Wat als de dollar valt?

Hoe realistisch is het dollar-doemscenario? De VPRO stak zijn licht op bij financieel-economische experts. 'Op monetair gebied is het nu best goed geregeld.'

Experts schatten in hoe groot de kans is...

Fieke van der Lecq, (nog even) hoofdredacteur tijdschrift Economisch Statistische Berichten
‘Centrale Banken laten dit niet gebeuren. Net als na 9/11 steken die direct de koppen bij elkaar om te zorgen dat de financiële markten stabiliseren. Hoewel het met een munt soms snel kan gaan, zeker als partijen elkaar imiteren. Denk aan het Britse pond dat in 1992 – Black Wednesday – door speculatie van George Soros uit het ems duikelde. Misschien wordt de euro meer waard door gebrek aan dollarvertrouwen. Want daar gaat het allemaal om: vertrouwen. Het is belangrijk dat de Europese Centrale Bank het goed doet maar zeker zo belangrijk is dat we denken dat ze het goed doen. Dat zag je bij de introductie van de euro. Duisenberg genoot veel vertrouwen en dat had zijn weerslag op de euro. Nu moet Trichet bij een crisis dat vertrouwen uitstralen. Die zal tijdens toespraken ook niet hakkelen, maar alles onder controle hebben. Hier is De Nederlandsche Bank op alle scenario’s voorbereid. Ook op een grote dollarval.’

Tobias Oudejans, woordvoerder De Nederlandsche Bank
‘Wij kunnen niets uitsluiten zonder daar een waarschijnlijkheidsschaal aan te kunnen verbinden. Vorig jaar hebben we resultaten gepresenteerd van onderzoeken waarbij dnb onder leiding van het imf verschillende stressscenario’s heeft doorgenomen. Daarbij hebben we gekeken wat de gevolgen daarvan zijn voor de Nederlandse financiële instellingen. Daar zat ook een dollarval bij inclusief een grote, heftige val, wat ook weer een factor op zich is. Daaruit kwam naar voren dat het Nederlands financieel bestel wel tegen een stootje kan.’

Kees de Kort, beursanalist afs Capital Management en columnist BNRNieuwsradio
‘Theoretisch kan het, maar te veel partijen hebben er belang bij dat het niet gebeurt. Bij bedrijven zie je vaker een dergelijke koersval, maar daar ligt verder dan ook bijna niemand wakker van. Als de dollar valt, bellen monetaire autoriteiten elkaar meteen en mocht de Portugese Minister van Financiën op het toilet zitten, reken maar dat hij er direct vanaf komt. Ik heb niet altijd evenveel vertrouwen in instanties maar in dit geval wel. De peso en de bath hebben ook sterke koersvallen gekend, maar dat is vergeleken met de dollar wisselgeld. Een scenario waarbij de dollar in twee jaar dertig procent zakt is realistischer. Dan betalen we in de hele wereld de taxi met sigaretten. Het kan ook zijn dat Chinezen bij een dalende dollar ze juist gaan kopen om zodoende hun schuld veilig te stellen. Van de dollarkoers liggen de Greenspans en Wellinks echt niet wakker maar van derivaten wel. Allemaal bommetjes en niemand weet wie de lontjes in handen heeft. Als het daarmee mis gaat ontstaat een kettingreactie waar niemand zicht op heeft. Grote banken kunnen dat risico dragen maar kleine partijen niet. Hoge of lage dollar, wij zijn vooral gebaat bij veel handel.’

Jacques Sijben, emeritus hoogleraar Monetaire Economie, Universiteit van Tilburg
‘Je weet het nooit met valuta. “Forecasting the currency is like tossing a coin,” zei Alan Greenspan vorig jaar in Frankfurt. Een opmerkelijke uitspraak voor iemand die altijd zo voorzichtig is. Stel, de Japanse en Chinese economieën groeien, waardoor er minder geld van Azië naar Amerika gaat. Dan stijgt de rente, de huizenbubble stort in en men verliest het vertrouwen in de dollar. Dan zakt die, maar een echte collaps zullen de centrale banken niet laten gebeuren. De dollar is overigens al eens sterk gedaald. In februari 1985 stond hij 3,94 tegenover de gulden en in het voorjaar van 1994 1,54. Dat is meer dan vijftig procent lager. De VS zijn gegaan van een overschot van 285 miljard in 1982 naar een staatsschuld van 2500 miljard nu. Je hoeft echt geen economie gestudeerd te hebben om te snappen dat dat niet oneindig kan doorgaan. Op dit moment kopen de VS Aziatische goederen met geleend geld. Ze sparen niet en ze leven boven hun stand. De broekriem zal moeten worden aangehaald, maar die boodschap ligt electoraal bijzonder slecht. Als de dollar dertig procent zakt bestaat het stelsel niet meer. Dan komt er een algehele malaise en gaat het rieken naar de jaren dertig met hoge inflatie en bijbehorende massawerkloosheid. De officiële Japanse reserve bestaat uit tweeduizend miljard dollar. Bij een daling van dertig procent praat je over zeshonderd miljard. Dat laat men niet gebeuren. Greenspan heeft de krach van 1987 en ook golfcrisis goed geleid en nog steeds doet hij het goed. Johan Witteveen, oud-topman van het imf zei het lang geleden al: “The global world needs global management.” En op monetair gebied is het nu best goed geregeld.’

