Beknopte geschiedenis van Libanon

Libanon (in het Arabisch al-Djoemhoerijja al-Loebnanijja) is een klein land gelegen aan de uiterste oostkust van de Middellandse Zee. In het zuiden grenst het aan Israël en in het oosten en noorden aan Syrië.

Libanon werd onafhankelijk op 22 november 1943. Sinds 1516 was het een deel van het Osmaanse Rijk en na de Conferentie van San Remo in 1920, volgend op de Eerste Wereldoorlog, werd het een mandaatgebied van Frankrijk.

Religieuze en etnische groepen

In Libanon worden in totaal 18 verschillende religieuze groepen onderscheiden en erkend. De hoofdscheiding is die tussen moslims en christenen. De christenen (35% van de bevolking) wonen vooral in het westen van het land, waar ook de hoofdstad Beiroet is gelegen. Zij zijn onderverdeeld in Maronieten (20% van de bevolking), Grieks-Orthodoxen en Armeens-Orthodoxen. De Maronieten zijn over het algemeen welvarend, sommige van hen zijn grootgrondbezitters. Ze waren de heersende klasse voor de burgeroorlog. De Grieks-Orthodoxen wonen samen met de Armeens-Orthodoxen in de grote steden. Zij vormen de (hogere) middenklasse. De Armenen leven in de zogenaamde Armeense Diaspora.

De islamieten zijn onderverdeeld in Soennieten, Sjiïeten, Isma'iliten en Alawieten. Het geloof van de Druzen komt weliswaar uit het sjiisme voort, maar toch worden de Druzen als een aparte groep beschouwd.

De sjiieten wonen vooral in Zuid- en Oost-Libanon. Onder hen bevindt zich een kleine, welvarende laag, bijvoorbeeld grootgrondbezitters en handelaren. Ook zijn veel arbeiders sjiieten. De laatste decennia zijn zij aan het emanciperen.

De soennieten wonen vrijwel overal, maar vooral in het zuiden en oosten van het land. Na de christenen vormen zij de machtigste bevolkingsgroep. De soennitische toplaag bestaat uit overheidsbestuurders, sjeiks en welvarende boeren. Zij voelen zich verwant aan de Arabieren in de omliggende landen.

De Druzen bewonen vooral het Midden-Libanese Choufgebergte. Enkele voorname families zijn de clans van de Jumblatt en de Yazbak. De traditionele leiders bewonen prachtige paleizen. De laatste decennia spelen zij via hun Progressieve Socialistische Partij een rol van betekenis in de landspolitiek.

De Alawieten vormen thans een belangrijke minderheid. Zij wonen overal verspreid door het land en spelen sinds de Syrische overheersing (jaren tachtig) een rol van betekenis omdat de Syrische presidenten Alawitisch zijn, zoals Assad.

De Koerden vormen geen echte religieuze groep (Koerden zijn soennitisch of sjiietisch), maar een etnische groep.

Geschiedenis (1920-heden)

Zie Geschiedenis van Libanon voor het hoofdartikel over dit onderwerp
Nadat in de Eerste Wereldoorlog het Osmaanse Rijk verslagen is door de Geallieerden, werden in 1920 op de Conferentie van San Remo Libanon en Syrië toegewezen als een Frans mandaatgebieden. De Fransen bestuurden Libanon met behulp van de katholieke Maronieten, die toen de meerderheid van de bevolking vormden.

In 1943 werd het Franse mandaat over Libanon opgeheven en werd Libanon een onafhankelijke republiek. Hierbij werd het zogenaamde Nationaal Pact gesloten waarbij werd bepaald dat de president altijd een christen (maroniet) zou zijn, de premier een soenniet en de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden een sjiiet. Libanon zou zich cultureel zowel op Europa als op de Arabische Landen oriënteren. Tijdens een eventueel Arabisch conflict zou Libanon neutraal blijven.

Gedurende de jaren veertig en vijftig was de situatie in Libanon stabiel, hoewel er wel degelijk ongenoegen waarneembaar was onder de sjiieten, die, ondanks het feit dat hun bevolkingsgroep steeds meer toenam, nog altijd een tweederangspositie bekleedden in de regering. De jaren vijftig en zestig waren tijden van grote economische voorspoed en ver doorgedreven markteconomie.

In 1958 kwamen moslims in opstand, omdat zij een nieuwe volkstelling eisten. Zij meenden dat de volkstelling uit 1932 achterhaald was en dat zij inmiddels de meerderheid van de bevolking uitmaakten. De Libanese regering gaf geen gehoor aan de eis van de moslims en met Amerikaanse steun werd de opstand onderdrukt.

In 1973 vond er een geweldsuitbarsting plaats tussen regeringsmilities en de in Libanon verblijvende Palestijnen van de PLO. Daarnaast brak er een strijd uit tussen de falangisten van Pierre Gemayel en diverse islamitische partijen. In 1975 brak de Libanese Burgeroorlog uit.

