'Let's cradle!' is het credo

Verslag van het eerste cradle to cradle congres in Maastricht

“Het moet over twintig jaar vanzelfsprekend zijn dat we het op deze manier doen”, zei minister Jacqueline Cramer tijdens het ‘Let’s Cradle!’ Congres dat op 1 en 2 november jl. in Maastricht plaatsvond. Dit was het allereerste congres dat helemaal in het teken stond van cradle to cradle, een filosofie over productie en consumptie waarbij afval geldt als de voedingsbodem voor toekomstige producten. Krijgt onze minister van ruimte en milieu gelijk en gaan de ideeën van de cradle-goden William McDonough en Michael Braungart Nederland helemaal veroveren? Het blijft koffiedik kijken, maar aan enthousiasme ontbrak het in het zuiden van het land zeker niet. Integendeel, het cradle to cradle virus lijkt aan een grote opmars te zijn begonnen. Enkele indrukken van de eerste congresdag, gevuld met een lange reeks lezingen en - niet te vergeten - een ‘cradelicious’ lunch.

Het is begin november druk in het Maastrichts Expositie & Congres Centrum (MECC). Ruim 650 geïnteresseerden zijn van de partij om zich te laten informeren over en inspireren door de kracht van het cradle to cradle denken. En nee, het publiek bestaat niet uit ongeschoren boomknuffelaars. Keurig in het pak gestoken dames en heren bepalen vandaag de toon. Vandaar ook dat Alina, Stefan en Jules, studenten uit Amsterdam en Utrecht, meteen opvallen. Begin twintig en gekleed in een spijkerbroek, vormen zij de uitzondering op de regel. Zij behoren tot de 60 gelukkigen die een studentenvrijkaart voor dit congres wisten te bemachtigen en zijn benieuwd naar wat de dag brengen zal. Ze vertellen niet alleen aanwezig te zijn vanwege hun studie, maar vooral uit persoonlijke interesse. En natuurlijk is het ook wel spannend om Michael Braungart 'in het echt' te zien.

Wat denken deze drie studenten over het alom bewierookte cradle to cradle concept? Jules is het eens met minister Cramer en gelooft dat cradle to cradle in de toekomst de conventionele manier van produceren wordt: "Het wordt gewoon steeds meer een noodzaak en we hebben nu meer technische mogelijkheden dan voorheen". Alina is ook positief, hoewel ze haar bedenkingen heeft bij de zogenaamde 'top down approach' die misschien wel inherent is aan het concept. "Braungart en McDonough lijken bedrijven te vertellen hoe het moet. Ik vraag me af of het ook andersom kan, of de consument het initiatief kan nemen". Stefan wil weten of cradle to cradle ook op wereldschaal werkt en hoe dit op logistiek niveau geregeld kan worden. Genoeg vragen dus - en nog een lange dag voor de boeg.

De eerste dag van het tweedaagse congres is bedoeld om het publiek bekend te maken met de cradle to cradle filosofie en wordt op energieke wijze geopend door minister Cramer. Zij steekt haar enthousiasme niet onder stoelen of banken en zet daarmee de toon voor de rest van de dag. "Wij kunnen een enorme sprong richting duurzame ontwikkeling maken met het cradle to cradle concept in onze hand" zo stelt zij. Ze voegt daaraan toe dat Nederland een koploper kan worden op het gebied van duurzame ontwikkeling. Geen geringe opgave, maar het concept biedt hoopvolle perspectieven.

Toch wil dit niet zeggen dat er in het verleden niets gedaan is aan duurzaamheid. Cradle to cradle komt niet uit de lucht vallen, legt minister Cramer uit. Een groot deel van de bouwstenen van cradle to cradle zijn in Nederland en in de rest van de wereld al uitgewerkt. Cramer spreekt over positieve ontwikkelingen uit het verleden, zoals 'integraal ketenbeheer', 'ecodesign' en 'industriële symbiose'. Begrippen die voor een leek nogal ingewikkeld klinken en daardoor alweer snel vergeten zijn. En daar ligt nu juist de kracht van cradle to cradle: een simpel, pakkend concept dat voor iedereen te begrijpen is. Cradle to cradle heeft de potentie om de duurzame initiatieven uit het verleden aan elkaar te verbinden en daarnaast, meent de minister, kan het mobiliserend werken. "Wat we willen bereiken valt te realiseren, het kán anders". En hoewel de rol van de overheid beperkt is, kan zij toch een steentje bijdragen door cradle to cradle initiatieven ruimte te geven en tot voorbeeld te stellen. Een goede stap in deze richting is het besluit dat in 2010 alle inkopen van de overheid duurzaam moeten zijn, van potloden tot overheidsgebouwen.

