelaten en er in snel tempo een oorlogswelzijnsbeleid werd opgericht.

Vanaf eind jaren zestig beschrijven artsen de nachtmerries, flashbacks, hartkloppingen en paniekaanvallen van overlevenden, van wie velen niet in staat blijken emoties te beleven zoals vreugde en verdriet. Toch zijn veel medici nog steeds niet overtuigd van het verband tussen de klachten en oorlog. Men vraagt zich openlijk af of de psychische handicaps werkelijk door de oorlog komen of dat iemand altijd al een zwakke broeder was. In de loop der jaren slagen oorlogsslachtoffers erin erkenning te krijgen voor het idee dat hun klachten worden veroorzaakt door een 'externe stressor' en dat lijders aan een oorlogstrauma van zichzelf geen 'kneusjes' zijn.

Internationale ontwikkelingen zorgen ervoor dat in 1980 de posttraumatische stressstoornis (PTSS) opgenomen wordt in het psychiatrische classificatiesysteem. In Amerika wordt er een verband gelegd tussen de werkloosheid, gewelddadigheid en verslavingen van Vietnamveteranen en hun oorlogservaring. Feministen ontdekken de langdurige psychische gevolgen van seksueel geweld. Met de erkenning van PTSS wordt wetenschappelijk vastgelegd en gelegitimeerd dat normale mensen aan abnormale belevingen een psychische stoornis kunnen overhouden.

Ook in Irak worden militairen geconfronteerd met dergelijke 'abnormale belevingen.' Een Amerikaanse legerdominee vertelt in 2004 tijdens een conferentie van de International Society of Traumatic Stress Studies (ISTSS), hoe tijdens de opmars naar Bagdad in maart 2003 geestelijke beschadigingen bij militairen optraden. Vanuit hun overmachtige positie beschoten zij vanuit hun zwaar gepantserde tanks lichtbewapende burgervoertuigen van Irakese strijders tot onherkenbaar schroot. Later tijdens de opmars zagen deze Amerikaanse soldaten bij dageraad de macabere oogst van hun werk. Er lagen meer dan driehonderd lichamen van gesneuvelde Irakese strijders en burgers. De Amerikaanse landmachtpsychiater Charles Hoge geeft tijdens dezelfde conferentie aan dat onder de militairen die op dat moment waren ingezet in Irak 80 procent is beschoten en bijna 50 procent zelf mensen heeft gedood.

Bronnen:
- De onstuitbare opmars van het Psychotrauma - Jolande Withuis in De Volkskrant, 17/5/2006
- Oorlog als een universeel trauma - Marten Meijer - 2005