De verschillende partijen in de burgeroorlog raken ook onderling verdeeld, wat de onoverzichtelijkheid in het conflict vergrootte. In 1976 komen Syrische troepen Libanon binnen, later gevolgd door VN-troepen en het Israëlische leger (1977 en 1982).

In 1989 werd uiteindelijk onder druk van Arabische landen het Vredesakkoord van Taif gesloten. De Israëlische troepen verlaten Libanon in 2000 en het Syrische leger bleef uiteindelijk tot 2005 in Libanon.

Op 14 februari 2005 wordt oud-premier en volksheld Rafik Hariri bij een bomaanslag gedood. Hierna breken enorme massademonstraties uit die voor democratie en voor de terugtrekking van Syrische troepen pleiten. Deze omwenteling wordt wel de Ceder-revolutie genoemd.

Nadat de Hezbollah-militie twee Israëlische militairen heeft ontvoerd vanaf het omstreden stukje grondgebied dat bekendstaat als de Shebaa-boerderijen en Katjoesjaraketten afvuurt, valt Israël Libanon aan. Naast de stellingen van Hezbollah worden ondere andere het vliegveld, wegen en bruggen vernietigd. Naar schatting een half miljoen mensen vlucht en honderden burgers komen om het leven.

De Israëlisch-Libanese crisis van 2006.

De Israëlisch-Libanese oorlog van 2006 is een gewapend conflict dat op 12 juli 2006 tussen Israël en de Libanese Hezbollah-beweging is uitgebroken en voortduurde tot het staakt het vuren van 14 augustus 2006.

bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Libanon

Het gewapende conflict begon op woensdag 12 juli 2006 toen strijders van de Libanese Hezbollah-militie Israëlisch grondgebied binnendrongen en een Israëlische grenspost aanvielen. Bij deze aanval werden drie Israëlische soldaten gedood en twee gevangengenomen (Ehud Goldwasser en Eldad Regev). Tegelijkertijd vuurde Hezbollah Katjoesja-raketten af op Israëlisch grondgebied. Direct daarop trachtten militairen van het Israëlische leger de gevangengenomen grenswachten te bevrijden, doch deze poging mislukte en hierbij kwamen nog eens vijf Israëlische militairen om het leven. Deze actie van de radicaal-sjiitische Hezbollah luidde het begin in van een nieuwe confrontatie tussen deze beweging en Israël. De aanval van Hezbollah kwam 18 dagen na het begin van Operatie Summer Rains van het Israëlische leger in de Gazastrook, bedoeld om een door Hamas gegijzelde militair te bevrijden en om de raketaanvallen van Hamas op Israëlisch grondgebied te stoppen.

De aanval van Hezbollah op Israëlisch grondgebied werd door Israël gezien als een schending van haar territoriale integriteit. Israël opende een tegenaanval onder de naam Operatie Juiste Beloning. Premier Ehud Olmert beschouwde de aanval van Hezbollah als een "oorlogsdaad" en hield heel Libanon verantwoordelijk. Het Libanese leger stelde zich echter neutraal op.

Tegelijkertijd voert Israël aanvallen uit in de Gazastrook, waaronder een bombardement op het Palestijnse ministerie van buitenlandse zaken.

Het conflict wordt ook wel gezien als een oorlog bij volmacht tussen de Verenigde Staten (via Israël) en Iran (via Hezbollah) De Verenigde Staten, die een sterke invloed op Israël hebben, grijpen niet in, ten dele omdat zij deze gevechten opvatten als onderdeel van de 'oorlog tegen het terrorisme', waarin 'schurkenstaat' Iran één van de belangrijkste vijanden is. Ook de regering van Israël ziet de hand van Iran in het conflict (evenals die van Syrië). Het streng-islamitische Iran, dat onlangs tot vrees van Israël en de VS zijn nucleaire programma herstartte, steunt op haar beurt Hezbollah omdat die strijdt tegen de door haar zo verfoeide 'zionistische entiteit' (Israël), waarachter zij de Verenigde Staten ontwaart.

Internationale reacties
De aanval van Hezbollah op Israël, alsmede de gijzeling, werden internationaal vrijwel unaniem afgekeurd.

Volgens president George W. Bush van de Verenigde Staten heeft Israël het recht zich te verdedigen. Hij gaf Israël min of meer de vrije hand om te doen wat het goed achtte. De Minister van Buitenlandse Zaken van de VS, Condoleeza Rice, riep Israël op om haar zelfbeheersing niet te verliezen.

De ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie verklaarden dat Israël terughoudend moest zijn met geweld tegenover burgers, maar ze veroordeelden de aanval niet.

