VPRO Gidsartikel 'Wildbouw'

Elja Looijestijn ,

De wereld verstedelijkt, de meeste megasteden worden niet volgens regels gebouwd. De Architectuur Biënnale en Tegenlicht over de explosieve groei van de informele stad.

Verstedelijking wordt de belangrijkste kwestie van de 21ste eeuw, meent George Brugmans, directeur van de Internationale Architectuur Biënnale, van 24 mei tot 2 september te houden in Rotterdam. ‘In het uur dat wij met elkaar praten, trekken er zevenduizend mensen van het platteland naar de stad. Dat komt neer op zeventig miljoen mensen per jaar. Dat betekent dat er elke drie maanden een Los Angeles bij komt. In 2050 zal tweederde van de wereldbevolking in de stad wonen. Het is een heftig en exploderend proces, dat ons voor enorme vraagstukken stelt.’ Het thema van de Architectuur Biënnale is: ‘POWER – Producing the Contemporary City.’

Brugmans: ‘We onderzoeken wat de krachten zijn achter de ontwikkeling van die nieuwe megasteden, zoals migratie, demografie, toerisme, angst en terrorisme.’

Een belangrijke factor is de explosieve groei van de zogenaamde informele steden. ‘Meer dan de helft van de verstedelijking voltrekt zich op een informele manier: mensen bouwen hun eigen huizen, los van de orde van de bestaande stad. In Latijns-Amerika, delen van Azië en Afrika wordt nu tot negentig procent van de stad door mensen zelf gebouwd.’

BARRIOS
Architecten Alfredo Brillembourg en Hubert Klumpner houden zich al jaren met de informele stad bezig. Ze werken vanuit de Venezolaanse hoofdstad Caracas. Daar wonen vier van de zes miljoen inwoners in de barrios, de wijken vol zelfgebouwde huizen die rond de traditionele stad woekeren. Brugmans wilde de Biënnale niet alleen uit tentoonstellingen en debatten laten bestaan, en stuurde documentairemaker en ontwerper Rob Schröder naar Caracas. Het resultaat is te zien in Tegenlicht. ‘In essentie gaan mijn films allemaal over arm en rijk, over macht en onmacht, zegt Schröder. ‘In dit geval was de ingang architectuur. De stad als fenomeen heeft al jaren mijn interesse. De twee architecten in Caracas hebben begrepen dat hun positie veranderd is. Door die enorme groei loopt het in die barrios helemaal uit de hand. Het is de verantwoordelijkheid van de architect om de nieuwe, informele stad samen met de bewoners vorm te geven.’

Klumpner en Brillembourg namen Schröder mee de barrios in. ‘De eerste dagen was ik overweldigd,’ vertelt hij. ‘Het is zo groot en chaotisch. Pas achteraf, bij het monteren van de film, begreep ik hoe de stad echt in elkaar zat.’

In de documentaire zien we hoe de bewoners van de informele stad leven. De sloppenwijken strekken zich eindeloos uit over de heuvels. De huizen zijn gemaakt van klei, steen, hout of golfplaat en worden groter gemaakt als het gezin zich uitbreidt. De bewoners gaan inventief met de ruimte om, maar de wijken kennen veel problemen. Jongeren hebben geen plek om zich te vermaken en zoeken hun heil in drugs en criminaliteit. Dagelijks worden tientallen mensen vermoord. Drinkwater is duurder dan benzine en de riolen liggen open. Levensmiddelen worden in de winkels in de ‘gewone’ stad gehaald en doorverkocht, waardoor ze op de armste en meest afgelegen plekken het duurst zijn.

VERTICALE SPORTHAL
Brillembourg en Klumpner hebben de Urban Think Tank Caracas opgericht, waarin ze hun architectonische expertise inzetten om de wijken beter leefbaar te maken. Zo bouwden de twee architecten een verticale sporthal. Deze bestaat uit meerdere verdiepingen, zodat op een kleine ruimte veel jongeren terecht kunnen. Ook ontwikkelden ze een ecologisch toilet om de hygiënische omstandigheden te verbeteren. Bij alle ontwerpen staat functionaliteit voorop.

‘Rem Koolhaas heeft de nieuwe megastad als eerste onder de aandacht gebracht,’ zegt Brugmans. ‘Met bijvoorbeeld zijn project over Lagos vatte hij het fenomeen in een soort filmscenario, waardoor hij het voor ons zichtbaar maakte. Brillembourg en Klumpner zetten nu de volgende stap en gaan er concreet mee aan de slag. Ze zijn daarmee exemplarisch voor een nieuwe generatie architecten.’

Schröder: ‘Vroeger was het normaal dat mensen hun eigen huizen bouwden. Hier in Nederland kunnen we ons dat niet meer voorstellen. Alles wordt van tevoren bedacht en volgens een bestemmingsplan uitgevoerd. In de informele stad werkt het niet zo: een kind erbij betekent een etage erop. Dat is interessant voor architecten, maar ze moeten ook veel kunnen weggeven. Het betekent een chaos toelaten in hun eigen werk. Het is zo individueel, de bewoners zijn zelf architect. Dat is in veel kunstvormen verboden.’

‘De creatieve kanten van de chaos toelaten is interessant, maar je mag het niet alleen romantiseren,’ waarschuwt Brugmans. ‘De vraag is wat we ervan op kunnen steken. Zo is een onderdeel van de Biënnale een masterclass over culturele en gemeenschapscentra op Rotterdam Zuid. Hoewel de Europese stad heel anders is dan bijvoorbeeld Caracas, zijn er ook overeenkomsten. Het idee dat we de hele stad kunnen regelen is problematisch. We zien het hier ook in de Randstad: de samenstelling van de bevolking verandert, de infrastructuur slibt dicht. Moeten we aan de knoppen blijven draaien, of het juist op zijn beloop laten?’

KWIJLEN
Misschien is de informele stad in Europa wel dichterbij dan we denken. ‘We kijken met interesse naar Almere,’ zegt Brugmans, ‘in de Eilandenbuurt is het zogenaamde “wild wonen” mogelijk, een huis bouwen geheel naar eigen inzicht. Europa gaat ingrijpend veranderen. Europeanen maken zelf bijna geen kinderen meer. Bevolkingsgroei zal vooral van allochtonen komen, en hoe willen zij wonen? Een groot deel van Istanbul is informele stad, geen vinexwijk.’

‘Het werk van de twee architecten in Caracas past echt in de tijdgeest,’ vindt Schröder. ‘Ik denk dat veel mensen in creatieve beroepen moeten kiezen voor “moeilijke” thema’s in plaats van alleen commerciële projecten. Eigenlijk ziet zo’n ecotoilet er niet uit, maar daar gaat het niet om. Het is functionaliteit in een periode waarin alles om esthetiek en entertainment draait. Dat vind ik mooi. Dat kwijlen bij een avant-gardistisch gebouw van een sterarchitect is volgens mij wel een beetje geweest. Brillembourg en Klumpner ontwerpen om geld te verdienen nog steeds mooie gebouwen voor de rijken. Maar de architect heeft ook een sociale verantwoordelijkheid. Het is een actievoerder, ontwerper, bouwkundige, kunstenaar, alles tegelijk.’

‘Kwijlen bij een mooi gebouw mag van mij nog steeds,’ haast Brugmans zich te zeggen, ‘maar ook landschap, infrastructuur en stedenbouw met al zijn sociale aspecten horen bij het beroep. Een architect van deze tijd moet nadenken over wat hij met de informele stad aanmoet, omdat het de realiteit is.’

Bron: VPRO-gids, 19 t/m 25 mei