Johan van der Ende, Director Operations and Staff pensioenfonds PGGM
‘Dertig procent op één dag is wel erg veel maar tien tot vijftien procent is zeker mogelijk. Hier houdt PGGM wel rekening mee. Vergeet niet dat in het verleden de dollar ten opzichte van de gulden ook fluctueerde tussen de 1.60 en de 3.60. Het vertrouwen van de straat in de munt verdwijnt niet binnen een dag en de taxi zul je met harde valuta kunnen blijven betalen. PGGM heeft als beleid dat alle dollarposities worden afgedekt, gehedgd, en een dollarval heeft voor ons geen groot direct effect. Het ligt voor de hand dat de rente in de VS zal stijgen. Daardoor zal de waarde van beleggingen en obligaties iets naar beneden gaan maar het effect op aandelen is onduidelijk. Die gaan misschien zelfs wel omhoog. Voor Nederlandse bedrijven met veel business in Amerika, zoals ing en Ahold, levert een dollarval wel verliezen op. Voor ons kunnen valutadalingen op emerging markets zoals bijvoorbeeld China en Rusland veel grotere gevolgen hebben, maar u zult begrijpen dat we daar slechts kleine posities innemen.’

Rienk H. Kamer, beleggingsexpert
‘Op 19 oktober 1987 viel de Dow Jones met 25,9% op een enkele maandag. Waarom zou dat met de Amerikaanse dollar dus niet kunnen? Oorzaak van de doorgaande val van de Dow Jones was dat zogenoemde stop-loss-
limieten steeds werden doorbroken. Die waren door handelaren en een technisch programma (portfolio insurance) in de markt gelegd, en bleven als een machinegeweer automatisch verkooporders uitvoeren naarmate de markt verder daalde. Gevolg: nog meer paniek en hopeloosheid. Geen markt werkt méér met stop-loss-orders dan de valutamarkt. En daarin bestaan geen valremmers. Bovendien, in het Tegenlicht-scenario begint de ellende in Singapore. Op dat moment slapen de Europese en Amerikaanse valutahandelaren nog. En zij denken ook rustig te kunnen slapen, omdat zij voor eventualiteiten immers... stop-loss-orders in de markt hebben gelegd! Bij het wakker worden zullen zij vaststellen dat bij paniek de stop-loss-limieten pas op een veel lager dan gewenst niveau worden uitgevoerd. Menige valutahandelaar zal vervolgens de bakker niet meer kunnen betalen.

Door ingrijpen van centrale banken kan de paniek niet meteen worden gestopt. Daarvoor is de valutamarkt met een omzet van 1,5 biljoen dollar op een normale dag nu te groot; laat staan bij vervijf- of vertienvoudigde omzet bij paniek. Na 25 procent dalen wordt ‘s werelds valutahandel stilgelegd en volgt na een dag-en-nacht-marathon Bretton Woods 3. In dit zoveelste nieuwe wisselkoers-ensysteem wordt de Amerikaanse dollar als wereldmunt onttroond.

De taxi met sigaretten betalen? Vroeger wel, maar vandaag de dag roken daarvoor te weinig mensen. Ik heb op dit punt toevallig ook een vergelijkbare praktische ervaring. Begin zeventiger jaren, toen ik nog journalist in Duitsland was, maakte ik in de praktijk de gevolgen van de eerste grote dollarpaniek mee in een benzinestation langs de Autobahn. President Nixon had net de dollar van de goudstandaard afgehaald. Paniek op de markten; wisselkantoren voor dollar gesloten. Bij het tankstation trof ik aan de kassa een hopeloze Amerikaan die met dollars wilde betalen (tot dan toe in Europa een uitermate populair betaalmiddel), maar op een weigering stuitte omdat er geen wisselkoers meer beschikbaar was. De ‘machtigste munt’ van de wereld was plots geen acceptabel betalingsmiddel meer, en niemand begreep dat. Dit werd, uit medeleven, voor mij als latere professionele belegger de eerste ‘valuta-speculatie’ – voor die tijd bestond zoiets in feite niet. Ik wisselde om hem te helpen zijn dollars in tegen Duitse marken, met een redelijke premie. Maar het werd voor mij uiteindelijk verlies. In mijn levenshouding echter toch winst, want ik had een mens geholpen die het ook niet kon helpen dat zijn Witte Huis toen monetair in feite al net zo vuil was als nu, ruim dertig jaar later.’

Uit: VPRO Gids