Tijdens een ingelaste top van de Arabische Liga veroordeelden enkele Arabische landen, zoals Saoedi-Arabië, Jordanië en Egypte, de acties van Hezbollah, waarin zij de invloed van Iran zien.

De Belgische Minister van Buitenlandse Zaken Karel de Gucht zei dat Israël het recht heeft zich te verdedigen, maar dat het dit keer met "overdreven geweld" heeft gereageerd. Er was ook een betoging in Brussel tegen de militaire operatie van Israël in de Gazastrook. Eerste Minister Guy Verhofstadt vroeg Hezbollah de gevangengenomen Israëlische soldaten vrij te laten, en hoewel hij de wens van Israël begrijpt om hen terug te brengen, veroordeelde hij het "grootscheepse en overdreven geweld" waarnaar Israël teruggrijpt.

De Libanese regering ontkent betrokken te zijn bij de tegen Israël gerichte activiteiten van Hezbollah. Premier Fouad Siniora hoopt dat er snel een staakt-het-vuren zal zijn tussen Israël en Libanon (Hezbollah).

Israël blijft aandringen op de vrijlating van de twee gegijzelde militairen en het stopzetten van Hezbollah-beschietingen met Katjoesja-raketten.

Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HWR) begaan beide partijen oorlogsmisdaden door het onwillekeurig schieten op burgerdoelen. De Hezbollah schendt daarbovenop nog het oorlogsrecht door vanuit scholen, ziekenhuizen en bewoonde gebieden te opereren en daarmee deze in gevaar te brengen.

Resolutie
Naar aanleiding van de behoefte om de geweldadigheden te stoppen is de VN bezig met het maken van een resolutie, Frankrijk en de Verenigde Staten zijn al tot een ontwerp gekomen maar deze voldoet nog niet aan de eisen van de arabische wereld.

Voorstel Israël: Israël wenst alleen terug te trekken uit zuid-Libanon (het grensgebied tot aan de 30 km hoger gelegen Litanirivier) als het tegelijkertijd wordt vervangen door een internationale troepenmacht (VN-vredesmacht) en ook pas als de raket-aanvallen gestopt zijn en het gebied vrij is van Hezbollah. Ook eis Israël direct de gegijzelde militairen terug. Daarnaast wenst zij een volledige ontwapening van Hezbollah en een embargo van de veiligheidsraad op de invoer van wapens naar Libanon tenzij dit bedoeld is voor het Libanese leger.

Voorstel Arabische wereld / Libanon / Hezbollah: Hezbollah wenst dat Israël direct Libanon verlaat en pas dan zal zij stoppen met het afvuren van raketten, ook het gebied van de Shebaa-boerderijen dient volgens Hezbollah weer bij Libanon te horen. Daarnaast heeft de Libanese regering aangegeven dat zij 15.000 troepen wil plaatsen in zuid-Libanon om hiermee Hezbollah in toom te houden.

Struikelblokken: Beide partijen geven aan pas te stoppen als de andere gestopt is met haar vijandigheden, en daarboven op vraagt het verzamelen van een internationale troepenmacht (VN-vredesmacht) flink wat tijd. Ook is de grootste wapenleverancier van Hezbollah Iran, waardoor een wapenembargo moeilijk te controleren is. Verder bestaat er binnen het Libanese leger een grote sympathie voor Hezbollah. Om nog maar te zwijgen over de Shebaa-boerderijen, deze behoren volgens de VN niet aan Israël of Libanon maar aan Syrië toe.

Definitie VN-vredesmacht
De Britse premier Tony Blair en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan hebben tijdens de G8-top in Sint-Petersburg overlegd over het toevoegen van 8000 extra blauwhelmen aan de United Nations Interim Force In Lebanon (UNIFIL) [42]. De vredesmacht UNIFIL bestaat op dit moment uit 2000 militairen uit diverse landen. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot steunt dit idee maar wil hiervoor geen militairen leveren.

(Overgenomen van Dossier Libanon /geschiedenis op 19-05-2008)

FRAGMENT OVT 20 februari 2005 uur 1 (20,5 min.)
Libanon is een land van alleen maar minderheden. Lange tijd domineerde de christelijke minderheid van de maronieten, in de 20ste eeuw groeide de invloed van de islamitische soennieten en sjiieten. Europese macht Frankrijk was ook sterk aanwezig in de regio en steunde de christelijke minderheid. Mathijs Deen spreekt met historicus Roel Meijer over de lange geschiedenis van Libanon en met oud-Libanon correspondent Gerard Jacobs over de burgeroorlog die er vanaf 1975 woedde tussen exotische christelijke, islamitische, linkse en rechtse splintergroepjes. Ook over de bemoeienis van Syrië en Israël met het land ( U kan het fragment hiernaast beluisteren bij AUDIO)