Grote woorden van de minister en grote plannen voor de toekomst. Het publiek applaudisseert enthousiast. Het is duidelijk dat er hier iets bijzonders aan de hand is. De gretigheid waarmee het concept wordt opgepikt, is zonder meer opvallend - iets wat ook wordt opgemerkt door Rob van Hattum, maker van de Tegenlicht documentaire 'Afval is Voedsel'. "Nadat de documentaire was uitgezonden, kreeg ik een mailtje van het Ministerie van VROM omdat men de film intern wilde laten zien", zo vertelt hij. "De ideeën van Braungart en McDonough begonnen zich als een olievlek uit te spreiden. De film werd steeds vaker vertoond en men begon conferenties te organiseren. De reacties op deze documentaire hebben mij volledig overweldigd".

Dat prikkelt de nieuwsgierigheid. Cradle to cradle klinkt inderdaad geweldig, maar wérkt het ook echt? Jeff West van het Amerikaanse bedrijf Shaw Industries is helemaal uit Georgia overgevlogen om ons meer te vertellen over cradle to cradle in de praktijk. Shaw, de grootste tapijtenfabrikant ter wereld, produceert al een paar jaar volgens de cradle to cradle principes. Afgedankte tapijten worden door Shaw bij de klant opgehaald en klaargemaakt voor hergebruik. In 1999 bracht het bedrijf EcoWorx op de markt, een lijn duurzame en recyclebare producten. Deze lijn bleek zo succesvol, dat in 2003 definitief gestopt werd met het vervaardigen van PVC tegels. "Dat we goed voor het milieu zorgen, vinden we in ons bedrijf heel belangrijk", zegt West. En dan, terwijl hij gauw naar het einde van zijn presentatie klikt om een grote foto van zijn drie zoontjes te laten zien: "We willen toch allemaal iets goeds doen voor de generaties ná ons?".

Dat cradle to cradle niet alleen maar wordt toegepast in het land van de onbegrensde mogelijkheden, wordt duidelijk gemaakt door het Maastrichtse studentenbedrijf 'Artisjok'. Nog een beetje verlegen, maar wel zeer bevlogen vertellen studenten van de Academie Beeldende Kunsten hoe zij op het idee kwamen om interieurproducten te ontwerpen die volledig afbreekbaar zijn in de biosfeer. Net zoals veel andere aanwezigen werden zij geïnspireerd door de Tegenlicht documentaire 'Afval is voedsel'. Maar hoe doe je dat, zonder enige ervaring een onderneming oprichten en daarnaast ook nog milieuvriendelijke producten ontwerpen? Een zoektocht langs verschillende bedrijven leidde de jonge ondernemers naar het bedrijf 'Biopearls' in Roermond, waar composteerbaar kunststof van maïs wordt geproduceerd. Door gebruik te maken van biologisch afbreekbare kunststoffen platen, die op iedere gewenste manier gebogen kunnen worden, is vervolgens de 'Misfit' lijn ontstaan. Met hun frisse aanpak behalen de studenten op het congres meteen hun eerste succes. Bert Kersten van het college van Gedeputeerde Staten bestelt namens de Provincie Limburg maar liefst tien Misfit bankjes.

En dan de lunch, die zeker niet vergeten mag worden. Zelfs tijdens de pauze wordt er hier aan cradle to cradle gedaan. Geen kopje koffie en een broodje kaas op dit congres, maar een 'cradelicious lunch'. Biologische producten zoals pompoensoep, dikke sneden brood, salades en vruchtensapjes uit de regio - het smaakt allemaal bijzonder goed. De aanwezigen ontdekken dat cradle to cradle ook lékker kan zijn. Wie nu nog niet overtuigd is...

Na de pauze is het tijd voor het echte werk. De cradle to cradle goeroes nemen zelf het woord. William McDonough spreekt het publiek monotoon, maar toch poëtisch toe door middel van een videoboodschap. Hij stelt voor steden als bossen en gebouwen als bomen te beschouwen. Michael Braungart is in levenden lijve aanwezig en beklimt het podium om de ideeën achter cradle to cradle nog maar eens te onderstrepen. De toehoorders hangen aan zijn lippen. Weg met het "guilt-management" dat het denken over onze relatie tot de omgeving domineert, roept Braungart. Wanneer wij onze omgeving geen schade berokkenen, hoeven wij ons niet te verontschuldigen voor ons bestaan. Wij moeten leren om op een heel andere manier te denken over produceren en consumeren: "not less bad, but good". Het publiek applaudisseert, dit is waarvoor men gekomen is.

Aan het einde van de dag is de opdracht duidelijk: vier het leven en leer van de natuur - dat is de boodschap van McDonough en Braungart in een notendop. Om de aanwezigen hierbij een handje te helpen, ontvangt iedereen na afloop van het congres een kopie van de Nederlandstalige uitgave van het boek "Cradle to Cradle. Afval = Voedsel". Om in de trein huiswaarts je gedachten nog eens over de materie te laten gaan, maar vooral om cradle to cradle niet zomaar te vergeten. Want willen we echt dat dit de conventionele manier van produceren en consumeren wordt, dan valt er nog heel wat werk te verzetten. De enthousiaste reacties in Maastricht stemmen in ieder geval optimistisch. Vasthouden dus dat gevoel, en vooral: let's cradle!

Door Jolien Linssen