Bronnen en achtergronden

Beschouw armen - 'micro-consumenten' in de terminologie van Prahalad - niet langer als slachtoffer of last, en een heel nieuwe wereld van kansen zal zich openen. Niet alleen voor het bedrijfsleven, maar ook voor de ongeveer vier miljard mensen op deze aardbol die van minder dan $2 per dag moeten rondkomen.

Meer over Prahalads theorie en de praktijk

Zo luidt het devies van C.K. Prahalad, hoogleraar, managementgoeroe en auteur van de internationale bestseller: 'The Fortune at the Bottom of the Pyramid. Eradicating Poverty Through Profits' (2002). Op 16 november 2006 ontving hij voor zijn baanbrekende studie een eredoctoraal van de Universiteit Tilburg.

EEN TWEESNIJDEND ZWAARD
Dat die 'bottom of the pyramid' (BOP) enorme kansen biedt voor het bedrijfsleven, beschrijft 'De markt van de toekomst', dat verscheen in Management Team. In Forum, het opinieblad van VNO-NCW, wordt eenzelfde beeld geschetst. Het artikel belicht hoe grote namen als Unilever, DSM, Procter & Gamble en General Electric zich richten op de 'aspirational poor', of 'underserved consumers'.

Zo werd bijvoorbeeld een goedkope laptop ontwikkeld: zonder harde schijf, met vier USB-poorten en een opwindbare dynamo, zodat deze ook gebruikt kan worden in huizen zonder elektriciteit.

De jerrycan in de vorm van een cilinder waarover The New York Times bericht, is een ander nieuw en origineel resultaat van het bedienen van 'de laatste markt'.

Investeren in de private sector van ontwikkelende landen is volgens Prahalad een zwaard dat aan twee kanten snijdt, zoals hij toelicht in een interview met De Standaard. Ondernemers én armen profiteren. 'Traditionele' ontwikkelingshulp is volgens Prahalad dan ook alleen wenselijk in geval van acute nood. "Jullie laten de Nederlander belasting betalen en geven het geld vervolgens aan dictatoriale regimes", stelt hij tegenover Internationale Samenwerking, het maandblad over ontwikkelingssamenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

DUURZAAMHEID EN INNOVATIE
Consultingbedrijf Triple Value - waarover het Brabants Dagblad bericht - deelt in haar rapport 'Beter dan Brundtland' het optimisme van Prahalad over de kracht van het bedrijfsleven. Duurzame ontwikkeling volgens de Brundtland definitie uit 1987 betekent dat onze huidige behoeften de mogelijkheden van toekomstige generaties niet mogen bepérken. Triple Value meent echter dat de technologische en innovatieve kracht van bedrijven zo groot is, dat het de mogelijkheden voor toekomstige generaties zal vergróten.

Het eenentachtig pagina's tellende rapport bevat verder zesentwintig artikelen uit Het Financieele Dagblad, waarin het succesvolle bedrijf hun visie op duurzaam ontwikkelen uiteenzet.

De duurzaamheidadviseurs benadrukken ook noodzaak daartoe: ontwikkelingslanden zijn geen charitatieve verplichting, maar 'een fundament voor winstgevende groei en innovatie'.

KRITIEK
Een spaarzame kritische noot op de theorie van Prahalad komt van Johan Graafland, hoogleraar Economie, Onderneming en Ethiek te Tilburg. Graafland vraagt zich af of de analyse van Prahalad werkelijk betrekking heeft op de allerarmsten, omdat de voorbeelden in zijn boek vooral gaan over landen die niet tot de armste groep behoren. Verder wordt te weinig aandacht besteed aan dilemma's, vindt Graafland. Want gaan kostenreducties niet vaak gepaard met slechte arbeidsomstandigheden? En de pijn van de tussenhandelaar, die succesvol is geëlimineerd door een multinational?