De drie cases in De Chicago Sessies

Case van Katy Welter
De familie van Katy Welter was oprichter en eigenaar van de bank First National Bank of Valparaiso (FNBV) in de staat Indiana. De vader van Katy was in die periode de CEO van de bank. Tegen zijn – en die van Katy’s - zin in besloten zijn broers en zijn moeder echter om de bank in mei 2007 van de hand te doen en te verkopen aan de grootste bank van de staat Indiana, 1st Source Bank, die meer geïnteresseerd was in de ‘gezonde’ kredietportefeuille van de kleine bank dan in de filialen en de goede relaties met de klanten.

Katy en haar vader zijn nu bezig met het oprichten van een nieuwe bank de Welter National Bank, die in de geest van de oude bank, principes als verantwoord en duurzaam ondernemen hoog in het vaandel heeft staan. Katy wordt de adjunct-directeur en haar vader de directeur.

Case van Brett Reynolds
Naar aanleiding van een gesprek wat Brett had met zijn huisbaas vraagt hij zich af hoe het zit met de ethische kant van de huizencrisis. In dit gesprek wat Brett met zijn huisbaas had noemde die het namelijk een groot voordeel dat er zo een grote leegstand was waardoor de huizenprijzen bleven dalen. Hierdoor kon hij het aantal huizen dat hij bezat eenvoudigweg vergroten met het kleine vermogen dat hij had. Wanneer de huizenprijzen op den duur zouden gaan stijgen zou het vermogen van de huisbaas toenemen. Brett kijkt naar de ethische bezwaren die aan deze manier van profiteren kleven. Zou de overheid er meer aan moeten doen om de leegstand te voorkomen, zodat huishoudens met een te hoge hypotheek in hun woning kunnen blijven, of is dit de vrije marktwerking waarvan de huisbaas profiteert?

Case van Pier Piersen
Pier voelde zich aangegrepen door het verhaal van de arbeiders van de Republic Windows fabriek. Door de forse bezuinigingsmaatregelen die het bedrijf moest doorvoeren dreigden 250 mensen hun baan te verliezen. Met het massaontslag in het verschiet werden ook nog eens de lonen alsmede de ziekenfondsbijdrage en het vakantie geld niet uitgekeerd. Ondanks de wettelijke verplichting om na een periode van maximaal zestig dagen tot uitbetaling over te gaan bleef Republic Windows in gebreke. Dit kwam mede doordat de door Republic Windows aangevraagde kredietverruiming door hun bank Bank of America werd afgewezen. Deze afwijzing zorgde voor veel onbegrip bij de Amerikanen omdat kort daarvoor de Bank of America een ‘bail-out’ van de overheid had gekregen, juist om dergelijke kredietverruimingen te kunnen verstrekken. De Republic Windows arbeiders besloten hierop hun eigen fabriek te bezetten en kregen – tot hun eigen verbazing – uit alle lagen van de samenleving steunbetuigingen voor hun acties. Hoewel de arbeiders wel hun baan verloren, kregen zij uiteindelijk wel hun geld. Hoe ver mogen werknemers in deze periode van financiële crisis gaan om hun recht te behalen?

Door: Mitsuko Teiwes